Betekenis van het avondmaal

Betekenis van het avondmaal: Goddelijk priesterschap hersteld in jou!

Met Goede Vrijdag gedenken we dat Jezus Christus voor onze zonden stierf aan het kruis, en ons door zijn dood verzoening bracht met God de Vader. Juist deze dag beseffen we de rijke betekenis van de avondmaalsviering. Voor onkerkelijken is het avondmaal vaak maar een raadselachtig gebeuren. Voor christenen is het echter een viering van de kern van het evangelie: het nieuwe verbond met God, in het bloed van Jezus Christus. En ook al gebruiken verschillende groepen christenen verschillende benamingen - eucharistieviering, tafel of maaltijd des Heren, communie – het offer van Jezus staat centraal.

Jezus stelde het sacrament van het avondmaal in tijdens de laatste Pesach-maaltijd die Hij met zijn discipelen op aarde vierde. Dit plaatst het avondmaal direct in een bepaalde context, namelijk die van verlossing en bevrijding. Maar er is nog een ander aspect van van deze instelling, dat ons zou ontgaan als we niet eerst keken naar Genesis 14:17-24.

We lezen hier over een ontmoeting tussen Abram en één van de meest mysterieuze personages uit het Oude Testament, Melchizedek. De naam Melchizedek betekent ‘koning van gerechtigheid’. Ook lezen we dat hij de koning van Salem is, de oorspronkelijke naam van de stad Jeruzalem. Het woord Salem stamt rechtstreeks af van het Hebreeuwse woord shalom. Deze man is dus koning van gerechtigheid en koning van vrede.

Toen ging de koning van Sodom uit, Abram tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van het verslaan van Kedorlaomer en de koningen die met hem waren, naar het dal Sawe, dat is het Koningsdal. En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste.

In dit vers wordt voor de eerste keer in de bijbel het woord priester gebruikt, een belangrijk Bijbels thema. Wanneer zo’n thema voor de eerste keer in de Bijbel voorkomt, legt dat de basis voor alles wat er later nog over wordt geschreven. Deze ontmoeting met Melchizedek toont ons dus het basisconcept van Bijbels priesterschap.

Abram heeft hier een ontmoeting met twee koningen: de koning van Salem en de koning van Sodom. Twee steden met twee verschillende associaties en zeer verschillende bestemmingen! In zeker opzicht wordt Abram hier geconfronteerd met een keuze.

En Melchizedek zegende hem [Abram] en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij [Abram] gaf hem [Melchizedek] van alles de tienden. De koning van Sodom nu zeide tot Abram: Geef mij de mensen, en behoud de have voor u.

De koning van Sodom zei als het ware: ,,Je hebt mij, mijn volk en mijn bezittingen gered. Uiteraard wil je daar een vergoeding voor hebben. Ik ben tevreden als ik alleen maar mijn mensen mag houden, en ik zal je al het andere geven.’’

Doch Abram zeide tot de koning van Sodom: Ik zweer bij de HERE, bij God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde: Zelfs geen draad of schoenriem, ja niets van het uwe zal ik nemen, opdat gij niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt! Geenszins, alleen wat de knechten hebben verteerd en het aandeel der mannen, die met mij gegaan zijn, Aner, Eskol en Mamre, laten die hun aandeel ontvangen.

Abram wees het aanbod van de koning van Sodom resoluut af. Hij aanvaardde wat Melchizedek aanbood, maar weigerde wat de koning van Sodom hem aanbood.

In Hebreeen 7 lezen we meer over de aard van Melchizedeks priesterschap, en over de verschillen met het priesterschap naar de orde van Levi. De schrijver vertelt ons bovendien dat Jezus geen priester is naar de orde van Levi, maar naar de orde van Melchizedek. Onthoud dat het priesterschap van Melchizedek het oorspronkelijke priesterschap vormt. Het priesterschap van Levi, dat pas werd geïntroduceerd onder de Wet van Mozes, was een priesterschap van een lager niveau.

Wie de voorschriften van het Levitische priesterschap bestudeert, ziet dat Levitische priesters het volk van God niets konden aanbieden dat de mensen niet eerst zelf aan hen hadden geschonken. Maar Melchizedek bood Abram iets aan wat Abram nooit zelf had geschonken aan Melchizedek. De koning van Sodom bood Abram iets aan – namelijk de buit van de strijd – wat Abram eerst zelf had verkregen. Dit wees Abram echter radicaal af.

Volgens Hebreeën 7 konden Levitische priesters dienen zolang zij leefden; er waren dan ook veel priesters en zij brachten voortdurend offers, zonder dat die ooit definitief afrekenden met het probleem van de zonde. Maar Jezus, als hogepriester naar de orde van Melchizedek, is nadat Hij één eeuwigdurend offer voor de zonde heeft gebracht, gaan zitten aan de rechterhand van de Allerhoogste (zie Hebreeën 10:14). Levitische priesters stonden altijd, omdat hun taak er nooit op zat. Er was nooit een laatste, definitief offer gebracht. Maar Jezus ging wèl zitten, omdat Hij een eeuwig offer voor de zonden had gebracht. Hij zou nooit opnieuw een offer hoeven brengen, want het was volbracht. En het offer dat Hij bracht, was Hem voorheen niet geschonken door mensen. Het was zijn eigen offer aan de mensen.

Met deze achtergrond in gedachten lezen we nu in Mattheüs 26:26-29 de beschrijving van het avondmaal des Heren:

En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen [of ‘dankzegging’] uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders.

Wat betekent het dat Jezus het brood en de wijn nam, en dit aanbood aan zijn leerlingen? Dit waren precies dezelfde elementen als die de Koning van Salem, Melchizedek die tevens priester was(!), aanbood aan Abraham. In feite zei Jezus hier: ,,In mij zien jullie het priesterschap van Melchizedek terugkomen. Het was afwezig gedurende de periode dat de Wet het verbond belichaamde. Maar onder het nieuwe verbond wordt het priesterschap van Melchizedek hersteld.’’

Het is veelzeggend dat Melchizedek zowel koning als priester was. Onder de Wet van Mozes waren het koningschap en het priesterschap strikt gescheiden. Zij konden zelfs niet verenigd worden, want priesters moesten afstammen uit de stam van Levi en de koning moest uit de stam Juda komen. Een koning kon nooit priester zijn, en een priester nooit koning. Maar toen Jezus opstond bij het laatste avondmaal en de wijn en het brood aanbood, zei Hij daarmee: ,,Hier is het priesterschap van Melchizedek opnieuw ingesteld. Ik ben een priester, niet naar de orde van Levi, maar naar de orde van Melchizedek.’’ En door die daad stelde Hij het nieuwe verbond in zijn bloed in.

In 1 Korinthiërs 11:25 herinnert Paulus ons aan Jezus’ instelling van het avondmaal:

Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.

Met het avondmaal maken we zichtbaar dat Jezus Christus, de Zoon van God, stierf en aan het kruis zijn bloed voor ons vergoot. Iedere keer dat we dat doen, doen we het in herinnering aan Hem. God wil dat we nooit vergeten dat Jezus voor ons stierf als zondaars. Ik ben ervan overtuigd dat veel christenen door geestelijke moeite gaan en klein van zichzelf denken en spreken omdat hun gedachten niet gericht zijn op de dood van Jezus en ze dus maar blijven hangen in het zondaar zijn; ze twijfelen of God wel van hen houdt. Als je je het kruis herinnert, dan hoef je niet laag te denken en spreken over jezelf. Het kruis is de demonstratie van Gods liefde voor ons.

Romeinen 8:32: Hoe zal Hij Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

Voel je je klein, schuldig en zondig en worstel je met je zelfbeeld? Gebruik dan vaak het avondmaal - dat mag, want er staat immers: zo dikwijls gij dit drinkt… Er staat niet: ‘zo zelden…’. Op die manier sta je heel vaak stil bij Jezus die stierf voor jouw zondaarschap, waarmee hij jou een heilige, Koninklijke priester heeft gemaakt in zijn nieuwe verbond. Dat zal je genezen.

De achtergrond van de instelling van het avondmaal is dus niet alleen de verlossing en bevrijding, maar ook het opnieuw instellen van het priesterschap van Melchizedek, de eerste hogepriester die tevens Koning was van Gerechtigheid en Vrede.

In Jeruzalem staat al vele eeuwen geen tempel meer, en er is geen priesterorde meer om offers te brengen. Maar dat alles is niet erg, als we beseffen dat Jezus Christus onze Hogepriester is in eeuwigheid!

De volgende keer dat je avondmaal viert, bedenk dan dat je eet en drinkt om deel te hebben aan een koninklijk priesterschap; als priester offeren we onszelf als een levend, heilig en God welgevallig offer, om als Koning zijn autoriteit te vestigen in ons leven en in onze omgeving!

Mediteer eens over de teksten uit Hebreeën 7 tot 9, en gebruik bijvoorbeeld onderstaande verzen als onderwerp om God voor te danken.

Nu kan Hij ieder die door Hem tot God komt volkomen redden, omdat Hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten. (Hebreeën 7:25, NBV)

Zo is Hij dan bemiddelaar van een nieuw verbond; Hij is immers gestorven om ons te verlossen van de overtredingen tegen het eerste verbond. Nu kunnen allen die geroepen zijn het beloofde eeuwige erfdeel ontvangen. (Hebreeën 9:15, NBV)

Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar hij nu bij God voor ons pleit. (Hebreeën 9:24, NBV)