De Geest van de waarheid

En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. (Johannes 14:16-17)

Jezus beloofde Zijn discipelen dat Hij de Vader zou vragen hun een Goddelijke Helper te sturen. De Helper gaf Hij een speciale naam: ‘de Geest van de Waarheid’. Tegelijkertijd waarschuwde Hij hen dat de wereld deze Helper niet zou kunnen ontvangen.

De Bijbel geeft hier twee verklaringen voor. Ten eerste, vanaf het moment dat de mensheid in opstand kwam tegen God en zich van hem afkeerde, is ze ook niet meer bereid geweest de waarheid te accepteren die hun onrechtvaardige daden aan het licht bracht. Zij houden de waarheid in ongerechtigheid ten onder, of in de Engelse vertaling: zij onderdrukken de waarheid in ongerechtigheid.

In de tweede plaats heeft de opstand tegen God de mensheid onder de heerschappij gebracht van ‘de god van deze eeuw’: satan, die de gehele wereld verleidt (of in de Engelse vertaling: ‘misleidt’). Hét wapen van satan is bedrog. Hiermee houdt hij de mensheid onder zijn controle. Als zijn vermogen om te bedriegen eenmaal van hem is afgenomen, dan heeft satan verder niets meer te bieden, behalve een plaats samen met hem in het eeuwige vuur!

De menselijke filosofie heeft door de eeuwen heen nooit een bevredigende definitie kunnen geven van ‘waarheid’. De Bijbel daarentegen geeft op de vraag naar ‘waarheid’ een drievoudig antwoord. Ten eerste zegt Jezus: Ik ben de waarheid. Ten tweede zegt Hij als Hij bidt tot God de Vader: Uw woord is de waarheid. Ten derde zegt Johannes ons: De Heilige Geest is waarheid.

In de geestelijke wereld zijn er dus drie ijkpunten voor waarheid: Jezus, het Woord van God en de Heilige Geest. Als deze drie met elkaar overeenstemmen, weten we dat we de waarheid ontdekt hebben, absolute waarheid. Daarom is het belangrijk eerst deze drie criteria na te lopen voordat we aankomen bij een conclusie. Bij iedere geestelijke kwestie moeten we ons dus drie vragen stellen:

• Schildert het Jezus zoals Hij werkelijk is?

• Komt het overeen met Gods Woord?

• Legt de Heilige Geest er getuigenis van af?

Door de geschiedenis heen zou de Gemeente zich veel dwaalleer en bedrog hebben kunnen besparen als ze altijd deze drie criteria voor de waarheid had gebruikt. Het is niet genoeg als een leraar alleen een prachtig beeld schetst van Jezus als het volmaakte morele voorbeeld. Of dat een voorganger zijn gemeente bestookt met een spervuur van Bijbelverzen. Of dat een evangelist zijn publiek boeit met een meeslepende demonstratie van de bovennatuurlijke wereld. Voordat we datgene wat ons wordt aangeboden als de waarheid accepteren, moeten alledrie de criteria met elkaar overeenstemmen: Jezus, Gods Woord en de Heilige Geest.

In de drievoudige presentatie van waarheid, is het de specifieke taak van de Heilige Geest te getuigen: Het is de Geest die getuigt. (1 Johannes 5:6)

Het is de Heilige Geest die getuigt van Jezus als de eeuwige Zoon van God, die Zijn bloed stortte aan het kruis, als afdoend offer voor onze zonden. Charles Wesley zei het op de volgende manier: ‘De Geest antwoordt het bloed, en vertelt mij dat ik uit God geboren ben. De Heilige Geest getuigt ook van de waarheid en het gezag van Gods Woord.’

Paulus schreef aan de Thessalonicenzen:

Omdat onze evangelieprediking niet slechts in woorden tot u gekomen is, maar ook in kracht en in de Heilige Geest en in grote volheid... (1 Thessalonicenzen 1:5)

Ananias en Safira

De Heilige Geest, die de Geest van de waarheid is, en satan, de leugenaar en de vader van de leugen, gaan absoluut niet samen. Dit werd op een dramatische manier duidelijk in de eerste gemeente, toen Ananias en Safira logen over het geld dat zij aan de gemeente hadden gegeven. Ze beweerden de volledige opbrengst van hun verkochte eigendom te hebben gebracht, maar ze hadden er een deel van achter gehouden.

De Geest van de waarheid die in Petrus was, liet zich echter niet bedriegen. Hij beschuldigde Ananias er niet alleen van te liegen tegen mensen, maar bovenal tegen de Heilige Geest, die de Geest van de waarheid is:

Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. En bij het horen van deze woorden viel Ananias neder en blies de adem uit. En een grote vrees kwam over allen, die het hoorden. (Handelingen 5:3-5)

Drie uur later kwam Safira binnen en zij herhaalde de leugen. Net als haar echtgenoot betaalde zij hiervoor met haar leven.

Ananias en Safira maakten zich schuldig aan de zonde van huichelarij, hypocrisie, religieus toneelspel. Ze deden zich vrijgeviger voor en meer toegewijd aan de Heer, dan dat ze in werkelijkheid waren. Voor deze zonde gebruikte Jezus zijn krachtigste woorden, in het oordeel dat Hij uitsprak naar de religieuze leiders van Zijn tijd. In Mattheüs 23 zegt Hij tot zeven keer toe tegen hen: ,,Wee u... huichelaars!’’

Wat is huichelarij?

Het woord huichelarij of ‘hypocriet’ is afgeleid van het Griekse woord hupokrites. Letterlijk betekent dit woord ‘acteur’. Dit is de essentie van huichelarij: je voert een religieus toneelspel op. Waarschijnlijk komt er onder religieuze mensen geen enkele zonde vaker voor dan deze. Sterker nog, sommige vormen van religie dwingen je bijna tot huichelarij.

Als mensen een religieus gebouw binnengaan, verandert hun hele houding. Ze gedragen zich niet meer natuurlijk, zijn niet meer vrij en open. Het lijkt alsof ze gegrepen zijn door de één of andere onzichtbare ‘kramp’. Ze voelen zich verplicht een religieus masker op te zetten. Het soort masker kan per soort religie verschillen, maar slechts heel weinig religies staan mensen toe zichzelf te zijn.

Als de spreker bepaalde zonden veroordeelt, reageren deze mensen met een gepast ‘Amen!’. Maar buiten de gemeente begaan ze deze zonden zonder ook maar een ogenblik last te hebben van hun geweten. Als zij hardop bidden, hebben ze een speciale intonatie en bedienen zich van een speciaal vocabulaire. Ze staan er geen moment bij stil hoe een natuurlijke vader zich zou voelen als zijn kind hem met zulke gekunstelde woorden of met zulk gemaakt gedrag zou benaderen, alleen maar om te proberen indruk op hem te maken.

De God van de Bijbel heeft niets op met hypocriete mensen. Dit komt heel duidelijk naar voren uit het verhaal van Job. De drie vrienden van Job vuurden allerlei religieuze waarheden op hem af. In feite zeiden ze: ,,God zegent altijd de rechtvaardigen, zij lijden nooit onterecht. God oordeelt altijd de onrechtvaardigen, het gaat hen nooit voor de wind.’’ De geschiedenis bewijst echter dat dit niet waar is. Het is gewoon religieuze praat!

Job daarentegen was heel eerlijk. Hij zei: ,,God behandelt me niet eerlijk. Ik heb dit niet verdiend. Maar zelfs als Hij mij doodt, dan nog blijf ik Hem vertrouwen.’’ In Job 42:7 openbaart de Heer hoe Hij denkt over het gedrag van Job en zijn vrienden. De Here sprak tot de Temaniet Elifaz:

Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw beide vrienden, want gij hebt niet recht van Mij gesproken zoals mijn knecht Job. (Job 42:7)

Wij moeten ons afvragen: Wijkt dit religieuze gedrag af van de zonde van Ananias en Safira die hen het leven kostte?

Het moment van de waarheid

Op een bepaald moment in zijn carrière beging koning David twee verschrikkelijke zonden. Hij pleegde overspel met Bathseba, de vrouw van zijn buurman Uria. En om zijn zonde te verbergen zorgde hij ervoor dat Uria werd vermoord.

In eerste instantie leek het erop dat David hier ook nog mee wegkwam. Hij bleef aanbidden zoals hij gewend was. Hij voerde zijn plichten als koning uit. Hij woonde in zijn koninklijk paleis. Aan de buitenkant was er niets veranderd, totdat Gods boodschapper, de profeet Natan, David confronteerde met zijn zonde. Op dat moment hing Davids eeuwige bestemming aan een zijden draadje. Door Gods genade reageerde David op de juiste manier. Hij kwam niet met slappe excuses aan en probeerde zijn zonde niet goed te praten. Hij erkende: ,,Ik heb gezondigd.’’

Later, in Psalm 51, belijdt David zijn zonden in een gebed en smeekt om genade. De verzen 7 en 8 beginnen met het woord Zie... Dit kleine woordje kondigt een plotselinge openbaring aan, een waarheid die van levensbelang is. Vers 7: Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.

David ontdekte iets dat alleen de Geest van de waarheid kan openbaren. Hij zag niet alleen de zonden die hij had begaan, maar ook de afschuwelijke kwade macht van de erfzonde, die woont in elke nakomeling van Adam.

Vers 6 toont de enige basis waarop God bevrijding aanbiedt van de macht van zonde die in ons woont: Zie, Gij wilt waarheid in het verborgene.

Nadat David had gezondigd, zette hij zijn leven als koning gewoon voort op dezelfde manier als voorheen. Maar nu was er een enorme kloof gekomen tussen zijn uiterlijke gedrag en zijn innerlijke hartsgesteldheid. Hij was een huichelaar geworden, een acteur die een toneelspel opvoerde, dat niet meer overeenstemde met wat er in zijn hart leefde. Hiervoor bestond maar één oplossing: eerlijk belijden en oprechte bekering.

Van Palmzondag naar Goede Vrijdag

Door de hele Bijbel heen vinden we deze waarheid terug: God zal nooit een compromis sluiten met de zonde. Dit wordt levendig geïllustreerd door twee dagen uit het leven van Jezus: Palmzondag en Goede Vrijdag.

Op Palmzondag kwam Jezus Jeruzalem binnen als een volksheld, de profeet van Nazareth in Galilea. De hele stad volgde Hem. Hij had gemakkelijk kunnen afrekenen met zijn vijanden, de religieuze leiders, en Zichzelf tot koning kunnen uitroepen. Dat was wat de mensen wilden.

Maar Hij koos een andere weg. Vijf dagen later hing Hij afgewezen, naakt aan een wreed kruis. Waarom? Omdat God nooit een compromis zal sluiten met de zonde. De enige manier om met de zonde af te rekenen was door het offer van Jezus aan het kruis.

Veel christenen praten over opwekking en bidden ervoor. Ze hebben vaak niet in de gaten dat er een barrière voor opwekking is die je niet zomaar kunt overslaan: zonde. Totdat met zonde is afgerekend, kan er geen echte opwekking komen. En daar is maar één manier voor: Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.

Eerlijk gezegd zitten grote delen van de gemeente vandaag vol met ‘bedekte zonde’. Hieronder noem ik een aantal zonden die in de christelijke wereld vaak worden weggemoffeld:

  1. Mishandeling, emotioneel of seksueel misbruik van kinderen. Of een combinatie hiervan.
  2. Gebroken huwelijksbeloften.
  3. Op onethische manier omgaan met geld.
  4. Verslaving aan pornografie (Ik was geschokt toen ik ontdekte hoeveel dit voorkomt onder de leiders in de gemeente)
  5. Gulzigheid. Gerichtheid op bevrediging van onze lichamelijke behoeften.

Gods oplossing is tweeledig. Ten eerste: belijden. Daarna: nalaten. Het is nooit gemakkelijk om zonden te belijden. Toch is er geen andere weg.

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. (1 Johannes 1:9)

God heeft Zich nooit verplicht zonden te vergeven die wij niet willen belijden.

Maar alleen belijden is niet genoeg. De tweede stap is ‘nalaten’. We moeten vastbesloten zijn niet door te gaan met de zonde die we hebben beleden. Laten we het bondige advies opvolgen dat Daniël gaf aan koning Nebukadnezar: Doe uw zonden teniet door rechtvaardigheid. (Daniël 4:27)

Tussen rechtvaardigheid en zonde zit niets. Alle ongerechtigheid is zonde (1 Johannes 5:17). Wat niet rechtvaardig is, is zonde. Sta je oog in oog met een moeilijke beslissing?

Als je door deze studie vraagtekens in je leven bent gaan zetten bij dingen die je accepteerde of als deze studie je heeft gewezen op gebieden waarin je ongehoorzaam bent geweest, open je dan voor de Geest van de waarheid! Hij staat voor je klaar en wil je graag helpen.