Ben je bereid tot overgave? - een voorbeeld uit het leven van Lydia Prince

Ben je bereid tot overgave?

een voorbeeld uit het leven van Lydia Prince

Voor ik naar het getuigenis van Lydia ga, wil ik eerst een Bijbels voorbeeld van overgave bekijken uit 1 Koningen 3. In het eerste gedeelte van dit hoofdstuk verschijnt God in een droom aan Salomo en zegt: “Vraag; wat zal Ik u geven?” Het zal je maar gebeuren, dat God tegen je zegt: ,,Zeg het maar, wat wil je? Ik zal het je geven!’’ U zult zich herinneren dat Salomo niet vroeg om rijkdom of eer, en hij vroeg ook niet om overwinning over zijn vijanden, maar om wijsheid. Hij zei: ,,Geef mij een wijs en een opmerkzaam hart.’’ Met die keuze maakte hij God blij: ,,Omdat gij dit gevraagd hebt’’, antwoordde God, ,,geef Ik u ook de andere dingen, die gij niet gevraagd hebt.’’

Kort daarna kwam de rechtszaak van de twee prostituées die samen onder één dak woonden. Allebei kregen ze een baby en hielden die bij zich in bed. Midden in de nacht draaide een van de vrouwen zich om boven op haar eigen baby, waardoor het kind stierf. ‘s Morgens waren er dus twee moeders met slechts één baby die nog in leven was. De echte moeder eiste de baby op, maar de moeder wiens baby gestorven was, zei dat het kind van haar was. Dus werd de zaak voor Salomo gebracht: in de rechtszaal stonden deze twee vrouwen en een baby: ,,Het is mijn baby’’, zei de echte moeder. Maar de andere vrouw zei: ,,Nee, het kind is van mij!’’ Salomo hoorde het verhaal aan en zei tenslotte: ,,Er blijft maar één oplossing over. Geef me een zwaard, ik hak de baby in tweeën en jullie krijgen allebei een helft.’’ De vrouw die de boel bedroog ging daarmee akkoord, maar de echte moeder wilde haar baby niet zien sterven en zei: ,,Nee, geef het kind dan aan haar, maar laat het in ieder geval leven.’’ Salomo zei: ,,Zij is de moeder’’, en het resultaat was dat zijn wijsheid in heel Israël bekend werd.

De les is heel eenvoudig. Als het werkelijk je baby is, dan geef je het nog liever aan de andere vrouw, dan dat je het ziet sterven. Dat is de werkelijke test. Iemand die in een bediening staat, geeft als het ware geboorte aan een werk, dat is zijn ‘geesteskindje’. Maar op zeker moment - met name wanneer er succes is - komt er iemand die het betwist en opeist en er komt onenigheid en strijd. Als ik zo de geschiedenis van de laatste vijftig jaar bekijk, kan ik persoon na persoon en geval na geval noemen, op wie dit verhaal van toepassing is. En op dat punt, in die onenigheid, komt de werkelijke test. Als het echt je kind is, dan heb je liever dat de ander het krijgt, dan dat het sterft.

Er zijn tijden dat we door zo’n beproeving heengaan. Eis ik mijn bediening en mijn succes voor mezelf op? Werk ik aan mijn eigen reputatie, mijn ‘handelsmerk’? Of ben ik bereid om alles waarvoor ik gewerkt heb, alles wat ik bereikt heb, alles wat ik in gebed bevochten heb, aan een ander over te geven? Het is afhankelijk van de vraag of u zichzelf méér liefhebt dan de baby, of andersom.

De volgende keer dat u in zo’n situatie komt, bent u in staat te beoordelen hoe echt uw liefde is. Als u bereid bent het weg te geven, dan hebt u het echt lief. Als u eraan vasthoudt, dan niet.

Zolang we vasthouden en zeggen: ,,Dat is van mij, Ik laat niet los’’, zullen we niet zien wat God voor ons heeft. Een geest die kan loslaten, ontvangt het erfdeel, maar een geest die grijpt, zal geen deel hebben aan Gods volheid.

Mijn eerste vrouw Lydia herinnerde me geregeld aan een gebeurtenis tijdens de Tweede Wereldoorlog in Palestina, voordat we trouwden. Ze woonde in die tijd in de stad Ramallah, ongeveer 15 kilometer ten noorden van Jeruzalem. Hoewel ze voornamelijk onder kinderen werkte, brak er in de stad een opwekking onder Arabische vrouwen uit. Het was een soeverein werk van God waarin Lydia het kanaal mocht zijn. Die Arabische vrouwen kwamen zo van de straat bij haar binnen, werden gered, bevrijd van duivelse machten en gedoopt in de Heilige Geest, allemaal in één keer. Het werk groeide en bloeide en was een zichtbaar getuigenis van Gods genade. Maar toen kwam er een zendeling die in Jeruzalem woonde, en maakte aanspraak op dit werk. Hij stuurde een Arabische werker die kwam vertellen: ,,Dit is ons werk. Voordat jij hier kwam, hadden we in deze stad een werker.’’ Dat laatste was waar, maar deze werker had tot op dat moment niets bereikt dat blijvend was. Mijn vrouw had door begrip en liefde voor deze vrouwen wèl contact gekregen en daardoor bleven ze komen. De vrouwen hielden van Lydia. Ik kan hiervan getuigen, want toen mijn vrouw en ik later, na vijfentwintig jaar, in Ramallah terugkwamen, renden de vrouwen de straat op om mijn vrouw te omhelzen. Na al die jaren waren ze haar niet vergeten!

Afijn, mijn vrouw werd dus geconfronteerd met de situatie dat deze zendeling haar werk voor zich opeiste. Bovendien had ze in die tijd (WOII) en de cultuur van een oosters land te maken met de macht van een man tegenover een alleenstaande vrouw. Ze zei wat Abraham zei: ,,Goed, kiest u maar. Als u besluit naar links te gaan, dan ga ik naar rechts.’’ De andere zendeling zei toen: ,,Nou, dit is ons werk, dus wij nemen het.’’ Dus vertelde Lydia de Arabische vrouwen: ,,Van nu af aan zullen we geen bijeenkomsten meer hebben. De bijeenkomsten zullen voortaan op die en die plaats worden gehouden; ga daarheen, wees trouw en ondersteun het werk.’’ Na ongeveer twee jaar is het werk als een nachtkaars uitgegaan, omdat de werker die gezonden was om het over te nemen, geen echte roeping van God had voor dit werk. Het werk bleek geestelijk niet echt van hem te zijn.

Maar mijn vrouw behaalde haar eigen, persoonlijke overwinning door overgave. Want onderwijl gebeurde het volgende. Binnen een paar maanden vonden dienstplichtige Britse en Amerikaanse soldaten die gelegerd waren in het Midden Oosten, hun weg naar de kleine zendingspost van Lydia in Ramallah. Ze kwamen daar, op zoek naar God en de vervulling met de Heilige Geest. In de volgende drie tot vier jaar, vonden hele groepen dienstplichtigen God en de doop in de Heilige Geest, in dat kleine zendingshuis.

Ook ikzelf was in die tijd deel van de Britse troepen in het Midden Oosten. Ik was gelegerd in Soedan, in het Zuiden, richting het midden van Afrika. Op een dag ontmoette ik een mede-soldaat die christen was en die me vertelde: ,,Als je echt een zegen wilt beleven, dan moet je eens naar dat kleine kindertehuis gaan, twintig kilometer ten noorden van Jeruzalem!’’ Dus zo snel als ik aan de beurt was, nam ik twee weken verlof en ondernam de reis in noordelijke richting, of liever, eerst zuidwaarts naar Caïro en van daaruit naar Jeruzalem. Uiteindelijk kwam ik terecht in het befaamde kinderhuis en de zegen die ik ontving bleek groter dan ik ooit voor mogelijk had gehouden - het was mijn toekomstige vrouw!

De belangrijke, opmerkelijke factor aan dit verhaal is het volgende. Door de tradities en gewoonten van het Midden Oosten, zouden de Arabische vrouwen nooit hebben mogen komen in een plaats waar zich Britse en Amerikaanse militairen ophielden. Als mijn vrouw had vastgehouden aan de bediening onder de vrouwen, dan zouden de soldaten niet welkom zijn geweest en had het kinderhuis niet die functie van ‘pleisterplaats’ voor hen gekregen. Maar als we ons overgeven, dan krijgen we promotie. Vele van die mannen, mijzelf incluis, zijn uiteindelijk in fulltime bediening terechtgekomen, over de hele wereld: zendelingen, voorgangers en ga zo maar door. Sommige in de Verenigde Staten, anderen in Engeland en weer anderen in Zuid-Afrika.

De les: Je moet bereid zijn los te laten. Het is niet eerlijk, het is onredelijk, het is onrechtvaardig! Nou en? God weet ervan. Hij is degene die het zo heeft gearrangeerd en Hij heeft alles volledig onder controle. Dat is geloof!