De wortel van antisemitisme

Of: Waarom worden de Joden gehaat?

De haat tegen de Joden verklaard in één woord: Messias!


De Roomskatholieke historicus Michael Flannery heeft eens een korte, maar levendige beschrijving gegeven van 2300 jaar onophoudelijk antisemitisme:

“Als een historicus studie maakt van het antisemitisme, en daarin dus terugkijkt over millenia van verschrikkingen, rest hem slechts één onontkoombare conclusie: Antisemitisme is de oudste en diepste haat die de menselijke geschiedenis kent.

Andere uitingen van haat , de plaatsvonden op één bepaald, afgebakend moment in de geschiedenis, zijn misschien intenser geweest dan het antisemitisme, maar die hebben inmiddels allemaal hun plaats gekregen in de ‘vuilnisbank der historie’, of zullen die binnenkort daar een plaats krijgen.

Welke andere ideologie van haat heeft 23 eeuwen overleefd? En welke andere collectieve haat blijft zelfs na een absoluut dieptepunt van 6 miljoen dodelijke slachtoffers gewoon door bestaan? En heeft zelfs de veerkracht in zich om opnieuw groot te worden?Zo’n enorme, indrukwekkende reeks van catastrofale gebeurtenissen schreeuwt om een verklaring. Hoe is in deze mix van voortdurende onderhuidse haat en openlijke tegenstand ontstaan? Wie of wat is hier verantwoordelijke voor? “ (Uit ‘The anguish of the Jews’ door Michael Flannery – Paulist Press, 997 Mac Arthur Blvd., Mahwah, NJ 07430)

De auteur gaat dan verder met zijn eigen verklaring voor het antisemitisme. Zijn opmerkingen zijn verhelderend en nuttig, maar geven in mijn ogen geen afdoende verklaring voor het probleem. Door de jaren heen heb ik vele verklaringen gehoord voor antisemitisme, die een scala aan benaderingen vertegenwoordigden: theologische, filosofische, sociologische, economische….. Maar geen van alle leek helemaal sluitend.

In 1946 besprak ik dit vraagstuk met mijn eerste docent Hebreeuws, Mr. Ben Zion Segal. Hij was toen secretaris van de net opgerichte Hebreeuwse Universiteit, die in die tijd was gelegen op de Mount Scopus in Jeruzalem.

Mr. Segal geloofde dat het probleem van antisemitisme ten diepste een sociologisch probleem is: Joden waren overal een etnische minderheid met een heel eigen cultuur, die zich afzijdig hield van de heidense cultuur in het land dat hun gastvrijheid bood. “Als de Joden nu maar een eigen staat krijgen – wat twee jaar later gebeurde – dan zal de basisoorzaak van het antisemitisme zijn weggenomen”, zo redeneerde mijn leraar.

Ik antwoordde toen: “Als u gelijk heeft, en de oorzaak van het antisemitisme is sociologisch, dan zal de oprichting van een eigen staat het probleem inderdaad grotendeels oplossen. Maar als – naar mijn persoonlijke overtuiging – het probleem geestelijk is, dan zal de vestiging van een Joodse staat niets oplossen…. Sterker nog, het zal de uitingen van haat tegen de Joden juist intensiveren, omdat die haat vanaf dat moment één duidelijk mikpunt krijgt: de nieuw gevestigde Joodse staat.”

Als ik vandaag terugkijk over bijna vijftig jaar, moet ik – helaas – constateren dat de geschiedenis me gelijk heeft gegeven. De vestiging van de staat Israël heeft het antisemitisme niet opgelost, maar heeft het slechts voorzien van een andere naam. Eén die politiek ‘juister’ is: antizionisme. Maar hoe het ook heet, de agressie is toegenomen.

Hoewel ik hiermee het antisemitisme had ontmaskerd als een geestelijk probleem, had ik nog niet de wortel blootgelegd. Maar kort geleden, zonder dat ik er bewust naar op zoek was, ontving ik twee keer achter elkaar een aantal inspirerende Bijbelverzen, die – naar mijn overtuiging – het antisemitisme terugvolgen naar zijn wortel.

Toen ik sprak in onze eigen gemeente in Jeruzalem, hoorde ik mezelf op een gegeven moment zeggen: “Antisemitisme kan worden samengevat in één woord: MESSIAS!” Op dat moment werd me duidelijk dat het antisemitisme vanaf zijn oorsprong maar één enkele bron heeft gehad: satan, die besefte dat zijn Overwinnaar – de Messias – zou voortkomen uit een volk dat daartoe speciaal door God is gevormd. Dit volk zou één gemeenschappelijk kenmerk dragen: De Messias zou een voorbeeld zijn van gehoorzaamheid aan zijn aardse ouders, zonder daarmee Zijn Hemelse Vader te onteren door enige vorm van afgoderij. Tegen die achtergrond zien we de Joden: Zoals het Joodse volk eeuw na eeuw door God is gekneed en gevormd, voldeed alleen dit volk aan de eis (van gehoorzaamheid aan aardse ‘ouders’, zonder te vallen in afgoderij en daarmee God te onteren, red.)

Toen zag ik, dat vanaf de geboorte van Israël als staat, satan onophoudelijke twee dingen geprobeerd heeft:

1. Het volk Israël verleiden tot afgodendienst. En als dat niet lukte;
2. Hen volledig vernietigen als natie.

Satans pogingen de Joden te verleiden tot afgodendienst, worden steeds weer zichtbaar wanneer je de nationale geschiedenis van het volk bestudeert.

En ook het tweede element, de poging het volk te vernietigen, keert steeds weer terug. De verre geschiedenis toont twee belangrijke pogingen van satan om Israël als volk te liquideren. In Egypte beval Farao de moord op alle mannelijke baby's. Als dit zou zijn doorgezet, zou dat inderdaad het einde zijn geweest van Israëls bestaan als volk. Later in de geschiedenis lukte het Haman bijna om een decreet uit te vaardigen, dat de vernietiging opdroeg van alle Joden in het Perzische rijk – wat in de praktijk betekende: alle Joden die in die periode leefden!

In de tweede eeuw voor Christus probeerde Antiochus Epifanus, de dictator van Sirië, met geweld het Joodse volk te dwingen afstand te doen van zijn unieke bestemming als natie. Ook trachtte hij de afgoden-cultuur van het omliggende Griekse rijk in Israël te brengen. Het is slechts te danken aan de moedige weerstand van de Makkabeeën dat deze pogingen verijdeld werden en dat anderhalve eeuw later de Joodse natie tot aanzijn kwam, waarin de Messias kon worden geboren.

Door Zijn offerdood aan het kruis volbracht Jezus het doel waar hij voor gekomen was: Als vertegenwoordiger van Israël en van alle landen, vervulde Hij de eis van Gods gerechtigheid ten gunste van ons, en deed daarmee alle aanklachten van satan tegen ons teniet. Daarmee heeft Hij satan totaal, voor eeuwig, onherroepelijk verslagen! Maar de volledige uitwerking van deze overwinning, wordt pas ten volle openbaar bij de tweede komst van Jezus.

Satan, die over het algemeen meer aandacht besteed aan Bijbelse profetieën dan de meeste predikers, beseft dit heel goed. Hij weet dat hij, tot het moment dat Jezus terug komt, de vrijheid heeft om al zijn slechte activiteiten te ontplooien en zichzelf op te werpen als ‘de god van deze tijd’ (2 Korinthiërs 4:4). Daarom is er één gebeurtenis die satan meer angst inboezemt dan wat ook, en die hij uit alle macht tegenwerkt: de wederkomst van Jezus in glorie en macht, om Zijn koninkrijk te vestigen en om satan van de aarde te verbannen. Satans weerstand tegen de wederkomst van Jezus is de onzichtbare macht achter vele van de conflicten en onlusten in de wereld.

In zijn rede over de laatste dingen wees Jezus op twee gebeurtenissen die eerst moeten plaatsvinden, voordat Hij naar de aarde zal terugkeren. In Mattheüs 24:14 zei Hij: “En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld geproclameerd worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.” Tegen het einde van Zijn aardse bediening gaf Jezus Zijn discipelen een duidelijke opdracht: “Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping”(Marcus 16:15). En: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen...” (Mattheüs 28:19)

Jezus heeft deze opdracht nooit ingetrokken. Ze is nog steeds van kracht. Hij zal niet terugkomen voor Zijn discipelen die opdracht hebben uitgevoerd. Daarom zal Satan alles doen wat binnen zijn mogelijkheden ligt om de kerk af te houden van de uitvoering van deze opdracht. Hoe langer de kerk draalt en afwacht, hoe langer satan zijn vrijheid behoudt.

Overigens had Jezus even vòòr deze passage al tegen de Joden in Jeruzalem gezegd: “Zie, uw huis (dat is de tempel) wordt aan u overgelaten. Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren” (Mattheüs 23:38-39)

De manier waarop de Heer de harten van de Joden hierop zal voorbereiden staat voorzegd in Zacharia 12:10: “Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.

In de Engelse vertaling staat: “…. Zij zullen Mij aanschouwen, die zij doorstoken hebben…..”.

De Heilige Geest zal op een bovennatuurlijke manier werken in de harten van het Joodse volk. Hij zal hen duidelijkheid geven over hun Messias en dat zal hen leiden tot berouwvolle bekering, omdat zij Hem afgewezen en gekruisigd hebben. Maar let wel dat deze passage specifiek gericht is tot ‘het huis van David en de inwoners van Jeruzalem’. De terugkeer van de Joden naar hun eigen land en naar de stad Jeruzalem moet èèrst gebeuren. Totdat dit gebeurt, zal de overwinning op satan niet volledig van kracht worden.

Dit is dus de tweede voorwaarde die moet zijn vervuld, voordat Jezus terug zal komen: De Joden moeten opnieuw verzameld worden in hun eigen land en in de stad Jeruzalem, en hun harten moeten voorbereid worden om Jezus te erkennen als de Messias. Zo zeker als Jezus voor de eerste keer kwam door de Joden, zo zeker zal Hij voor de tweede keer komen tot de Joden.

Dit inzicht gaf me een totaal nieuw begrip van de wereldwijde verwarring en opwinding over de situatie in Israël. Wat zou anders kunnen verklaren dat de wereldpers, de Verenigde Naties en de machtigste regeringen van de aarde bijna dagelijks aandacht hebben voor dit hele kleine strookje land ten oosten van de Middellandse Zee, met een bevolking van vijf miljoen mensen, in een gebied zo groot als West-Nederland? Er is geen gewone, politieke verklaring te vinden voor zo’n concentratie van wereldmachten rond een land en een volk dat in normale omstandigheden onbetekenend klein zou worden geacht. Ik zag toen ook de openbaring van Joël 3:1-2 in een nieuw licht. Daar staat dat God in het einde van de tijd recht zal spreken over alle landen, op basis van hun houding tegenover de terugkeer van het volk Israël in zijn eigen land:

“Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden…..” De betekenis van deze openbaring is vèrstrekkend en beangstigend. Onze houding ten aanzien van Jezus’ wederkomst wordt duidelijk uit twee dingen:

1. Onze visie voor wereldevangelisatie, en
2. Onze zorg voor de terugkeer van de Joden in hun eigen land.

Als we onverschillig zijn tegenover wereld evangelisatie, dan zijn we – of we dat nu erkennen of niet – onverschillig tegenover de wederkomst van Jezus.

Waarschijnlijk zijn er veel christenen die in ieder geval praten over de noodzaak van wereldevangelisatie, maar die nog blind zijn voor het belang van Israëls herstel. Toch zijn het allebei hoofdthema’s van de profetieën in de bijbel en van Jezus’ eigen prediking.

Het herstel van Israël gaat veel dieper dan theologie of een intellectuele discussie. Uiteindelijk is het een geestelijke zaak. De geest die zich verzet tegen Israëls herstel, is de geest die de wederkomst van Jezus tegenstaat. Hij mag zich verschuilen achter veel vermommingen, maar het is uiteindelijk de geest van satan zelf.

Geconfronteerd met deze duidelijke, Bijbelgetrouwe feiten, moeten wij onszelf een beslissende vraag stellen: Ben ik oprecht toegewijd om binnen al mijn mogelijkheden de taak van wereldevangelisatie èn het herstel van Israël als natie volledig te ondersteunen? Het antwoord zal onze ware houding tan aanzien van Jezus’ wederkomst blootleggen.

Meer over dit onderwerp is te lezen in het boek: Beloofd land