Geloof komt door het horen van rhema, het Woord van God

Om te illustreren langs welke weg het rhema komt en het resultaat dat dit voortbrengt, kijken we naar twee prachtige gebeurtenissen uit de Bijbel, één uit het Oude Testament, David, en één uit het Nieuwe, Maria.

In 1 Kronieken 17 zien we David die als koning over Israël is aangesteld, zegevierend, voorspoedig en welvarend. In tegenstelling tot zijn eigen luxueuze paleis ziet hij de bescheiden tabernakel waar nog steeds de heilige ark van Gods verbond in staat en hij krijgt het verlangen een tempel te bouwen die God waardig is. De profeet Nathan, met wie David zijn verlangen bespreekt, moedigt hem eerst hartelijk aan, maar de volgende nacht spreekt God tot Nathan en zendt hem naar David terug met een heel andere boodschap. Die begint met: ,,Ú mag voor Mij geen huis bouwen...'' en eindigt met ,,de HEERE voor ú een huis zal bouwen.''(vs.4,10)

Hier zien we een voorbeeld van het verschil tussen de wegen en gedachten van God en die van de mens. Het hoogste wat David in zijn eigen gedachten kon voortbrengen, was nog steeds op het aardse vlak: dat hij een huis voor God zou bouwen. De belofte die vanuit God tot hem terugkwam, was op hemels niveau, veel hoger dan David ooit bedacht kon hebben, namelijk dat God een huis voor hem zou bouwen. Bovendien had David het woord 'huis' gebruikt in zijn materiële betekenis, gewoon als een plaats om te wonen. Maar in Zijn belofte gebruikte God het woord in zijn bredere betekenis, namelijk een nakomelingschap, een koninklijk huis dat voor altijd zou blijven bestaan. In zijn boodschap had Nathan een rhema gebracht aan David, een direct, persoonlijk woord van God. In antwoord daarop "ging koning David de heilige tent binnen en nam plaats voor het aan­gezicht van de HEERE." (vers 16). Wat deed hij toen? Ongetwijfeld moest hij allereerst zijn eigen plannen en vooropgezette ideeën laten varen. Langzamerhand, toen hij leeg geworden was van zijn eigen ideeën, begon hij zich met geconcentreerde aandacht te richten op Gods boodschap, en liet dit diep tot hem doordringen. In deze houding van innerlijke stilheid, kon hij gaan 'horen'. Uiteindelijk kwam uit het horen geloof voort - het geloof dat nodig was om toe te passen wat God hem had beloofd. Nog steeds aanwezig in Gods tegenwoordigheid antwoordde David:

"Nu dan, HEERE, laat dit woord, dat U over Uw dienaar en over zijn huis gesproken hebt, voor eeuwig bewaarheid worden, en doe zoals U gesproken hebt." (vs.23)

Het woord, dat U gesproken hebt... dat was het rhema. Het was niet afkomstig van het aardse niveau van Davids eigen wegen en gedachten. Het was afkomstig uit de hemel en deed Gods wegen en gedachten tot David afdalen. Toen hij dit rhema gehoord had en het binnenin hem geloof had voortgebracht, maakte David zich de belofte eigen door een gebed dat eindigde met vijf korte woorden: Doe zoals U gesproken hebt. Deze vijf woorden zijn het krachtigste gebed dat iemand kan bidden, zo eenvoudig, zo logisch en toch onweerlegbaar in zijn uitwerking. Als we er eenmaal werkelijk van overtuigd zijn dat God iets tot ons heeft gesproken en we Hem op onze beurt vragen te doen wat Hij heeft gezegd, hoe kunnen we dan nog twijfelen of Hij het zal doen? Welke macht in de hemel of op aarde kan dat dan nog beletten?

We gaan nu van David zo'n duizend jaar verder in de Joodse geschiedenis naar een nederige afstammelinge van zijn koninklijk huis, Maria, in de stad Naza­reth. We lezen in Lucas 1 dat een engel aan haar verscheen met een regelrechte boodschap van de troon van God:

"En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven.

Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen "(Luk. 1:31‑33).

Toen Maria zich afvroeg hoe dat zou kunnen gebeuren, legde de engel haar uit dat het zou gebeuren door de boven­natuurlijke kracht van de Heilige Geest en hij besloot met de woorden "Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn" (Luk. 1:37). 'Geen ding' of 'niets' betekent in het oorspronkelijke Grieks letterlijk 'geen woord', geen rhema. Het antwoord van de engel kan dus ook vertaald worden met 'geen woord (rhema) dat van God komt, zal krachteloos blijven' of iets vrijer vertaald: 'Ieder woord (rhema) van God bevat de kracht voor zijn eigen vervulling.'

De engel had Maria een rhema gebracht, een regelrecht persoonlijk woord van God tot haar. Dat rhema had in zich de kracht om in vervulling te doen gaan wat beloofd was. De uitkomst was afhankelijk van Maria's reactie. Zij antwoordde: "Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig Uw woord "(Luk. 1:38). Door deze woorden ontsloot Maria de bovennatuurlijke kracht van God in haar fysieke lichaam. Als gevolg daarvan vond het grootste wonder in de geschiedenis van de mensheid plaats: de geboorte van Gods eeuwige Zoon vanuit de schoot van een maagd.

Maria's antwoord, in alle eenvoud, was vergelijkbaar met dat van David, die zei: Doe zoals U gesproken hebt. Maria zei: Laat met mij geschieden overeenkomstig Uw woord. Elk van deze eenvoudige antwoorden stelde de wonderwerkende kracht van God in werking, om de belofte te vervullen die gegeven was. In beide gevallen bevatte het rhema, dat in geloof ontvangen was, de kracht voor zijn eigen vervulling.

Misschien vragen sommigen zich af of het wonder van de geboorte van Jezus werkelijk van Maria's geloofsreactie afhing. Dit wordt echter heel duidelijk bevestigd door de woorden waarmee Eli­sabeth later Maria begroet: "En zalig is zij die geloofd heeft, want wat haar van de kant van de Heere gezegd is, zal volbracht worden" (Luk. 1:45). De betekenis is duidelijk: de belofte ging in vervulling omdat Maria erin geloofde. Zonder dat geloof zou er voor Gods wonderwerkende kracht geen moge­lijkheid zijn geweest om de gedane belofte te vervullen.

Laten we nu eens kijken hoe de ervaringen van David en Maria met elkaar parallel lopen:

  1. Tot allebei kwam een rhema, een regelrecht persoonlijk Woord van God.
  2. Dit rhema gaf de wegen en gedachten van God weer, ver boven wat zij zelf ooit in hun eigen gedachten of eigen voorstelling hadden kunnen bedenken.
  3. Op het 'horen' van het rhema ontstond bij beiden geloof.
  4. Beiden brachten hun geloof tot uitdrukking in een een­voudige uitspraak waarmee zij hun toestemming gaven voor wat beloofd was: 'Doe zoals U gesproken hebt,' en 'Laat met mij geschieden overeenkomstig Uw woord.'
  5. Geloof dat op deze manier tot uitdrukking wordt gebracht, opent de weg voor de kracht van God in het rhema, om de vervulling tot stand te brengen van wat beloofd is.

God werkt vandaag nog op dezelfde manier met de gelovigen. Door de Heilige Geest neemt Hij vanuit Zijn eeuwige raadsbesluit (logos) een rhema, een specifiek woord dat past in onze speciale situatie in tijd en ruimte. Als we dit rhema 'horen', dan komt het geloof. Vervolgens, als we het geloof gebruiken dat we ontvangen om ons het rhema eigen te maken, ontdekken we dat het in zichzelf de kracht bevat die nodig is om zijn eigen vervulling tot stand te brengen.