De dwaling van Bileam

Uit het wonderlijke verhaal van Bileam de tovenaar, dat staat opgetekend in Numeri 22-25, trekt Derek Prince in deze compacte studie drie fundamentele lessen. Deze principes zijn enerzijds tijdloos en universeel, maar anderzijds ook voor de wereldwijde Kerk juist vandaag heel actueel en toepasselijk.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof het verhaal van Bileam, de waarzegger, weinig te zeggen heeft voor christenen in deze tijd. De schrijvers van het Nieuwe Testament verwijzen echter in driemaal naar Bileam, op drie verschillende plaatsen, en altijd op een waarschuwende toon. Zijn verhaal bevat drie belangrijke lessen voor ons, die we in deze korte studie zullen bekijken.

Bileam is een vreemde en intrigerende persoonlijkheid, een verbijsterende combinatie van bovennatuurlijke geestelijke gaven en tegelijk een gecorrumpeerd karakter. In de hedendaagse kerk zien we helaas steeds opnieuw bedieningen met een vergelijkbare combinatie van enerzijds geestelijke gaven en anderzijds een corrupt karakter.

Het verhaal van Bileam begint op het moment dat het volk Israël eindelijk is aangekomen bij de grens van het land Kanaän. Hun aanwezigheid maakt Balak, de koning van Moab, nerveus en angstig, want zijn grondgebied grensde aan het kamp van de Israëlieten. Blijkbaar zag hij de Israëlieten als een bedreiging voor zijn koninkrijk, hoewel zij niets hadden gedaan om zijn angst te rechtvaardigen.

Omdat hij zich niet in staat voelde om de strijd met Israël aan te gaan, besloot Balak om geestelijke wapens tegen hen in te zetten. Hij zond enkele van zijn prinsen, met een vergoeding voor waarzeggerij op zak, naar Bileam, om hem een vloek over Israël te laten uitspreken. Als “waarzegger” (of toverdokter) had Bileam de reputatie dat de zegeningen en vervloekingen die hij uitsprak een zeer krachtig effect hadden, hetzij ten goede, hetzij ten kwade.

Bileam kwam uit Pethor in Mesopotamië. Hij was geen Israëliet. Toch kende hij de enige ware God persoonlijk, want toen Balak hem vroeg om Israël te vervloeken, antwoordde hij: “Ik zou niet in staat zijn het bevel van de Here, mijn God, te overtreden.” Het woord dat hier vertaald staat als “de Here”, is de geaccepteerde vertaling van de Hebreeuwse heilige naam van God, “Jehova” of “Jahweh”. Bileam kende God bij Zijn heilige naam en noemde Hem ook “de Here, mijn God”.

Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet medegaan, gij zult dat volk niet vervloeken, want het is gezegend. (Numeri 22:12)

Als reactie stuurde Balak een nog grotere delegatie van edele prinsen stuurde, met de belofte van een nog veel grotere beloning. Ditmaal gaf de Heer Bileam echter toestemming om te gaan, op voorwaarde dat ze hem moesten komen roepen. (Numeri 22:20*)

*In het Nederlands staat dit verkeerd vertaald en komt dit niet tot uiting, maar in het Hebreeuws staat er dat ALS ze hem komen roepen, dat hij dan mocht meegaan, red.

Er staat echter nergens vermeld dat de mannen Bileam opnieuw kwamen roepen. Toch ging hij, en door zijn ongehoorzaamheid werd de Heer woedend op hem, en ontnam hem bijna zijn leven tijdens de reis. Uiteindelijk liet de Heer hem toch gaan, maar gaf hem de voorwaarde: Doch alleen het woord, dat Ik tot u spreken zal, zult gij spreken. (Numeri 22:35)

Balak verwelkomde Bileam en trof uitgebreid voorbereidingen voor hem om Israël te vervloeken. Maar elke keer was het resultaat precies het tegenovergestelde. Al met al sprak Bileam vier profetieën uit, die behoren tot de meest mooie en krachtige openbaringen uit de Bijbel, van Gods onherroepelijke toewijding om Israël te zegenen.

Toen hij in zijn pogingen om Israël te vervloeken door God werd gedwarsboomd, stelde Bileam een andere strategie voor tegen de Israëlieten (zie Numeri 31:16): Als de Moabitische vrouwen de Israëlieten konden verleiden tot afgoderij en immoraliteit, dan zou het niet langer nodig zijn hen te vervloeken, want God Zelf zou dan immers oordeel over hen brengen. Bileams tweede strategie slaagde en 24.000 Israëlieten kwamen om onder Gods oordeel (Numeri 25:1-9).

In dit alles liet Bileam de meest verbazingwekkende, tegenstrijdige houding in inconsequent gedrag zien. Meer dan eens had de Heer hem expliciet verboden om het volk van Israël te vervloeken. Door bovennatuurlijke openbaring ontving hij tot viermaal toe bevestiging over Gods onveranderlijke doel om Israël te zegenen en om hun vijanden te oordelen. Maar hij bleef koppig volharden in zijn samenwerking met Balak, de vijand van Israël, en in het beramen van de vernietiging van Israël. Het was zeker gepast dat hij hetzelfde lot deelde als de andere vijanden van Israël, uitgevoerd door de Israëlieten samen met de koningen van Midjan (Numeri 31:8).

De vraag dringt zich op: “Welke motivatie was zo krachtig en overtuigend dat Bileam keer op keer in precies de tegenovergestelde richting bewoog dan de openbaring die hij van God gekregen had - uiteindelijk zelfs tot zijn eigen vernietiging?” Twee schrijvers van het Nieuwe Testament geven hier helder en specifiek antwoord op:

Doordat zij de rechte weg verlaten hebben, zijn zij verdwaald en de weg opgegaan van Bileam, de zoon van Beor, die het loon der ongerechtigheid liefhad… (2 Petrus 2:15)

Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileamsloon bezweken en door het verzet van een Korach ten onder gegaan. (Judas 1:11)

Het antwoord is duidelijk. Bileam werd verleid tot zijn eigen vernietiging, door de liefde voor geld. Hiervoor was hij zelfs bereid om zijn geweldige geestelijke gaven te prostitueren. Wellicht was hij ook wel gevleid door de aandacht die hij kreeg van koning Balak en zijn prinsen. De liefde voor geld is nauw verbonden met de hang naar naar populariteit en macht. Al deze kwaadaardige lusten groeien vanuit dezelfde voedingsbodem: trots.

De lessen van Bileam

Er zijn drie belangrijke lessen die we uit het verhaal van Bileam moeten leren.

Ten eerste, onze Almachtige God heeft een eeuwige onherroepelijke toewijding gemaakt om de Joden voor eeuwig te vestigen als Zijn volk. Er is geen kracht in het universum, menselijk noch satanisch, die ooit deze toewijding teniet kan doen. De Joden zijn God vele malen ontrouw geweest, en Hij heeft verschillende oordelen over hen laten komen, maar hun ontrouw kan nooit iets afdoen aan Gods trouw.

Het is belangrijk om te zien dat het initiatief in dezen voortkomt uit God, niet uit mensen. De Joden hebben God niet gekozen; God heeft de Joden gekozen. Ik heb een jonge vriend, een voormalige moslim – laten we hem Ali noemen – die op bovennatuurlijke wijze tot Christus werd bekeerd. Na zijn bekering begon hij naar God toe al zijn klachten tegen de Joden op te sommen. Uiteindelijk reageerde God: “Ali, jij hebt geen probleem met de Joden. Je hebt een probleem met Mij. Ik Ben Degene die hen gekozen heeft.” Die jongeman heeft vandaag een bediening in het winnen van moslims voor Christus en leert hen om voor de Joden te bidden.

In Numeri 24:9 onthult Bileams profetie een beslissende factor in het lot van de mensheid en de volken. Sprekend tot Israël zegt hij:

Gezegend, die u zegenen; en die u vervloeken, vervloekt!

Individuen - en landen net zo - bepalen hun eigen bestemming, vaak zonder zich hiervan bewust te zijn, door hun houding ten opzichte van de Joden. Zij die zegenen worden gezegend. En zij die vervloeken zijn vervloekt.

Ten tweede: Eén van satans sterkste en meest succesvolle wapens tegen ons als Lichaam van Christus is de liefde voor geld. Dit is al het geval vanaf de vroegste dagen van het christendom tot in onze tegenwoordige tijd. Een bediening die samengaat met krachtige bovennatuurlijke tekenen – met name wonderen van genezing – kan vrijwel altijd een manier worden om winst te maken.

In 2 Korinthiërs 2:17 vergelijkt Paulus zijn bediening met die van vele van zijn tijdgenoten: Want wij zijn niet als zovelen, die winst maken uit het woord van God. Zelfs in Paulus’ dagen al gebruikten blijkbaar zovele christenen hun bediening om winst te maken!

Geld op zichzelf is niet kwaadaardig. Het ook niet zondig om rijk te zijn. Van nature is geld neutraal. Het kan gebruikt worden voor zowel goede als kwade dingen. Maar als we beginnen geld lief te hebben, dan zijn we in satans val gelopen. In 1 Timotheüs 6:9-10 gebruikt Paulus de meest directe en stevige taal om ons hiertegen te waarschuwen:

Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord.

In mijn eigen bediening heb ik regelmatig gepredikt over Gods plan om gelovigen die aan Zijn Koninkrijk zijn toegewijd, voorspoedig maken. Nu ik hier echter op terugkijk, betreur ik al de gelegenheden waarbij ik die boodschap heb gedeeld, zonder deze in balans te brengen met de waarschuwing die Paulus hier doet in 1 Timotheüs 6. In gedachten zie ik een gelovigen voor me die zijn bezweken voor de liefde voor geld; ze zijn als mensen die een scherpe, vergiftigde dolk hebben gepakt en deze in hun eigen vlees hebben gestoken. Dat is namelijk precies wat Bileam deed.

Ten derde: We moeten het verschil leren begrijpen tussen geestelijke gaven en geestelijke vrucht. Gaven geven mogelijkheden, maar vrucht staat voor karakter. Een gave komt door een enkele korte overdracht, maar een vrucht komt door een langzaam proces van groei en ontwikkeling.

Het ontvangen van een gave verandert niet noodzakelijk iemands karakter. Als iemand trots, onbetrouwbaar of bedrieglijk was voordat hij een bepaalde gave ontving, dan zal hij of zij na na het ontvangen van de gave nog steeds trots, onbetrouwbaar of bedrieglijk zijn. Het ontvangen van een gave zorgt er echter wel voor dat iemands verantwoordelijkheid toeneemt, omdat ook de invloed die hij over anderen kan hebben daarmee toeneemt. Het brengt ook de verleiding met zich mee om “succes” te zien in het christelijke leven te zien in termen van van het uitoefenen van geestelijke gaven, meer dan in termen van het ontwikkelen van geestelijk, Goddelijk karakter. Hoe paradoxaal dat misschien ook lijkt, maar hoe meer gaven iemand ontvangt, hoe meer aandacht hij of zij zal moeten geven aan het ontwikkelen van de vrucht. Wanneer we de overstap maken van tijd naar eeuwigheid, dan zullen we onze gaven achterlaten, maar ons karakter nemen we mee en zal voor eeuwig bij ons blijven.

Dat Bileam op zich heel goed zicht had op het gezegende einde dat de rechtvaardige wacht, wordt bewezen door zijn gebed:

Sterve ik zelf de dood der oprechten en zij mijn einde daaraan gelijk! (Numeri 23:10)

Desondanks werd Bileams gebed niet verhoord. Hij werd ter dood gebracht onder Gods oordeel over de Moabieten, wiens geld hem had verleid om zich tegen God te verzetten.

Het lot van Bileam is ook een heldere illustratie van wat Jezus onderwees in Mattheüs 7:21-23:

Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil van mijn Vader, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd en in Uw naam boze geesten uitgedreven en in Uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.

Simpel gezegd, er is geen enkel alternatief voor het ongecompliceerd en onomwonden gehoorzamen van God. Alleen door Hem te gehoorzamen, verzekeren we ons van een plaats in de hemel.

- Derek Prince

Download studie als pdf

Bestel deze onderwijsbrief gratis!

Het maximale aantal is 20. Neem contact met ons op als je meer onderwijsbrieven wilt bestellen.
Vul hier je e-mailadres in zodat we contact met je kunnen opnemen indien nodig.