1 maart: De voorhof

Thema: De tabernakel

De voorhof

1 maart

Gisteren zagen we dat het allerheiligste – onze geest – het gebied is waar onze aanbidding voor het grootste deel plaatsvindt. Hoe kun je dus verder komen in aanbidding? Door de route te volgen die we zien in de tabernakel zelf; van de voorhof tot in het allerheiligste.

 

Wie de tabernakel naderde en op weg was naar het heilige, begon altijd in de voorhof. Op eenzelfde manier beginnen we, als we tot God naderen, altijd in het domein van het natuurlijke, het fysieke. Dit gebied verwijst ons naar het lichaam en het leven van Jezus in de dagen dat Hij op aarde was. Jezus liep door de straten van Galilea en Jeruzalem als een menselijk wezen, een persoon die gezien, aangeraakt en gehoord kon worden met de natuurlijke zintuigen. In de voorhof ontvangen we dus openbaring door de natuurlijke zintuigen, oftewel door menselijke kennis.

 

In de voorhof van de tabernakel was het eerste object dat je zag het bronzen altaar. Een leraar vertelde mij eens dat alle zijkanten van dit altaar overdekt waren met gepolijst brons, zodat je op het moment dat je bij dat altaar kwam, jezelf kon zien. Hier werd de mens dus geconfronteerd met zichzelf en zijn behoefte aan redding. Op dit altaar werden alle offerdieren geslacht en aan God geofferd. Voor ons representeert het bronzen altaar dus Jezus’ offerdood in onze plaats. Het spreekt van het bloed dat Hij liet vloeien, zodat wij verlost zouden worden en verzoend met God. Dat is het beginpunt. Als we tot God willen naderen, dan kunnen we nooit om het kruis heen.

 

Het bronzen altaar had vier zijden. Deze staan voor de vier voorzieningen die God door Jezus’ dood aan het kruis voor ons beschikbaar maakte. De eerste is: vergeving van zonden uit het verleden. Dit is essentieel. Als je zonden niet vergeven zijn, dan kun je niet meer vooruit. Dit wordt duidelijk gezegd in de brief aan de Romeinen: Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn gerechtigheid te bewijzen met het oog op de vergeving van zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God. (Romeinen 3:25)

 

De tweede zijde staat voor het wegnemen van de zonde. Er is een belangrijk verschil tussen zonden (meervoud, daden die gepleegd zijn) en de zonde als een geestelijke macht (zondigheid als een slechte, verziekende, verslavende kracht, die maakt dat je zondige dingen doet). Zonde is de wortel van zonden.

 

De derde zijde van het altaar is onze oude, verdorven natuur – de rebel die in ieder van ons aanwezig is. Onze oude mens is met hem gekruisigd (Romeinen 6:6). Het Grieks in dit gedeelte staat in de verleden tijd. Het is een geschiedkundig feit dat dit is gebeurd. En of je het nu beseft of niet, het is toch waar. Maar als je het niet beseft, dan zul je er geen voordeel van hebben. Dit weten wij toch dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou zijn en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen (Romeinen 6:6). De genade van God is echter dat de executie al heeft plaatsgevonden, namelijk in de persoon van Jezus aan het kruis. Toen Christus stierf, stierf onze oude mens in Hem. Het is het weten èn erop vertrouwen, wat maakt dat het werkt.

 

De vierde zijde van het altaar is de plaats waar we onszelf offeren aan God. Dat is het brandoffer. Dit was een offer dat aan God werd gebracht en dat volledig moest worden verteerd in de vlammen op het altaar. Als je de volgorde van de offers in Leviticus bestudeert, die allemaal een symbool zijn van Jezus, dan zie je dat het brandoffer het eerste offer is waarover gesproken wordt. Dit is omdat het initiatief van een brandoffer niet van de mens uitgaat, maar van God (zie Leviticus 1:3). Alleen omdat Jezus op het kruis, het altaar van Gods wil, tot brandoffer werd gemaakt, konden de andere offers ook plaatsvinden. Als Jezus niet bereid was geweest te zeggen: Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede (Luc.22:42), dan zou de rest ook nooit hebben kunnen plaatsvinden.

Vader, dank U wel voor het wonder van mij herstelde relatie met U, dat in de eerste plaats al mijn zonden zijn vergeven, maar dat ook mijn zondige staat is opgeheven door Jezus’ offer. Dat mijn oude, menselijke natuur met Christus gestorven is en dat ik nu mijzelf mag offeren aan U; niet mijn wil, maar Uw wil zal gebeuren in mijn leven. Ik eer U en leef voor U, Vader. Amen.

 

In het zojuist herdrukte boekje Gods wil, mijn levensdoel inspireert Derek Prince je als lezer om samen met Jezus te zeggen: ‘Vader, mijn voedsel is Uw wil te doen.’ Dit boekje is ook zeer geschikt gemaakt voor jongeren, door moderner taalgebruik en de aanspreek-vormen ‘je’ en ‘jij’… 

Cover Binnengaan in Gods aanwezigheid

 

Uit het boek: In Gods aanwezigheid

DPM Wereldwijd…
BIRMA Van 1-5 maart zal DPM-directeur Jacob noordwest Birma bezoeken om bijeenkomsten te houden.

Bid om bescherming over zijn reizen en Gods zalving op hem als hij spreekt.

Bid dat velen gered zullen worden en aangeraakt door de Heer als ze bediening ontvangen.

DPM NEDERLAND

Nijverheidsweg 12
7005 BJ Doetinchem
KvK#: 41121393

CONTACT

E-mail: info@derekprince.nl
Telefoon: +31 (0) 251 255 044
(elke werkdag van 9.00 uur tot 13.00 uur)

ONDERWIJS- EN NIEUWSBRIEVEN

Ontvang onze gratis onderwijs- en nieuwsbrieven
- per post
- per email