De regen en sneeuw van het Woord van God

Het Nieuwe Testament reikt ons een uitnodiging aan om vriendschap te hebben met God. Deze gemeenschap wordt in de Bijbel vaak 'wandelen met God' genoemd.

In Amos 3:3 staat: Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn? Het antwoord dat duidelijk in dit Bijbelvers besloten ligt, is: 'Nee, dat kunnen ze niet.' Als we met God willen wandelen, zullen we het eens moeten zijn met Hem.

'Het eens zijn' kunnen we eenvoudig definiëren als 'een samengaan van wegen en gedachten.' Als we dus met God willen wandelen, zullen we moeten leren onze wegen en gedachten af te stemmen op de Zijne. Maar de Bijbel maakt duidelijk dat onze wegen en gedachten van nature heel anders zijn dan die van God (Jesaja 55). Ze zijn niet op elkaar afgestemd. Verder is het zo dat God niet verandert. Hij stelt dat heel nadrukkelijk in Maleachi 3:6: Voorwaar, Ik, de Here, ben niet veranderd (SV: wordt niet veranderd). Het is dus logisch dat ons maar één alternatief blijft, als we op de uitnodiging willen ingaan met Hem te wandelen. Als we aan de voorwaarden willen voldoen om te kunnen wandelen met God, dan zullen wij onze wegen en gedachten moeten veranderen.

Laten we gaan bekijken hoe God ervoor heeft gezorgd dat we dit kunnen doen. Wat ik zo heerlijk vind van de Bijbel is dat ze ons niet alleen vertelt waar we fout zitten, maar ook hoe we het weer in orde kunnen maken. De uiteindelijke wending is altijd positief, niet negatief. Het negatieve komt alleen naar boven om ons te laten zien dat we het positieve nodig hebben.

We gaan naar het gedeelte in Jesaja 55:6-9, een prachtig en bekend gedeelte, waar God nadrukkelijk stelt dat zijn wegen en gedachten niet de onze zijn:

Zoekt de Here, terwijl Hij Zich laat vinden (dit is behoorlijk dringend); roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten (merk op dat ons grondprobleem niet onze uiterlijke handelingen zijn, maar onze innerlijk wegen en gedachten) en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig (prijs God voor deze belofte!). Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des Heren (dit is heel duidelijk en nadrukkelijk. Gods wegen en gedachten zijn niet als de onze. Vervolgens geeft Hij aan hoe oneindig groot het gat is tussen zijn en onze gedachten:) Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

Het gat is net zo groot als de ruimte tussen de hemel en de aarde. De Bijbel vertelt ons dat de hemelen, het heelal, niet gemeten kunnen worden, iets wat de wetenschap vandaag nog steeds bevestigd. Er is dus een onmetelijk gat tussen zijn wegen en gedachten en de onze. Hoe kunnen we dat gat overbruggen? Het antwoord vinden we in het volgende vers. Ik wil hier benadrukken dat de oplossing van God komt, niet van ons. De mens heeft de oplossing niet in zichzelf. God spreekt verder in Jesaja 55:10-13:

Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt (merk op dat de oplossing van de hemel naar beneden komt, en niet van de aarde naar boven gaat) en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, zo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend. Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen. Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Here zijn tot een naam, tot een eeuwig teken dat niet uitgeroeid zal worden.

Laten we gaan kijken wat er zoal in dit prachtige beeld besloten ligt en hoe God zijn wegen en gedachten van de hemel doet neerdalen naar ons op de aarde.

Ten eerste komt de oplossing bij God vandaan; het komt van boven, en niet van beneden. Van onszelf hebben we geen oplossing.

Ten tweede zien we dat het Gods Woord is, wat Zijn wegen en gedachten naar ons toe brengt. Zoals de regen en de sneeuw van de hemel naar beneden komen, en op aarde de dingen doen waar God over spreekt, zo is het met het Woord wat uit Zijn mond uitgaat. De oplossing die Gods wegen en gedachten naar ons toe brengt, ligt in het Woord van God wat van Hem uitgaat.

In dit beeld van regen en sneeuw zien we dat Gods Woord op verschillende manieren tot ons kan komen. Het kan komen als regen, of als sneeuw. Regen dringt onmiddellijk in de aarde, bevochtigt het, en maakt het vruchtbaar. Maar sneeuw ligt op het harde oppervlak van de aarde, en doet eerst niets; het dringt er niet direct in. Eerst moet de temperatuur veranderen. De zonnewarmte moet doordringen om de sneeuw te smelten. Dan pas kan de aarde het ontvangen. Er wordt wel gezegd dat gesmolten sneeuw beter voor de aarde is dan gewone regen. Zo is het ook met Gods Woord. Soms komt het als regen en kunnen we het onmiddellijk in ons hart ontvangen. Soms lijkt het heel moeilijk door te dringen. We lezen in Johannes 6:60 dat de discipelen zeggen: Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren? Zo is het met sneeuw: ze lijkt op het eerste gezicht koud en onbruikbaar, omdat de grond van ons hart nog niet de zachtheid heeft om haar te ontvangen. Een goede raad: als Gods Woord soms tot u komt als sneeuw, verwerp het niet. Laat het op uw hart liggen, en wacht tot de zon van Gods liefde en genade opkomt die de sneeuw zal doen smelten en uw hart zacht zal maken. Dan zal uw hart het kunnen ontvangen.

Soms komt Gods Woord dus als regen, en soms als sneeuw. Maar als we er op de juiste manier op reageren, dan zal het altijd Gods wegen en gedachten naar ons toe brengen en aan ons bekend maken. God zegt vervolgens dat het twee verschillende dingen in ons zal uitwerken: brood voor onszelf, en zaad voor de anderen. We hebben brood nodig voor onze eigen kracht en gezondheid, maar wat overblijft, is het zaad om aan anderen te geven. Het Woord van God zal beiden in ons leven uitwerken: brood en zaad.

Als we Gods Woord ontvangen als regen en sneeuw, en wanneer we het zijn werk laten doen in ons hart en in onze gedachten, dan levert dat in ons functioneren een aantal blijvende resultaten op. Onze Bijbeltekst noemt die resultaten. In vers 12 zegt God:

Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen.

Wat een prachtige beeldspraak is dit! Laten we eens nader bekijken wat God ons hier belooft. Ten eerste is er vreugde en blijdschap: Want in vreugde zult gij uittrekken. Ten tweede belooft Hij ons vrede: …en in vrede geleid worden. Ten derde is er uitbundige, spontane lofprijs: de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen. Als het Woord van God zijn wegen en gedachten doet neerdalen in ons hart en in onze gedachten zijn er dus drie resultaten: blijdschap, vrede en lofprijs (wat in de Bijbel nauw samenhangt met een dankbaar hart).

In het volgende vers beschrijft God vruchtbaarheid. Hij zegt: Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten (Jesaja 55:13). Er zal dus een verandering komen in hetgeen wordt voortgebracht. Eerst waren er een doornstruik en een distel, nu zullen er myrt en cypres opschieten. De doornstruik en de distel zijn kale en onvruchtbare planten, zij hebben nauwelijks nut. Aan de andere kant zijn de mirt en de cypres mooie, schaduwrijke bomen die de woestijn veranderen. Zo is het met onze eigen gedachten en wegen: ze brengen slechts doorn en distel voort. Maar als Gods wegen en gedachten komen, worden ze vervangen door mirt en cypres. In andere woorden: vruchtbaarheid komt in de plaats van onvruchtbaarheid en kaalheid.

We zetten deze vier gevolgen van het komen van Gods Woord in ons hart en leven even op een rijtje: ten eerste vreugde, ten tweede vrede, vervolgens lofprijs, en tenslotte vruchtbaarheid.

In dit verband nog één laatste gedachte. Aan het eind van vers 13 lezen we: en het zal de Here zijn tot een naam, tot een eeuwig teken dat niet uitgeroeid zal worden.

Het is heel belangrijk dat we inzien dat het uiteindelijk doel van God Zijn glorie is. ...het zal de Here zijn tot een naam... De Heer zal erdoor verheerlijkt worden. Het zal een eeuwig teken zijn van wat God gedaan heeft, dat niet uitgeroeid of vernietigd zal worden. De resultaten van wat God op deze manier voortbrengt in ons hart en leven zijn dus permanent. Het kan niet uitgewist worden. Daarom is het tot Zijn glorie.

Wil je meer lezen over dit onderwijs: 'Gods Woord, kracht en gezag', 'Het actieve krachtige Woord' , en 'Wandelen met God'.