Bestemd om op te staan

Gods plan voor herstel van het Lichaam van Christus

Onze tijd beweegt richting haar hoogtepunt: ‘de tijd van het herstel van alle dingen’. Op een moment dat niemand precies weet, zal Jezus terugkeren uit de hemel op de aarde (zie Handelingen 3:19-21). In onze hedendaagse situatie zijn er verschillende elementen, die erop wijzen dat we deze periode al zijn binnengegaan.

Herstel verondertstelt twee dingen: Het terugbrengen van dingen in hun juiste positie en in de juiste conditie. In onze tijd draait dit goddelijke herstelproces zich vooral rond Gods beide verbondsvolken op aarde: Israël en de Kerk. Eeuwenlang heeft Israël in ballingschap over de wereld gezworven, ver van haar door God gegeven geografische erfdeel ten oosten van de Middellandse Zee. In bijna dezelfde periode heeft de Kerk van Jezus Christus een soortgelijke ballingschap meegemaakt, ver verwijderd van haar door God gegeven geestelijke erfdeel, met als belangrijkste elementen: eenheid, autoriteit, een ordelijk gemeenschapsleven, de vijfvoudige bediening uit Efeziërs 4:11, volheid van de gaven van de Geest en een overvloed aan geestelijke vrucht.

In de periode van het Oude Testament was de Kerk een ‘mysterie’, een geheim dat eeuwenlang voor vele generaties verborgen was gehouden en uiteindelijk werd geopenbaard aan de apostelen en de profeten uit het Nieuwe Testament (zie Efeziërs 3:3-9 en Kolossenzen 1:25-27). Om die reden vinden we in het Oude Testament maar weinig profetie over de Kerk. Desalniettemin hebben de oudtestamentische profetieën ons veel te zeggen over de periode van het herstel van de Kerk. Alle principes die beschreven staan voor Israël in het natuurlijke, zijn eveneens van toepassing op het herstel van de Kerk in het geestelijke. Als we deze methode van interpretatie volgen, zien we duidelijk dat het natuurlijke herstel van Israël en het geestelijke herstel van de Kerk parallel lopen – stap voor stap en fase na fase – vanaf het begin van de twintigste eeuw tot de dag van vandaag.

De vallei van de droge beenderen

De profetie in Ezechiël 37:1-10 voorspelt levendig het herstel van zowel Israël als de Kerk. In dit gedeelte lezen we over het visioen van de vallei van de dorre doodsbeenderen:

De hand van de HEERE was op mij, en de HEERE bracht mij in de geest naar buiten en zette mij neer, midden in een vallei. Die lag vol beenderen. Hij deed mij er aan alle kanten omheen gaan. En zie, er lagen er zeer veel op de grond van de vallei, en zie, ze waren zeer dor. Hij zei tegen mij: Mensenkind, zullen deze beenderen tot leven komen? En ik zei: Heere HEERE, Ú weet het! Toen zei Hij tegen mij: Profeteer tegen deze beenderen en zeg tegen ze: Dorre beenderen, hoor het woord van de HEERE. Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u geven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben. Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar, elk been bij het bijbehorende been. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in ze. Hij zei tegen mij: Profeteer tegen de geest, profeteer, mensenkind! Zeg tegen de geest: Zo zegt de Heere HEERE: Geest, kom uit de vier windstreken en blaas in deze gedoden, zodat zij tot leven komen. Ik profeteerde zoals Hij mij geboden had. Toen kwam de geest in hen en zij kwamen tot leven. Zij gingen op hun voeten staan, een zeer, zeer groot leger.

Aan het begin van het visioen wordt Gods volk voorgesteld als een massa droge, ontwrichte en verspreide beenderen. Dan volgen twee fasen van herstel. Ten eerste worden de beenderen verzameld en bovennatuurlijk samengebracht en in elkaar gepast door gewrichten. Vervolgens worden deze skeletten bedekt met banden, spieren, vlees en huid. Aan het einde van de eerste fase zijn alle lichamen compleet, maar er zit nog geen leven in. In de tweede fase komt de adem (of de geest) in de lichamen en ze gaan op hun voeten staan. Aan het einde van de tweede fase heeft God zijn doel bereikt met het ‘zeer grote leger’ dat voor Hem staat. In dit visioen over Israëls herstel komt het initiatief van God, maar gebruikt Hij Ezechiël als instrument om zijn plan uit te voeren. Dit geldt ook voor de Kerk. Het herstel van de Kerk is Gods soevereine plan, dat duidelijk in de Bijbel wordt voorspeld. God zal echter mensen uitkiezen en gebruiken om dat plan uit te voeren.

Het belang van gewrichten

Paulus wijst ons in Efeziërs 4:15-16 op hoe belangrijk gezonde gewrichten zijn voor de instandhouding van het lichaam van Christus. Paulus schrijft dat het Gods doel met ons leven is dat wij de waarheid spreken in liefde en zo volledig naar Christus toe groeien. Hij is het hoofd waaruit heel het lichaam, hecht verbonden en bijeengehouden door de steun van al zijn gewrichten, naar de kracht die elk deel is toegemeten zijn volle wasdom bereikt en zichzelf opbouwt in liefde. Paulus leert hier dat gewrichten twee functies hebben. Ten eerste zorgen gewrichten ervoor dat het lichaam aan elkaar wordt verbonden. Door de gewrichten wordt het lichaam sterk en stevig. Hoe sterk de botten in een lichaam ook zijn, ze kunnen alleen functioneren op basis van de kracht van de gewrichten. Als door stress of druk de gewrichten in een lichaam het begeven, dan blijft er een zwak en werkeloos lichaam achter. Ten tweede vormen de gewrichten belangrijke kruispunten in de bevoorrading. Als deze kanalen niet vrij en functioneel blijven, wordt er niet voorzien in de behoeften van het lichaam.

In de vroege kerk waren de gewrichten in goede staat en daardoor was er ook niemand onder hen die gebrek leed (Handelingen 4:34). Dit geldt helaas niet voor de kerk van vandaag. Gods voorziening is echter nooit veranderd. Hij is nog altijd in staat om elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk (2 Korinthe 9:8). Als de gewrichten van het lichaam echter niet goed functioneren, ontvangen veel christenen niet hun deel van Gods voorziening. Velen van ons lijden gebrek op verschillende gebieden van ons leven – geestelijk, emotioneel, lichamelijk, financieel of sociaal.

In Kolossenzen 2:18-19 schrijft Paulus over gelovigen die in geestelijke problemen komen, doordat ze zich niet houden aan het hoofd, waaruit het hele lichaam, dat van banden en pezen voorzien is en daardoor samengevoegd, opgroeit door de groei die van God komt. Paulus geeft aan dat er twee vereisten zijn om bewaard te blijven voor dwalingen. Ten eerste moeten we stevig verbonden zijn met het Hoofd, Jezus Christus. Ten tweede moeten we in eenheid verbonden blijven door de banden en pezen (de relatie) met onze medegelovigen. Onze persoonlijke relatie met Christus heeft prioriteit, maar is niet voldoende in zichzelf. Er moet een gezonde, stabiele relatie zijn met andere gelovigen, waarmee God ons heeft samengevoegd in één lichaam.

De banden van het verbond

In het natuurlijke lichaam zijn de banden het weefsel dat de botten bij elkaar houdt, tot op het punt waar ze samengevoegd worden in het gewricht. De kracht van een gewricht is dus nooit sterker dan de kracht van de banden die de gewrichten samenbinden. In het lichaam van Christus vormen de gewrichten de persoonlijke relaties tussen christenen die God heeft samengevoegd. Maar wat zijn dan de banden die de gewrichten kracht en zekerheid bieden? Het antwoord is volgens mij ‘verbondstoewijding’.

In de Bijbel vinden we heel gewone alledaagse verbonden, die niet meer zijn dan afspraken of contracten in het natuurlijke leven tussen twee of meer mensen: bijvoorbeeld het verbond tussen Salomo en Hiram (1 Koningen 5:8-12). Er is echter ook een hogere vorm van verbond, waarin God de eerste partij is. Zo’n verbond wordt door God zelf geïnitieerd en daarna door een of meerdere mensen aanvaard en aangegaan. Zowel het oude als het nieuwe verbond zijn voorbeelden van zo’n ‘hoger verbond’. Het hogere verbond kunnen we definiëren als ‘een door God geïnitieerde plechtige, wederzijdse toewijding tussen Hem en één of meerdere mensen, die door de menselijke partij wordt aanvaard en bekrachtigd’.

In een dergelijk verbond hebben beide partijen duidelijk omschreven verplichtingen. In zowel het oude als het nieuwe verbond, verplicht God zich vrijwillig om zijn verbondspartij te redden, te onderhouden, in stand te houden en te beschermen. Aan de menselijke kant van het oude en nieuwe verbond bestaan echter verschillen. Onder het oude verbond was het de verplichting van de mens om zich aan de wet van Mozes te houden. Onder het nieuwe verbond is de mens verplicht om in de Heer Jezus Christus te geloven en Hem te gehoorzamen.

In de Semitische samenleving in de tijd van de Bijbel was het gebruik om een verbond te sluiten door middel van een gezamenlijke maaltijd, waarbij beide partijen van één brood aten en uit één beker dronken. Om die reden was het voor Jezus heel logisch om het nieuwe verbond te initiëren tijdens een plechtige maaltijd, waarin iedere deelnemer at van één brood en dronk uit één beker (zie Matteüs 26:26-28). Door deze ene gebeurtenis werden alle volgelingen samengebonden in één heilig verbond. Sindsdien is de viering van het avondmaal in Gods ogen een vernieuwing van dat verbond, waarin alle deelnemers met God en met elkaar worden samengebonden.

Wat zijn op menselijk vlak dan de wederzijdse verplichtingen die we naar elkaar toe aangaan als we het avondmaal vieren? Ik zal dit uitleggen door het toe te passen op mijn eigen leven. Als ik met jou het avondmaal vier, dan erken ik daarmee dat jij mijn geestelijke broer of zus bent en deel uitmaakt van hetzelfde goddelijke gezin. Ik verplicht mijzelf om je lief te hebben, zorg voor je te dragen en jouw welzijn te zoeken – en, als het nodig is, mijn leven voor je neer te leggen. Als je een legitieme nood hebt, waarin jij niet, maar ik wèl kan voorzien, dan is het mijn plicht dat te doen. Als jij lijdt, lijd ik met je mee. Als jij eer ontvangt, verheug ik me met jou. Deze wederzijdse verplichting geldt niet alleen richting de mensen met wie je persoonlijk avondmaal viert, maar met alle christenen die dat doen in het ware geloof in Christus; dus het hele lichaam van Christus wereldwijd.

De gevolgen van een gebroken verbond

De verplichtingen van een verbond zijn zo vergaand dat de gevolgen van het niet nakomen ervan zeer serieus zijn. Judas Iskariot stapelde hiermee een enorme schuld op zichzelf. Eerst deelde hij het brood met Jezus, om er vervolgens tussenuit te knijpen om Hem te verraden. David geeft ons een levendige beschrijving van deze gebeurtenis in Psalm 41:10: Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, trapte mij na met zijn hiel. Judas was dubbel schuldig, omdat hij eerst het verbondsbrood met Jezus at en Hem vervolgens verraadde.

Om deze reden waarschuwt Paulus de christenen in Korinthe om het avondmaal alleen met een oprechte en plechtige toewijding te gebruiken en de verplichtingen ervan te aanvaarden, ten opzichte van zowel de Heer als elkaar. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen (1 Korinthe 11:29,30). Deze gelovigen ‘onderscheiden het lichaam van de Heer’ niet. Ze zagen niet in dat ze door avondmaal met elkaar te vieren met elkaar in een verbond van toewijding traden.

Een van de gevolgen was dat veel mensen in Korinthe ziek en zwak waren en zelfs veel mensen vroegtijdig stierven. Aangezien we in de kerk van vandaag dezelfde toestand aantreffen, is het niet moeilijk om daar één van de oorzaken voor aan te wijzen. Christenen die tijdens het avondmaal niet bereid zijn de verplichtingen van het verbond aan te gaan, kunnen maar beter niet deelnemen aan de viering.

Een van de meest bekende verbonden in deze tijd is het huwelijksverbond. Het huwelijk is een serieuze, diepgaande toewijding van een man en een vrouw, voor Gods aangezicht. Ze wijden zich toe om hun leven volledig met elkaar te delen, in ‘goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid, tot de dood hen scheidt’. Een huwelijksverbond is dus beslist niet afhankelijk van onze stemming, emoties of omstandigheden. Een gebroken huwelijksverbond resulteert in een echtscheiding en de scheuring van een gezin. Een gebroken verbond in het christendom leidt tot jaloezie, rivaliteit, scheuring, gebroken gemeenschap; condities die ervoor zorgen dat het lichaam van Christus ontwricht is en te zwak om effectief te kunnen functioneren.

De spieren van de bediening

In de constructie van ons fysieke lichaam worden banden logischerwijs gevolgd door spieren. Spieren zijn van nature verschillend in grootte en in functie, maar ze functioneren meestal op basis van twee principes: spanning en tegenstand. Als ik bijvoorbeeld mijn arm wil bewegen, dan trekt een spierbundel aan de binnenkant van mijn arm deze in gebogen positie. Een andere spierbundel, aan de tegengestelde kant van mijn arm, trekt deze vervolgens weer terug in een rechte positie. Deze combinatie van spanning en tegenstand houdt de arm gezond en maakt dat hij effectief functioneert. Als de tegengestelde spanningen stoppen, raakt de arm in feite verlamd.

In het lichaam van Christus wordt de functie van de spieren vervuld door de verschillende vormen van bediening waarin God voorziet. Deze bedieningen zijn net als spieren. Ze hebben spanning en tegenstand nodig om effectief te functioneren. Jarenlang zag ik dit niet in. Van binnen was ik altijd bang voor spanning en tegenstand binnen het lichaam van Christus. Ik stelde me eenheid voor als een situatie waarin alles en iedereen op precies dezelfde manier functioneerde. Ik realiseer me nu dat je daarmee geen eenheid bereikt, maar verlamming.

Als we deze behoefte aan spanning en tegenstand tussen bedieningen begrijpen, wordt het makkelijker om de eenheid van het lichaam van Christus te zien als iets wat we praktisch echt kunnen bereiken. Dingen die ik voorheen zag als inconsequent met eenheid, zie ik nu als noodzakelijke spanningen, om het lichaam als geheel goed te laten functioneren. Wat zijn de belangrijkste spanningen die we tegenwoordig in de christelijke wereld aan het werk zien? We kunnen deze in twee groepen opsommen: spanningen tussen denominaties of andere groepen en spanningen tussen individuele gelovigen.

Spanningen tussen denominaties en groepen:

  1. Liturgische versus spontane aanbidding
  2. Woord-georiënteerd versus charismatisch
  3. Traditie versus nieuwe openbaring
  4. Individueel leiderschap versus meervoudig leiderschap

Spanningen tussen individuele gelovigen:

  1. Extravert versus introvert
  2. Impulsief versus voorzichtig
  3. Inspiratie versus analytisch
  4. Mystiek/profetisch versus praktisch/administratief
  5. Evangelisatie versus pastorale zorg

Wat een opluchting dat we met al deze tegenstellingen niet hoeven te kiezen tussen het een of het ander. Het lichaam van Christus heeft ze beide nodig. De spanning en tegenstelling die er tussen deze bestaat, is de sleutel tot het goed functioneren van het lichaam van Christus, omdat het daardoor actief en flexibel blijft. Het is wel belangrijk dat de banden van het verbond op hun plaats moeten zijn om die spanning en tegenstelling van de spieren van de bediening aan te kunnen. Als de botten niet eerst gezekerd zijn door verbondstoewijding, zal de spanning van verschillende bedieningen het lichaam uit elkaar trekken, en zal de Kerk tot niets in staat zijn.

De laatste fase

Als de banden en spieren op hun plaats liggen, zullen vlees en huid vanzelf volgen, waardoor een compleet en uitgebalanceerd lichaam ontstaat. De opvulling met vlees is een beeld van de activiteiten en relaties, die vormgeven aan het totale leven van de christelijke gemeenschap. De huid vertegenwoordigt de verschillende manieren waarop zo’n gemeenschap direct contact maakt met de wereld om haar heen.

Tenslotte moeten we terug naar het visioen van Ezechiël voor de laatste belangrijke les. In de eerste fase bewoog God op bovennatuurlijke wijze op de dorre beenderen, die Hij samenbracht tot complete lichamen. Maar in de tweede fase was God niet meer bezig met de individuele beenderen, maar met complete lichamen. In deze fase van de Kerk brengt God nog steeds individuele gelovigen samen in lichamen – lokale gemeenten. Maar als deze fase wordt afgesloten, zal God met zijn ‘zeer grote leger’ niet meer bezig zijn met geïsoleerde individuele gelovigen, maar alleen met complete lichamen – lokale gemeenten. Daarom is het voor iedere gelovige van groot belang om zijn door God gewezen plaats in het lichaam van Christus in te nemen.

Lees ook:

- Gods Kerk herontdekt

- Het huwelijk, een verbond