Inschrijving cursus ‘Leven met de Heilige Geest’.

De cursus is al begonnen en het is helaas niet meer mogelijk om in te schrijven.

Lees verder

Bedankt voor je inschrijving voor de cursus: ‘Leven met de Heilige Geest’.

We hebben een bericht naar je e-mailadres gestuurd. Als je geen bericht van ons ontvangen hebt, horen wij dit graag zodat we het meteen voor je kunnen oplossen: info@derekprince.nl (controleer eerst je spam box).

In het bericht vind je, naast de gegevens van je inschrijving, ook de informatie en de sleutel waarmee je direct kunt aanmelden in de cursus.

Je kunt daarmee nu al in de cursusomgeving om de introductie en een aantal kennismakingsvragen te bekijken. Vanaf 19 januari komt de eerste les beschikbaar.

Als je materialen meebesteld hebt, worden die zo spoedig mogelijk door ons verstuurd.

Heel veel zegen bij de cursus!

Met vriendelijke groet,

Team DPM

Lees verder

Bedankt voor je inschrijving voor de cursus ‘Leven in de eindtijd’.

We hebben een bericht naar je emailadres gestuurd. Als je geen bericht van ons ontvangen hebt,  horen wij dit graag zodat we het op kunnen lossen: info@derekprince.nl (controleer eerst je spam box).

In het bericht vind je naast de gegevens van je inschrijving ook de informatie en de sleutel waarmee je direct kunt aanmelden in de cursus.

Je kunt daarmee nu al in de cursusomgeving om de introductie en aantal kennismakingsvragen te bekijken. Vanaf 9 september komt de eerste les beschikbaar.

Als je materialen meebesteld hebt, worden die zo spoedig mogelijk door ons verstuurd.

Heel veel zegen bij de cursus!

Met vriendelijke groet,

team DPM

Lees verder

Online cursus: Leven in de eindtijd.

Deze cursus start 26 september en duurt 8 weken.

eindtijdOok al zijn er ‘geheimenissen die verborgen blijven’, dat mag ons er niet van weerhouden te ontdekken wat God wel geopenbaard heeft om daar ook naar te gaan handelen. Zo maken we ons klaar voor de voltooiing van Gods plan met ons, en maken we deel uit van de overwinnende Gemeente die haar opdracht volbrengt.

Rond Dereks diepgravende boek ‘De Eindtijd, wat gaat er gebeuren?’ en het boekje ‘Leven in de laatste dagen’ hebben we een gebalanceerd en leerzaam cursusavontuur samengesteld. Via vraag en antwoord wandel je door de boeken,waarin Derek je aan de hand van Gods Woord helpt om voorbereid te zijn op wat gaat komen, en God Zijn werk te laten doen in je karakter! Je luistert naar videomateriaal en aanvullende liederen die je, net als de proclamatiekaarten,  helpen het geleerde vast te houden.

Hoe werkt de cursus?

De lessen
Elke week komt er een les beschikbaar, die begint met een korte introductie-video over het thema van die week. Vervolgens maak je de les aan de hand van een (of twee) hoofdstukken uit het boek. Het lees- en maakwerk kost je ongeveer twee uur per week. Er wordt gewerkt met geautomatiseerde correctie – dus er is geen tutor die je werk nakijkt.

Vragen
Wel kun je vragen stellen, hetzij via het forum (waarbij de andere cursisten en onze cursusleider in kunnen gaan op je vragen), hetzij via e-mail door vanuit de leeromgeving jouw vraag (evt. anoniem) door te geven aan de cursusleider.

Doorlopend forum
Er is in de leeromgeving ook een doorlopend forum, waar gesprekken/discussies kunnen worden gevoerd die met de thema’s samenhangen.

Extra’s
De lessen zullen hier en daar verlevendigd worden met o.a. korte videofragmenten, proclamaties uit Gods Woord en liederen, die de stof dichterbij brengen.

Wat kost het?
We willen graag dat de cursus in principe betaalbaar is voor iedereen, en kiezen daarom voor deelname op giftenbasis, met uitzondering van de administratiekosten en de kosten voor materialen.

De totale kosten voor de cursus zijn als volgt opgebouwd:

Administratiekosten: €5,-

Cursus: De cursus kost ons ongeveer €35,- per persoon, maar je kunt zelf kiezen welk bedrag je geeft omdat de deelname op giftenbasis is, want we willen dat zoveel mogelijk mensen kunnen meedoen.

Materialen (voor zover je die nog niet hebt):Overwinnend-leven-Proclamatiekaart-Derek-Prince

  • Boek: ‘De eindtijd, wat gaat er gebeuren’: €16,00
  • Boek: ‘Leven in de laatste dagen’: €6,00
  • 7 Proclamatiekaarten : €6,00
    Titels: Bidden voor onbekeerden, Ik gehoorzaam Gods Woord, de kracht van Gods Woord, Overwinnend leven, Met God ben ik niet bang, Bid voor de vrede van Jeruzalem, De grote opdracht.

Wie (één van) de materialen nog niet heeft kan deze bestellen bij de opgave voor de cursus, wij betalen voor cursisten de verzendkosten. De boeken heb je nodig – want de vragen zijn op basis van de boeken. De proclamatiekaarten zijn ook in de cursus opgenomen. We raden echter aan om ze mee te bestellen, zodat de Bijbelteksten gemakkelijk bij de hand te houden zijn door de dag/week heen.

Voor €5,- euro kun je dus in principe meedoen als je de boeken al hebt.

Inschrijven

Schrijf je hier in voor de cursus.

 

Lees verder

Inschrijving cursus ‘Leven in de eindtijd.’

Lees verder

Inschrijving cursus ‘Leven in de eindtijd’

Lees verder

Leesstof bij les 1van de cursus ‘Leer bidden’

Uit het boek ‘Leer bidden’Leer-bidden-Derek-Prince-9789075185683

Inleiding

Bij de meesten staat Derek Prince voornamelijk bekend als bijbelleraar. Als reizend prediker en auteur van ruim vijftig boeken, ontvouwde hij tientallen jaren lang helder en inspirerend de principes van Gods Woord, voor miljoenen wereldwijd.

Wie Derek Prince van iets dichterbij heeft gekend, weet dat Derek Prince ook een echte bidder was. Zijn leven – eerst met Lydia, na haar overlijden met Ruth – werd gekenmerkt door discipline en passie in voorbede voor hun gezin, de wereldwijd groeiende bediening, de noden van Gods Kerk wereldwijd, en de oogst van zielen die moet worden binnengehaald.

Derek en Lydia – en later Derek en Ruth – waren toegewijde voorbidders, die zich lieten inspireren door de Heilige Geest. En daardoor bevat dit boek zo je wilt het beste van twee werelden: de analytische gave van de bijbelleraar, gecombineerd met de diepe inzichten en ‘geheimen’ van een echte gebedsstrijder. Dereks passie, toen hij de studies voor dit werk schreef – was dat ons gebedsleven verrijkt zou worden vanuit Gods Woord en de vele jaren van ervaring die de Heer hem op dit gebied schonk.

Gebed – of liever nog het ontwikkelen van een dagelijkse open gebedsrelatie met God – is absoluut een thema dat kerkbreed leeft. En dat tij zal niet meer keren, naarmate de tijd vordert. Steeds meer christenen ervaren een zekere urgentie als het gaat om ‘leren bidden’ – we willen leren Gods wil te kennen en ons in de geestelijke wereld verbinden met zijn doelen, zodat we letterlijk Zijn wil zien geschieden hier op aarde, zoals ook in de hemel.

Derek ging hier ver in – hij bracht een radicale boodschap. Sterker nog, hij opent dit boek met een stelling die sommigen misschien zelfs zou kunnen storen. Het schot voor de boeg waar de auteur deze studie mee opent luidt: ,,Ik vind het heerlijk om te bidden – en wat meer is, mijn ervaring is dat ik meestal ook krijg waar ik voor bid!’’ Zo’n opmerking doet bij velen van ons direct de alarmbellen rinkelen… Is die benadering van gebed niet pretentieus, zelfgericht en zelfs hooghartig? Vervolgens gaat Derek nog wat verder door te zeggen: ,,Dat is ook wat ik je in dit boek wil leren: hoe je kunt bidden en verwachten dat jij ook krijgt waar je voor bidt…’’

Dit lijkt allemaal gevaarlijk dicht in de buurt te komen bij wat sommigen wel noemen  ‘muntjesgeloof’ – gooi gebeden in de geloofsmachine en Gods zegen komt eruit rollen. Het onplezierige beeld komt naar boven van een verwend kind dat dreint en zeurt en er desnoods een driftbui tegenaan gooit, net zo lang tot God toegeeft aan zijn verzoek. Helaas wordt die benadering van gebed steeds vaker gevonden onder christenen.

Maar dat is juist waarom dit boek zo welkom is in deze tijd. In de hoofdstukken die volgen, blijkt Derek Prince ons allerminst op te voeden in zelfgerichte, hebberige gebeden die gaan om onze voorziening en ons belang. Hij leert ons juist om onszelf op één lijn te stellen met de Heer, in onze houding en de praktijk van ons leven. Zo leren we effectief te bidden en te ontvangen – niet simpelweg wat wij willen, maar wat uiteindelijk God wil!

Ons identificeren met de Heer

Deze gedachte staat prachtig verwoord in Psalm 37:4: Verlustig u in de Here, dan zal Hij u geven de wensen van uw hart. Sommige christenen interpreteren deze tekst als een uitnodiging tot egoïstisch, zelfgericht gebed. Een goede vriend van onze bediening wees ons echter op een principe dat precies strookt met wat Derek ons in dit boek leert: ,,Door ons te verlustigen in de Heer, komt ons hart zo op één lijn met Zijn hart en verlangens, dat we uiteindelijk precies datgene bidden wat zijn bedoeling voor ons leven is… Niets meer, niets minder.’’ Dit beeld staat ver af van het verwende, zeurende kind dat we eerder schetsten.

Derek maakt door dit boek heen heel duidelijk dat voor waarachtig, door de Geest geleid gebed, bepaalde voorwaarden bestaan, principes moeten worden geleerd, en gewoonten worden ontwikkeld. Als we dat avontuur aangaan, zullen we het effect van ons gebed zien groeien. Het soort effectiviteit dat Derek Prince tijdens zijn leven vele malen heeft mogen ervaren.

Dit boek nodigt je uit: Groei in het kennen van Gods wil; groei in vrijmoedigheid en geloof; groei in de vele talen en vormen van gebed… Kortom: Leer bidden!

DPM Nederland

 

Lees vanaf hier voordat je  vraag 1 en 2 beantwoordt.

Hoofdstuk 1

Een koninkrijk van priesters

Openbaring 1:6 (Jezus)…die ons gemaakt heeft tot een koninklijk geslacht van priesters voor zijn God en Vader. (WV)

In dit boek bespreek ik één van mijn favoriete onderwerpen: gebed. Voor sommige mensen lijkt gebed misschien een saaie verplichting die nu eenmaal hoort bij godsdienst. Maar sprekend voor mijzelf, ik vind het heerlijk om te bidden – en wat meer is, mijn ervaring is dat ik vaak ook krijg waar ik voor bid. En dat is ook één van de zaken die ik je in dit boek wil leren, hoe je kunt bidden en verwachten dat je ook krijgt waar je voor bidt.

Als we in gebed tot God gaan, dan is het allereerste wat we moeten beseffen, dat het zijn wil is dat we bidden. Velen van ons moeten waarschijnlijk onze negatieve, onaantrekkelijke beelden van God bijstellen. Ik weet dat ik dat moest. Deze beelden staan vaak tussen ons en God in en vormen een hindernis in ons gebedsleven.

Als opgroeiende schooljongen dacht ik aan God als een soort strenge schoolrector. Ik heb vele lange, behoorlijk saaie jaren op Britse kostscholen doorgebracht. Ik had het niet zo op schoolhoofden, maar dat is wel hoe ik me God voorstelde, zittend achter zijn bureau, in zijn studeerkamer aan het einde van een lange gang.  Als je naar het schoolhoofd toe moest, dan liep je op je tenen door de gang. De planken vloer kraakte als je erop stapte, zodat je komst ongewild werd aangekondigd. En dan, als je op de deur klopte, gebood een donkere, strenge stem je binnen te komen en kreeg je waarschijnlijk een uitbrander voor iets wat je had gedaan of juist niet had gedaan.

Voordat ik effectief kon bidden tot God, moest eerst het verkeerde beeld dat ik van God had veranderd worden. Ik heb ontdekt dat vele mensen een vergelijkbaar beeld hebben van God, als iemand die afstandelijk is en niet gestoord wil worden, iemand die ons mogelijk een uitbrander zal geven voor onze fouten, dus kunnen we maar beter zo ver mogelijk bij Hem vandaan blijven. Voor sommigen klinkt dit misschien wat overdreven, maar toch zijn er hele generaties voor ons geweest die God op deze manier zagen, en op een subtiele manier is die invloed vaak toch nog terug te vinden in onze eigen kijk op God en onze benadering van Hem.  Toch is dat absoluut niet de waarheid over God. Wanneer we bij Hem komen, geeft Hij ons geen uitbrander, maar Hij zegt ons dat we welkom zijn. Als er iets is wat Hij zou willen aanmerken, dan zou het alleen zijn dat Hij liefdevol zegt: „Waarom heb je zo lang gewacht?”

Wat een welkom!

De Bijbel geeft een prachtig beeld van hoe God ons welkom heet als we tot Hem komen. Het is het bekende verhaal dat Jezus vertelt over de verloren zoon die van huis was weggelopen, al zijn geld verkwistte, diep in de problemen terechtkwam en eindigde in totale mislukking. Aan het eind van al zijn krachten gekomen, zei hij: „Ik kan beter teruggaan naar huis. Misschien zal mijn vader me willen ontvangen. Ik kan hem niet vragen me terug te nemen als zijn zoon, maar ik kan hem vragen me aan te nemen als één van zijn knechten…” Maar hoe ontving zijn vader hem?

En hij stond op en ging naar zijn vader. En toen hij (de zoon) nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming bewogen en hij snelde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem. (Lukas 15:20)

Wauw! Wat een welkom kreeg deze jongeman toen hij bereid was terug te keren naar huis. Hij kreeg zelfs de kans niet om te zeggen: ,,Uw slaaf worden is goed genoeg…’’. Nee, zijn vader kuste hem en gaf hem een warm welkom terug als zijn kind.

Dit is een prachtig beeld van hoe God ons ontvangt. Hij geeft ons geen uitbrander, neemt ons niets kwalijk, Hij is niet streng en afstandelijk. Hij is liefhebbend en warm en genadig. Jakobus1:5 vertelt ons dat God overvloedig geeft en geen verwijten maakt . Laat dat goed tot je doordringen als je in de komende pagina’s met me meedenkt over gebed.

 

Lees vanaf hier voordat je begint aan vraag 3 t/m 7

God geeft overvloedig. Hij ziet geen gebreken. Als we dat beeld van God in gedachten houden, dan verandert het onze hele manier van bidden.

Jezus kwam om de Vader te openbaren aan de mensen, en zijn onderwijs over ons gebed tot de Vader was net zo volkomen positief als elk ander gebied van zijn onderwijs. In de prediking op de berg leerde Hij:

Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden. (Matteüs 7:7-8)

Hier staan drie positieve uitspraken: Wie vraagt, ontvangt. Wie zoekt, vindt. Wie aan de deur klopt, zal worden opengedaan. In Matteüs 21:22 zegt Jezus: Alles wat u in het gebed vraagt, in geloof, zult u ontvangen. En in Markus 11:24 zegt Hij: Daarom zeg Ik u: alles wat u biddend begeert, geloof dat u het ontvangen zult, en het zal u ten deel vallen. Wat zou nu meer kunnen omvatten dan dit woord ‘alles’? In zijn laatste woorden tot de discipelen in het evangelie van Johannes, verzekert Jezus ons opnieuw, tot drie keer toe, dat God onze gebeden zal verhoren. Luister naar deze woorden:

En wat u ook zult vragen in mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden. Als u iets vragen zult in mijn Naam, Ik zal het doen. (Johannes 14:13,14)

Als je iets vraagt, zal Ik het doen. Hier valt alles onder!

Als u in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. (Johannes 15:7)

Vraag wat je maar wilt. Hoe zou Hij nog meer kunnen zeggen dan dit?

Tot nu toe hebt u niets gebeden in mijn Naam; bid, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal worden. (Johannes 16:24)

Bid, en je zult ontvangen. Er is bovendien een speciaal soort vreugde die voortkomt uit beantwoord gebed. Jezus wil dat we die vreugde ontvangen, dus zegt Hij: „Vraag.”

Te weten dat de Almachtige God, de Schepper van hemel en aarde, de Heerser van het universum, luistert naar jouw persoonlijke gebed, is één van de meest opwindende ervaringen die iemand maar kan hebben. Dat is wat Jezus hier onderwijst, niet alleen met woorden, maar ook door zijn voorbeeld – en dat voorbeeld geldt nog steeds voor ons vandaag. Laten we gaan kijken hoe we Jezus kunnen volgen in zijn omgang met gebed.

Jezus’ voortdurende leefstijl van gebed

Jesaja 53 geeft die bekende en heerlijke beschrijving van het verzoeningswerk van Jezus. De laatste verzen zeggen:

Daarom zal Ik Hem veel toedelen, en machtigen zal Hij verdelen als buit, omdat Hij zijn ziel heeft uitgestort in de dood, onder de overtreders is geteld, omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft en voor de overtreders gebeden heeft. (Jesaja 53:12)

Hier worden vier feiten over Jezus opgesomd:

  1. Hij stortte zijn ziel uit in de dood. Leviticus 17:11 zegt: Het leven (of de ziel) van het vlees is in het bloed. Jezus stortte zijn ziel uit in de dood, toen Hij iedere druppel van zijn bloed uitstortte.
  2. Hij werd gerekend onder de zondaars. Hij werd gekruisigd tussen twee dieven.
  3. Hij droeg de zonde van velen. Hij werd het verzoeningsoffer voor ons allemaal.
  4. Hij deed voorbede voor de zondaars. Jezus deed voorbede in de meest extreme vorm. Hangend aan het kruis zei Hij: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen (Lukas 23:34). Daarmee zei Hij tevens: „Het oordeel dat over hen zou moeten komen, laat dat op mij neerkomen.” En dat gebeurde ook. Maar Jezus’ gebedsleven stopte niet na zijn dood en opstanding. In Hebreeën lezen we:

Maar Hij (Jezus), omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. (Hebreeën 7:24,25)

Deze verzen geven een interessant perspectief op het verloop van Jezus’ leven. Hij bracht dertig jaar relatief onzichtbaar door, binnen de context van een volmaakt gezinsleven. Hij functioneerde drieënhalf jaar in een duidelijk zichtbare, krachtige bediening. En nu besteedt Hij al bijna tweeduizend jaar aan voorbede! De schrijver van de Hebreeënbrief biedt ons zicht op deze bediening van Jezus die eeuwig blijft doorgaan:

…achter het (tweede) voorhangsel. Daar is de voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, die naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden is tot in eeuwigheid. Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. (Hebreeën 6:19-7:1)

Als ik deze verzen lees, denk ik altijd aan de tabernakel van Mozes, waarin twee grote voorhangsels, oftewel gordijnen hingen. Het eerste voorhangsel voorbij gaan, staat voor het één worden met Christus in zijn opstanding. Hier vinden we de vijf bedieningen van het lichaam: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Het tweede voorhangsel voorbij gaan, het gebied binnenin, dat ‘het Heilige der Heilige’ wordt genoemd, betekent verder gaan dan de opstanding, tot de hemelvaart. Hier identificeren gelovigen zich met Christus in zijn hemelvaart, met Hem gezeten op de troon (zie Efeze 2:6). Achter het tweede voorhangsel beginnen we de twee grootste en laatste bedieningen te ontdekken.

Als de schrijver van de Hebreeënbrief zegt dat Jezus het tweede voorhangsel binnenging als een priester in de orde van Melchizedek, dan zegt hij dat de hemelse orde de koning en de priester is. Op aarde is het opwindend om een apostel te zijn als je die bediening hebt gekregen, of bijvoorbeeld een profeet. Daar horen geweldige gaven bij. Maar de Schrift heeft de belofte in zich van een veel opwindender niveau van bediening. Achter het tweede voorhangsel is Jezus priester en koning. En wij hebben de gelegenheid om te delen in die bediening.

De bediening van een priester

De meeste mensen begrijpen de functie van een koning, namelijk om te heersen. Ons deel in de rol van priester is voor velen echter niet zo duidelijk.

Laten we beginnen met het woord dat de unieke bediening van een priester beschrijft: offergave. In het boek Hebreeën vinden we deze relatie op vele plaatsen terug. Hebreeën 5:1 zegt bijvoorbeeld: Want elke hogepriester die uit de mensen wordt genomen, is ten dienste van mensen aangesteld met het oog op de dingen die bij God te doen zijn, om gaven en offers te brengen vanwege de zonden. Hebreeën 8:3 zegt: Want elke hogepriester wordt aangesteld om gaven en slachtoffers te offeren. Priesters offeren offergaven. We kunnen dat ook omdraaien en zeggen dat de enige mensen in de Bijbel aan wie God toestond om offergaven aan Hem te brengen priesters waren. (Er waren twee koningen, Saul en Uzziah, die offergaven offerden – maar beiden werden door de Heer streng geoordeeld omdat offeren alleen aan priesters was voorbehouden.)

Uit deze Nieuwtestamentische Bijbelgedeelten leren we dat niemand die geen priester is, God mag naderen met een offer. Gewone mensen hebben niet de bevoegdheid om bij God binnen te lopen en Hem een gave te geven – zelfs niet als die gave een tiende is. Het moet via een priester. Sommige woorden van de apostel Petrus lijken overigens in tegenstelling te zijn met deze gedachte . Hij vertelde de vroege christenen dat zij werden verondersteld God te naderen met offers. Dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn (1 Petrus 2:5). Het zelfstandig naamwoord is offer, het werkwoord offeren. Woorden die onafscheidelijk verbonden zijn met het priesterschap. De meesten van deze vroege christenen waren geen priester, net zo min als de meesten van ons – en zeker geen Levitische priesters. Wat betekent dit Bijbelgedeelte dan? Het antwoord vinden we opnieuw in het voorbeeld wat Jezus gaf.

Een hoger priesterschap

Gedurende zijn tijd op aarde, was Jezus geen Levitische priester. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt dit heel duidelijk: Want als Hij op aarde zou zijn, zou Hij niet eens priester zijn, omdat er hier priesters zijn, die volgens de wet gaven offeren (Hebreeën 8:4). Jezus was niet afkomstig uit de stam van Levi. Daarom had hij geen recht om de offers van Levitische priesters te brengen.

Jezus had een ander soort priesterschap. Een priesterschap dat beschreven wordt in Hebreeën 6 en 7. Laten we nogmaals kijken naar de verzen die ik citeerde uit Hebreeën: …achter het (tweede) voorhangsel. Daar is de voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, die naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden is tot in eeuwigheid. Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. (Hebreeën 6:19-7:1)

We hoeven niet verder te zoeken. De Hebreeuwse naam Melchizedek betekent ‘koning van gerechtigheid’. Zijn naam openbaarde hem als een koning, en zijn positie was die van priester van Salem, wat vrede betekent. Zijn priesterschap is het eerste dat genoemd wordt in de Bijbel (zie Genesis 14:18). Het Levitische priesterschap onder de wet van Mozes was een tweede, ondergeschikt priesterschap. Het permanente, eeuwige priesterschap was dat van Melchizedek, wat de orde van Jezus’ priesterschap is.

Het is interessant om te zien dat Abraham zijn tienden gaf aan Melchizedek. Op zijn beurt gaf Melchizedek Abraham twee dingen: brood en wijn. Tijdens het laatste avondmaal, toen Jezus het brood en de wijn nam en het gaf aan zijn discipelen, zei Hij in feite: „In deze twee dingen zien jullie het priesterschap van Melchizedek opnieuw ingesteld in Mij.” Deze twee instellingen in de Kerk, tienden en de dienst van het avondmaal, zijn mijns inziens de oudste instellingen in de priesterlijke dienst van de Heer.

Omdat Jezus een priester was – zij het geen Levitische priester – bracht Hij offers, zelfs toen Hij op aarde was. Als we nu Hebreeën weer opslaan, dan zien we welk offer Hij bracht en hoe het op ons van toepassing is. De schrijver citeert Psalm 110: Zoals Hij ook op een andere plaats zegt: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. In de dagen dat Hij op aarde was, heeft Hij met luid geroep en onder tranen gebeden en smeekbeden geofferd (Hebreeën 5:6,7). Deze woorden U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek gaan over Jezus. Dus hebben we nu drie opvolgende offers van Jezus in zijn rol als priester:

  1. Op aarde, offerde Hij gebeden en smekingen, het uitroepend naar God;
  2. Aan het kruis, offerde Hij zichzelf;
  3. In de hemel, offert Hij de eeuwig voortdurende priesterlijke bediening van voorbede.

Jezus’ voorbeeld volgen

Dit voorbeeld van Jezus laat ons zien wat God wil dat wij worden. In het boek Openbaring lezen we: Hem die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in zijn bloed, en die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen. (Openbaring 1:5,6)

 

Door de vergeving van onze zonden en het reinigende bloed van Jezus zijn wij koningen en priesters geworden. Andere vertalingen zeggen ‘koninkrijk en priesters’ of ‘een koninkrijk van priesters’. Hoe je het ook verwoordt, twee van de hoogste functies zijn beschikbaar gemaakt voor mensen – en wij mogen die omarmen! Gods bestemming en doel voor zijn volk is dat wij een koninkrijk van priesters zijn.

Wat betekent dat praktisch voor ons – koningen en priesters zijn? Als koningen zijn we bedoeld om te regeren in zijn koninkrijk, als priesters zijn we bedoeld om offers te brengen. Maar zie je de specifieke samenhang? Een koninkrijk van priesters, of koningen en priesters… Gods kinderen zijn niet het ene of het andere. Als volk behorend tot een koninkrijk is het onze verantwoordelijkheid om de wereld te regeren voor God; maar dit kunnen we alleen doen als we leren om offers te brengen en te dienen als priesters.

Welk soort geestelijke offers verwacht God van ons? Net zoals Jezus gebeden en smekingen offerde tijdens zijn leven op aarde, zo zijn wij daar ook voor geroepen. Wie leert bidden, is ook gekwalificeerd om te regeren.

Roept God jou?

Een aantal jaren geleden ontving ik het Amerikaanse staatsburgerschap. Ik werd Amerikaan door daarvoor te kiezen. Die beslissing heb ik zorgvuldig afgewogen. En ook al zag ik dat de kans groot was dat er een goddelijk oordeel over Amerika zou komen, besloot ik toch om mij te identificeren met dit volk, in goede en in slechte tijden.

Ervoor kiezen om de kracht van gebed te leren begrijpen en als bidder je plaats in te nemen in Gods koninkrijk, is minstens zo ingrijpend. Denk erover na. Ben je bereid om dit te zeggen: „God, als U mij kunt maken tot een priester voor uw koninkrijk, dan ben ik bereid om de prijs te betalen?” Ik wil je zeggen dat er geen hogere roeping is. Als je bidt, dan bereik je de troon. Anderen zien je wellicht niet, want je bent uit het zicht, voorbij het tweede voorhangsel, maar je leven zal voor en namens God een verschil maken, voor nu en in eeuwigheid.

Misschien zie je jezelf momenteel niet als een sterke persoonlijkheid op het gebied van voorbede, maar als je jezelf aan God aanbiedt, dan zal Hij je gaan vormen. Het betekent waarschijnlijk dat je wat veranderingen zult moeten aanbrengen in hoe je de dingen tot nu toe hebt gedaan, maar het verschil zal ook zijn dat je gebedsverhoring zult meemaken. Het is niet moeilijk, het is heel praktisch. We zullen in dit boek gaan leren hoe we God kunnen benaderen, en hoe we kunnen voldoen aan de basisvoorwaarden voor verhoord gebed.

We zullen leren over vele verschillende vormen van gebed, zoals bijvoorbeeld smeken en vragen. We zullen de functie van geestelijke strijd gaan begrijpen. We zullen leren hoe we Gods wil kunnen weten en die naar Hem terugbidden. Het is mogelijk om te bidden met vertrouwen. Besef goed dat God graag wil dat wij krijgen waar we voor bidden!

Mijn gebed voor jou is dat God je zal zegenen in dit avontuur, dat Hij zijn hand op je zal houden en dat Hij je zal leiden in wegen van discipline en onderricht – dat Hij je mag maken tot wat je hebt aangeboden om te worden. Ben je er klaar voor? Dan gaan we op weg.

 

Lees vanaf hier voordat je vraag 8 t/m 11 beantwoordt.

Hoofdstuk 2

Basisvoorwaarden voor verhoord gebed

Hij zal mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren. (Psalm 91:15)

Gebed hoort tot de belangrijkste gelegenheden, de grootste voorrechten en meest invloedrijke bedieningen waar christenen over kunnen beschikken. Nergens lees je dat Jezus zijn discipelen leerde prediken, maar Hij leerde ze wel hoe ze moesten bidden. Ik geloof dat iedereen die een discipel van Jezus Christus wil zijn, die ernaar verlangt om zijn of haar plaats in Gods koninkrijk van priesters in te nemen, er goed aan doet te streven naar effectief leren bidden. God nodigt ons niet alleen uit om te bidden, Hij wacht zelfs op ons!

De Bijbel geeft ons acht voorwaarden om God in gebed te naderen op een manier die beantwoord gebed dichterbij brengt. Dit zijn basisvoorwaarden, de eerste stappen op weg naar gebedsverhoring.

  1. Kom in eerbiedige onderwerping

Zoals we zagen, spreekt Hebreeën 5:7 over Jezus’ leven op aarde, en hoe Hij bad: Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot Hem die Hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God. (NBV)

Al eerder bestudeerden we het eerste deel van dit vers vanuit het gezichtspunt van Jezus als ons voorbeeld van een priester, en hoe Jezus tijdens zijn leven op aarde gebeden en smekingen offerde aan de Vader. Maar aan het einde van dit vers lezen we nog iets anders dat heel belangrijk is. Er wordt ons daar verteld waarom God de Vader altijd de gebeden van zijn Zoon verhoorde, namelijk vanwege zijn diep ontzag voor God. In de Engelse vertaling staat hier ‘eerbiedige onderwerping’. Dat is de eerste voorwaarde om God te naderen.

Hoe kwam dit diepe ontzag of deze eerbiedige onderwerping van Jezus tot uitdrukking? De schrijver van de Hebreeënbrief verwijst naar het moment dat Jezus aan het bidden was in de tuin van Getsémané. Die gebeurtenis staat in Matteüs:

En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt. … Opnieuw, voor de tweede keer, ging Hij heen en bad: Mijn Vader, als deze drinkbeker aan mij niet voorbij kan gaan zonder dat Ik hem drink, laat uw wil dan geschieden. (Matteüs 26:39-42)

Eerbiedige onderwerping houdt dus in dat je tegen de Vader zegt: „Niet zoals ik het wil, maar zoals U het wilt. Uw wil zal geschieden.” Het betekent afstand nemen van onze eigen wil, en Gods wil omarmen. Jezus leerde ons een modelgebed, wat wij noemen ‘Het Onze Vader’. In dit voorbeeldgebed is dit principe opgenomen. Hij leerde ons bidden: Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. (Matteüs 6:10)

Als we tot God komen, dan moet onze grondhouding zijn: „Uw wil geschiedde.” In deze woorden ligt deze betekenis besloten: ‘Als uw wil en mijn wil niet overeenstemmen, dan herroep ik mijn wil, zodat uw wil zal geschieden.’ Als onze wil en de wil van de Vader met elkaar in botsing komen, dan is het de wil van de Vader die vrije doorgang moet krijgen.

Door deze voorwaarde wordt afgerekend met een bepaald aspect van wat Paulus noemt de ‘oude mens’. In zijn brief aan de Efeziërs legt hij het zo uit:

Dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid. (Efeze 4:22-24)

Onze oude mens, of ons oude ik, is wie wij waren voordat God ons veranderde. Onze nieuwe mens is wie God van ons wil maken. Om de nieuwe mens tot uitdrukking te laten komen, moeten we eerst ons oude ik afleggen. Dat is iets wat wij zelf moeten doen, het is niet iets wat God voor ons doet. Als we zeggen: „Niet mijn wil…” dan leggen we daarmee ons oude ik af. En als we vervolgens zeggen: „Uw wil geschiedde”, dan trekken we onze nieuwe ik aan. Dat is hoe we veranderd worden, vernieuwd in ons denken.

Als God alle gebeden van ons oude ik zou verhoren, van alle mensen, dan zou het universum in totale chaos verkeren. Een simpel voorbeeld illustreert dit. De kinderen van de zondagschool houden een picknick en bidden: „Heer, laat het droog blijven.” Maar ondertussen verdroogt de oogst van een arme boer, en hij bidt: „Heer, laat het alstublieft gaan regenen.” Hoe kan God deze beide gebeden verhoren? De waarheid is natuurlijk dat Hij beide gebeden niet hoeft te verhoren, tenzij het een gebed is dat voortkomt uit de nieuwe ik, die zijn eigen wil heeft afgelegd.

We kijken naar nog een typerend voorbeeld. Twee landen zijn in oorlog met elkaar. De christenen in beide landen bidden: „Heer, geef ons land de overwinning.” Hoe zou God dit kunnen doen? Maar weet je, God hoeft dat ook niet te doen. God verhoort de gebeden van de nieuwe ik, maar Hij komt niet tegemoet aan die oude rebel, de oude ik die zijn of haar eigen wil laat gelden.

Dus als we ergens voor bidden, dan moet onze eerste vraag zijn: ‘Bid ik hiervoor omdat ík dit wil, of omdat God dit wil?’ Dat maakt een groot verschil. Als het is omdat ik het wil, dan worden mijn gebeden mogelijk niet verhoord. Maar als ik bid omdat God het wil, dan zullen ze verhoord worden.

Er zijn bepaalde gebieden waar mensen regelmatig voor bidden, zoals het vragen om genezing voor de zieken, of om Gods voorziening in een financiële nood. Zelfs in zulke situaties, waarvan we denken dat het zeker binnen de wil van God zal zijn, moeten we onszelf afvragen: ‘Bid ik voor genezing omdat ik per se genezen wil worden, of omdat ik geloof dat God wil dat ik genees? Bid ik om financiële voorspoed omdat ik dat wil, of omdat dit Gods wil is? Het antwoord op deze vraag zal invloed hebben op onze hele benadering van God.

Ooit kwam er een vrouw naar me toe. Ze vroeg mij om te bidden voor haar zoon die in het ziekenhuis lag. Hij was ongeveer twaalf jaar oud en hij was ongeneeslijk ziek. Ik stond klaar om met haar te gaan bidden, maar zonder er echt goed bij na te denken zei ik: „Heb je je zoon al overgegeven aan de Heer?” Toen ik haar die eenvoudige maar confronterende vraag stelde, werd ze hysterisch. Ze dacht dat ik haar probeerde te vertellen dat haar zoon zou gaan sterven. Dat is beslist niet wat ik in gedachten had. Ik wilde haar er gewoon op wijzen, dat zolang zij haar wil erdoor wilde drukken, de wil van God niet ten uitvoer kon komen. Zolang zij haar zoon vasthield, kon Gods hand hem niet aanraken. Zo lang wij blijven proberen onze eigen wil door te drukken, laten we geen ruimte voor de wil van God.

Nadenkend over het afleggen van je eigen wil en het omarmen van Gods wil, moet je drie waarheden goed in gedachten houden. Om te beginnen, God houdt meer van jou dan jij van jezelf houdt. Ten tweede, God begrijpt jou beter dan jij jezelf begrijpt. En ten derde, God wil alleen het beste voor jou. Als je je echt overgeeft aan de wil van God, dan zul je ontdekken dat het is zoals de Bijbel zegt, Gods wil voor jou is goed, welbehaaglijk en volmaakt (Romeinen 12:2). Iemand die leeft vanuit eerbiedige onderwerping, begrijpt dat gebed niet een manier is om God te laten doen wat wij willen. Als wij zeggen: „Uw wil geschiedde”, dan worden wij instrumenten voor God om te doen wat Hij wil.

Bedenk wat Paulus zei in Efeze 3:20: Hem nu die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, (of zoals een andere vertaling het zegt: Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen… (NBG).

Gods macht om onze gebeden te verhoren gaat onmetelijk ver uit boven alles waar wij om vragen of wat wij zelfs maar kunnen bedenken. Je zou kunnen zeggen: „Hoe is dat dan mogelijk?” Wat zou kunnen uitgaan boven wat ík kan vragen, denken of beredeneren?” Het antwoord is: Alles wat God wil doen.

Wat God wil doen is veel groter, veel hoger en veel beter dan alles wat jij of ik ons ooit kunnen voorstellen. Zolang we God beperken om enkel datgene te doen wat wij willen, missen we wat God wil. Dus om het beste van God te ontvangen in onze gebeden, moeten we tot God komen op dezelfde manier zoals Jezus tot God kwam, met eerbiedige onderwerping en een houding die zegt: „God, niet zoals ik het wil, maar zoals U het wilt. God, ik bid niet om genezing omdat ik genezen wil worden, maar omdat ik geloof dat U wilt dat ik genees.”

Een jaar lang lag ik in het ziekenhuis en de dokters konden mij niet genezen. Ik kwam echter niet genezen uit dat ziekenhuis, totdat ik geleerd had dat God me zou genezen omdat Hij wilde dat ik zou genezen, niet omdat ik zo graag wilde genezen. Kun je die les in gedachten houden?

Als je bidt met eerbiedige onderwerping aan Gods wil, zul je veel hoger stijgen dan je ooit zou kunnen op basis van je eigen wil.

Lees verder

LES 1 VAN DE CURSUS ‘LEER BIDDEN’ STAAT VOOR JE OPEN.

Ga naar de cursusomgeving

Lees verder

DPM NEDERLAND

Nijverheidsweg 12
7005 BJ Doetinchem
KvK#: 41121393

CONTACT

E-mail: info@derekprince.nl
Telefoon: +31 (0) 251 255 044
(elke werkdag van 9.00 uur tot 13.00 uur)

ONDERWIJS- EN NIEUWSBRIEVEN

Ontvang onze gratis onderwijs- en nieuwsbrieven
- per post
- per email