Bekering en Wedergeboorte - studie

"Zonder werkelijke bekering kan geen wedergeboorte plaatsvinden."


Dat zijn twee belangrijke thema’s die Derek Prince behandelt in het boek 'Bekering en wedergeboorte'.

Het volgende is een korte samenvatting van het boek dat samengesteld is uit door hem verzorgde radioprogramma’s.

Bekering

Bekering is één van de belangrijkste leerstellingen van het christelijk geloof, een leerstelling die echter vaak niet goed wordt begrepen, blijkens het leven van veel christenen. Ze worstelen met hun geloof, zoeken en bidden om meer geloof, terwijl in werkelijkheid niet het geloof maar bekering het probleem is. Deze mensen hebben nooit een echte bekering meegemaakt.

Herhaaldelijk komt in de Schrift de oproep tot bekering aan de orde. Jezus’ antwoord op de gebeurtenissen, zoals beschreven in Lukas 13:1-5, luidt: ‘Ik zeg u: nee, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.’ Omkomen wil zeggen: verbannen worden uit de tegenwoordigheid van God. Na dit gezegd te hebben gaat Jezus meteen verder met de gelijkenis van een vijgenboom. Deze gelijkenis heeft dus blijkbaar te maken met het thema ‘bekering’: ‘Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem het komend jaar eruit hakken.’

Johannes de Doper doet in Mattheüs 3 eveneens een oproep tot bekering. Toen ook veel Farizeeën en Sadduceeën zich wilden laten dopen, waarschuwde Hij hen: ‘Adderengebroed, brengt dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering.’ Ook in de boodschap van Paulus klinkt voortdurend deze oproep: ‘(….) ik heb zowel de Joden als de Grieken betuigd de bekering tot God en het geloof in onze Here Jezus Christus.’ (Handelingen 20:20-21) In het Oude Testament betekent het Hebreeuwse woord voor bekering ‘omdraaien’, ‘omkeren’ of ‘terugkeren’; het richt zich op het uiterlijk gedrag. Een Grieks woord dat in het Nieuwe Testament hiervoor wordt gebruikt betekent letterlijk ‘van gedachten veranderen’.

Samenvattend: bekering is een innerlijke beslissing, gevolgd door daden die daaraan beantwoorden: je probeert nu naar Gods maatstaf te leven, ongeacht de omstandig-heden en de consequenties. Iemand kan een trouw kerklid zijn, in eigen ogen recht-vaardig en de rechte weg bewandelend en toch Gods uitspraken in Zijn Woord ter discussie stellend. Van werkelijke bekering is in zo’n geval geen sprake; zo iemand zal ook geen echte vrede en harmonie in zijn/haar leven ervaren.

Wanneer de Joden Petrus vragen wat ze moeten doen (Handelingen 2:38), is zijn antwoord: ‘Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.’ Deze tekst laat zien dat bekering in uiterlijke daden tot uitdrukking komt en dat ze onlosmakelijk met de doop is verbonden. Bekering (en de doop is daarvan het zichtbare teken) wil zeggen dat er een einde is gekomen aan je eigen manier van denken, je eigen mening, je eigen wil. Je verruilt jouw oude leven voor Gods nieuwe manier van leven. Je verandert van koers, je maakt als het ware een ommezwaai van 180 graden.

Die koersverandering hebben we beslist nodig, want we hebben allemaal zo onze blinde vlekken, aldus Derek Prince en hij geeft daarvan drie typerende voorbeelden:

*Niet vergevingsgezind zijn.

*Nalatig zijn: ‘Wie dan weet goed te doen en het niet doet, voor hem is het zonde.’ (Jakobus 4:17)

*Zichzelf willen rechtvaardigen.

In de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (Lucas 18:9-14) laat Jezus zien wat zelfrechtvaardiging inhoudt. De Farizeeër is uitermate tevreden met zijn godsdienstige levensstijl. Hij houdt zich stipt aan bepaalde regels en gebruiken, hoewel die deels naar eigen smaak en ten eigen gerieve zijn aangepast. Zelfrechtvaardiging bestaat dan ook uit het houden van een aantal zelfgekozen regels, die echter, hoe vroom ze ook lijken, niet Gods regels zijn.

Derek Prince besluit de opsomming van deze voorbeelden met de opmerking: Laat de vinger van God toe de blinde vlekken in je leven aan te wijzen, zodat je je kunt bekeren en beter zult gaan zien!

Zo kan het gebeuren dat men van harte bereid is Gods wil te doen, behalve echter op één bepaald punt.

Derek Prince noemt die innerlijke verdeeldheid ‘een vijfde colonne’ in ons hart, een bolwerk van de vijand en zijn manier om ons te verslaan. We moeten die ‘vijfde colonne’ dan ook de oorlog verklaren en ermee afrekenen. Dat is bekering in actie! Vanuit zijn rijke pastorale ervaring concludeert Derek Prince dat menigeen op één bepaald punt in zijn/haar leven niet wil veranderen, aan één bepaalde voorwaarde niet wil voldoen. Hij illustreert dit met meerdere voorbeelden uit de praktijk.

Een prachtig beeld van oprechte bekering is volgens Derek Prince de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15:11-24). De Vader was steeds naar (de terugkeer van) zijn zoon blijven verlangen, maar hij kon niets doen totdat de zoon zelf de eerste stap had gezet. En wat een welkom viel hem toen ten deel! Zijn oudste broer daarentegen reageerde boos op zijn thuiskomst. In zijn hart was opstand tegen zijn vader. Hoe keurig hij uiterlijk ook leefde, ten diepste rebelleerde hij tegen (de keuze van) zijn vader. Deze houding van de oudste zoon lijkt op die van christenen, die veroordelend neer-kijken op mensen waarvan ze allerminst hadden verwacht dat deze tot geloof zouden komen en die ze dan ook allesbehalve hartelijk verwelkomen. Van zo’n houding moeten christenen zich bekeren; in wezen getuigt zo’n houding van rebellie tegen God de Vader. Wat kunnen we als christenen veel van deze gelijkenis leren!

Wedergeboorte

Wedergeboorte is een onderwerp dat nauw samenhangt met de bekering. In Johannes 3 benadrukt Jezus tegenover Nicodemus, die tot de leidende klasse van de Joden behoort, tot drie keer toe de noodzaak van wedergeboorte om het Koninkrijk Gods te kunnen zien. Hij zegt: ‘Als iemand niet wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.’ Het woord dat vertaald is met ‘opnieuw’ of ‘wederom’ betekent letterlijk ‘van boven’. Elders in het Nieuwe Testament wordt het gebruikt in de betekenis: ‘vanaf het begin’ en: ’geboren uit de Geest’. Om Nicodemus duidelijk te maken wat Hij bedoelt, gebruikt Jezus het beeld van de wind om de Heilige Geest aan te duiden. ‘De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid; maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.’ (Johannes 3:1-8) De Geest zelf is onzichtbaar. We kunnen Hem ook niet naar eigen believen of volgens onze regels laten werken.

Maar wat is er dan voor nodig om opnieuw (‘van boven’, ‘uit de Geest’) geboren te worden? In de loop van zijn bediening stelde Derek Prince die vraag aan honderden kerkgangers, die hem daarop geen bevredigend antwoord konden geven.

Het antwoord op die vraag, zegt Derek Prince, is te vinden in Johannes 1:11-13. In vers 11 wordt van Jezus gezegd: ‘Hij kwam tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aan-genomen.’ Als volk in zijn geheel, aanvaardden de Joden Hem niet. In vers 12 lezen we dat van ieder mens een persoonlijke reactie wordt verwacht: ‘Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.’ Hoe wordt iemand een kind van God? Door Jezus Christus aan te nemen en in Hem te geloven. Derek Prince ontdekte dat veel kerkgangers die zich wel christen noemden, nog nooit Jezus Christus hadden aangenomen.

Ook hij behoorde eens tot die groep van mensen. Als filosoof, verbonden aan een gerenommeerde Engelse universiteit, bestudeerde hij de bijbel als een filosofisch werk. Door middel van het verstand, de rede, probeerde hij de waarheden over de God van de bijbel te doorgronden. Uiteindelijk kwam hij tot de erkenning van eigen onvermogen om God te begrijpen en te beredeneren. Daarop liet hij zijn ambities varen en stond Jezus toe in zijn leven te komen. Dat was het begin van zijn persoonlijke relatie met Jezus Christus. De weergaloze, totale revolutie die dit in zijn leven teweegbracht, heeft Derek Prince in dit boek uitvoerig beschreven.

Er is maar op één manier waarop iemand wedergeboren kan worden, namelijk door Jezus Christus aan te nemen. Als iemand door geloof zijn hart voor Hem opent, Hem uitnodigt in zijn leven te komen en Jezus’ heerschappij over zijn leven aanvaardt, dan brengt de Heilige Geest de wedergeboorte tot stand. Er is dan een één-op-één relatie, een levend contact met Jezus Christus door de Heilige Geest.

De wedergeboorte is niet overdraagbaar, bijvoorbeeld van ouder op kind, ze kan niet worden opgelegd en ze is ook niet ‘uit de wil van een mens’, d.w.z. dat je onmogelijk christen kunt worden door je in te spannen om te doen wat God vereist. Zo goed mo-gelijk leven, de tien geboden houden, naar de kerk gaan - al deze menselijke prestaties kunnen de wedergeboorte niet tot stand brengen.

In dit verband is het opmerkelijk dat Jezus zich tot de gemeente in Laodicea richt met de woorden: ‘Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort, en de deur opent, zal Ik bij hem ”binnenkomen en maaltijd met hem houden.’ Hoewel de gemeente van Laodicea beleed in Jezus Christus te geloven, stond Hij in werkelijkheid niet binnen maar buiten en daarom probeerde Hij toegang te krijgen.

In de laatste twee hoofdstukken van het boek van Derek Prince staan twee teksten centraal.

1. ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven (zoë, dwz. goddelijk leven); wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.’ (1 Johannes 5:12) Het getuigenis van God over Zijn Zoon Jezus Christus afwijzen, is het toppunt van hoogmoed, het betekent dat je God een leugenaar noemt: ‘Wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt.’ (1 Johannes 5:10)

Als wij door geloof Jezus Christus aannemen, hebben wij in Hem eeuwig leven en worden wij kinderen van God.

Toch zijn er christenen die in hun denken door Gods tegenstander worden misleid en die zich deze zekerheid niet durven toe-eigenen. In Romeinen 8:16 zegt de apostel Paulus: ‘De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn.’ Het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest geeft ons de vaste zekerheid dat wij eeuwig leven hebben. Eeuwig leven is een onverdiend geschenk van God, een ge-schenk dat we alleen door geloof in de Heer Jezus Christus kunnen ontvangen.

2. ‘Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft.’ (Filippenzen 4:13)

Wat voorheen niet lukte, omdat ik het uit eigen kracht probeerde te doen, lukt nu wél. Omdat ik niet langer op mijzelf vertrouw, maar op de tegenwoordigheid van Jezus Christus in mij. Ik geef mezelf over aan Hem en aan Zijn heerschappij, zodat Zijn goddelijk leven door mij heen kan stromen.

Derek Prince besluit zijn boek met een gebed, een oproep tot het maken van een keuze voor tijd en eeuwigheid:

‘Heer Jezus, ik kom tot U.

Ik erken dat U voor mijn zonden stierf aan het kruis, maar dat U ook weer opstond uit de dood.

Ik heb berouw over mijn zonden.

Wees mij daarom genadig en vergeef mijn zonden, zodat mijn ziel voor eeuwig gered is.

Door geloof neem ik U aan als mijn persoonlijke Redder.

Ik vraag U in mij te komen wonen: Kom binnen Heer en maak alles nieuw in mij!

Ik erken u als mijn Heer en leg mijn leven in Uw handen. Vanaf vandaag ben ik helemaal van U.

Dank U dat ik, omdat ik in U geloof, nu een kind van God de Vader mag zijn en dat U mijn leven leidt.

Ik mag nu juichen en blij zijn, want door U, Heer Jezus, ben ik een kind van God!

Dank U vanuit het diepst van mijn hart!

In Jezus’ naam. Amen!’