Gods staf in onze hand

Leestijd: 11 min.

Wanneer we in de Bijbel een scepter of staf tegenkomen, is dat het embleem van een heerser en het teken van zijn autoriteit. Zo is Christus’ scepter het teken van Zijn autoriteit. En God plaatst Zijn staf in onze handen...

Inleiding

In mijn vorige onderwijsbrieven legde ik uit dat het Gods bedoeling is dat wij samen met Christus regeren als koningen en priesters. In deze brief wil ik dit thema verder uitwerken en afronden door te kijken naar twee Bijbelse voorbeelden van een gewone staf in mensenhanden, die door God bijzonder werd. God plaatst Zijn staf in onze handen. Vervolgens sluiten we in dit verband deze serie af met een korte studie van het derde vers van Psalm 110, waarvan we de eerste twee verzen al in de vorige brief behandeld hebben.


Een naam op de staf

In Numeri lezen we dat op een gegeven moment Aärons autoriteit als hogepriester ter discussie werd gesteld door de andere stamhoofden. Ze zeiden: waarom is het alleen Aäron, waarom wij niet? En God besloot: laten we dit voor eens en altijd oplossen. Hij zei tegen Mozes:

Spreek tot de Israëlieten en neem van hen een staf voor elke familie, ...twaalf staven. Ieders naam moet u op zijn staf schrijven. Maar de naam van Aäron moet u schrijven op de staf van Levi, want één staf moet er zijn voor het hoofd van hun families. En u moet ze neerleggen in de tent van ontmoeting, vóór de getuigenis, waar Ik u ontmoeten zal. En het zal gebeuren dat de staf van de man die Ik verkies, in bloei zal staan. En Ik zal het gemor van de Israëlieten over Mij, waarmee zij tegen u morden, tot zwijgen brengen. (Numeri 17:2-5)

Mozes deed dat wat God zei. Vierentwintig uur later ging hij terug. Elf staven waren precies hetzelfde, de twaalfde staf was in 24 uur opgebloeid en droeg amandelen. Ze controleerden de naam op de staf, het was de staf van Aäron. Aäron de hogepriester, was een voorafbeelding van de Heer Jezus. De bloei van de staf in 24 uur is een beeld van de opstanding die voor altijd Jezus’ identiteit als de Zoon van God en de Hogepriester vaststelde.

De staf heeft dus de naam van de heerser erop staan. Dit is voor mij in perioden van gebed en voorbede zo reëel geworden, dat we de scepter van Christus’ autoriteit, die Zijn naam erop heeft staan, kunnen uitstrekken over de situaties waar we voor bidden. Maar het gezag, de autoriteit, ligt in de naam.


'Wat heb je daar in je hand?'

Ook Mozes had een bijzondere staf. Weet je nog, hij probeerde zijn Israëlitische volksgenoten te hulp te schieten. Dat ging faliekant mis. Hij ontvluchtte Egypte en bracht veertig jaar door in de woestijn om voor de schapen van zijn schoonvader te zorgen. Toen hij tachtig jaar oud was verscheen God aan hem in de brandende struik en vertelde hem dat hij Zijn volk uit Egypte moest verlossen. En op dat moment was Mozes totaal verstoken van zelfvertrouwen: ‘Wat kan ik nou doen?’ En de Heer vroeg:

‘Wat heb je daar in je hand?’ ‘Een staf,’ antwoordde Mozes. ‘Gooi hem op de grond,’ beval de HEER... (Exodus 4:2-3, NBV)

Hij gooide hem op de grond en de staf werd een slang. Mozes vluchtte weg van zijn eigen staf! De les is dat we vaak iets in handen hebben, waarvan we niet weten welke kracht er in zit.

De Heer zei tegen Mozes: ‘...grijp hem bij zijn staart.’ (Exodus 4:4) Nu weet iedereen dat je geen slangen bij de staart moet pakken. Je pakt ze net achter de kop. Maar Mozes gehoorzaamde de Heer en in zijn hand werd de slang weer een staf. En vanaf dat moment wordt die staf de staf van God genoemd (vgl. Exodus 4:20).


Gods staf is sterker

Mozes ging terug naar Egypte en vertelde de Israëlieten dat hij hun verlosser moest zijn. Ze waren blij. En toen ging hij naar farao en zei: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Laat mijn volk gaan...’ (Exodus 5:1, NBV). Vrij vertaald zei farao: nou, ik ken de Heer niet. Waarom zou ik ze laten gaan? Welk bewijs kun je geven?

Aäron gooide de staf op de grond en het werd een slang. Interessant genoeg maakte dat niet veel indruk op de farao. Hij liet zijn tovenaars halen: dit is wat Mozes deed, wat kunnen jullie doen? Zij antwoordden: dat kunnen wij ook! Ze gooiden hun staven op de grond en ook die staven werden slangen.

Maar het hoogtepunt van dit gebeuren is dat de slang van Mozes de slangen van de tovenaars heeft opgegeten. Ik stel me zo voor dat Mozes het paleis verliet met een veel dikkere, zwaardere staf dan hij had toen hij binnenkwam... En die Egyptische tovenaars moesten naar huis zonder die van hen!



Onderschat satan niet

Mozes won dus de eerste ronde, maar de farao was niet overtuigd. Ze hadden een volgende ontmoeting en farao zei tegen Mozes: wat kun je nog meer doen? Mozes antwoordde: ik kan water in bloed veranderen.

Mozes en Aäron deden precies zoals de HEERE geboden had. Hij hief de staf op en sloeg voor de ogen van de farao en zijn dienaren het water dat in de Nijl was. En al het water dat in de Nijl was, werd in bloed veranderd. (Exodus 7:20)De Egyptische magiërs zeiden: dat kunnen wij ook! En dat deden ze ook.

Vervolgens zei de HEER tegen Mozes: ‘Ga naar de farao en zeg tegen hem: “Dit zegt de HEER: Laat mijn volk gaan om mij te vereren. Weigert u dat, dan straf ik uw hele rijk met een kikkerplaag.“ (Exodus 7:26, NBV)

De tovenaars zeiden: dat kunnen wij ook! En ook zij lieten kikkers over het land Egypte omhoog klimmen.(Exodus 8:3)

Het volgende wat Mozes deed was stof in de lucht gooien en dat werd muggen. Ze zaten op alle mensen en dieren. Farao riep de tovenaars en zei: kijk eens wat Mozes deed, wat kunnen jullie? En dan lezen we:

Met hun toverkunsten probeerden ook de magiërs muggen tevoorschijn te brengen, maar zij slaagden er niet in...Daarop zeiden de magiërs tegen de farao: ‘Dit is de vinger van God!’ (Exodus 8:14-15, WV)

Er waren vier bovennatuurlijke demonstraties nodig om hen te overtuigen. Drie van die bovennatuurlijke dingen konden ze doen, pas bij de vierde capituleerden ze. Dit staat in de Bijbel! Probeer mij niet wijs te maken dat de duivel geen bovennatuurlijke krachten heeft... Onderschat satan niet.

We moeten dit echt in gedachten houden, want ik geloof dat dit slechts een voorproefje is van hoe dit tijdperk er uit zal zijn wanneer ze haar einde nadert.


Occultisme in onze tijd

Ik wil dat je ziet dat dit is hoe het gaat zijn aan het einde van deze tijd. Er zijn drie grote patronen van hekserij, het bovennatuurlijke satanische, in het Oude Testament. De tovenaars van Egypte, Bileam, en Izebel. En het interessante is dat naar elk van hen wordt verwezen in het Nieuwe Testament in de context van de Kerk. Dit is een heel belangrijk feit.

In 2 Timotheüs 3 schrijft Paulus over mensen die tegen het Evangelie zijn en in vers 8 en 9 zegt hij:

Op de wijze waarop Jannes en Jambres tegen Mozes in gingen, (Jannes en Jambres waren de namen van de Egyptische magiërs) zo gaan ook zij tegen de waarheid in. Het zijn mensen met een verdorven gezindheid en, wat het geloof betreft, verwerpelijk. Jannes en Jambres waren de namen van de Egyptische magiërs. Maar zij zullen het niet veel verder brengen, want hun dwaasheid zal voor ieder volstrekt duidelijk worden, zoals dat ook bij die twee het geval was.

Paulus schrijft hier over de laatste tijden. Hij zegt dat in de laatste tijden de beoefenaars van het occulte zich zullen verzetten tegen de vertegenwoordigers van het Evangelie, op dezelfde manier als de tovenaars van Egypte zich verzetten tegen Mozes. Wat ik je wil zeggen is dit: de ultieme strijd zal geen strijd van de theologie zijn; het zal een strijd van de macht zijn. Paulus zei: Want het Koninkrijk van God bestaat niet in woorden, maar in kracht. (1 Korinthiërs 4:20)


Met hun toverkunsten probeerden ook de magiërs muggen tevoorschijn te brengen, maar zij slaagden er niet in. Daarop zeiden de magiërs tegen de farao: ‘Dit is de vinger van God!’


Dan iets verderop in hetzelfde derde hoofdstuk van 2 Timotheüs, vers 13, weer sprekend over de afsluiting van deze tijd, zegt Paulus:

Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid.

Nu, alle vertalingen gebruiken een of ander woord als bedriegers. Ik denk dat dat komt omdat ze niet konden geloven dat Paulus meende wat hij zei. Het woord dat Paulus gebruikte betekent letterlijk namelijk ‘een zangmeester’, en het werd altijd gebruikt voor beoefenaars van het occulte, die het zingen gebruikten om boze geesten aan te roepen. Dus wat Paulus zegt is dat naarmate het einde dichterbij komt, de slechte mensen en de beoefenaars van het occulte van kwaad tot erger zullen gaan. Met andere woorden, er zal een gestage, dramatische toename zijn van het satanisch occulte en het uiteindelijke conflict zal zijn zoals het conflict tussen Mozes en de Egyptische tovenaars.


We worden uitgedaagd

Het is niet de vraag welk boek je kunt citeren, het is de vraag wie de machtigste slang heeft. Houd in gedachten dat we daarin uitgedaagd zullen worden. Soms wordt mijn bediening uitgedaagd, hoe geweldig het ook lijkt, en ik heb geleerd om niet te piekeren. Weet je, het zijn niet onze argumenten die doorslaggevend zullen zijn, het is Gods attest en bevestiging. Dus zeg ik: ‘Oké. Als iemand ons uitdaagt, laten we onze staf op de grond gooien en moge de beste slang winnen!’ Ik bedoel, als ik een verliezer heb, wil ik er niet aan vasthouden.


De staf gebruiken

Toen de magiërs verslagen waren, ging Mozes verder met het overnemen van de heerschappij over Egypte. En hij gebruikte slechts één instrument, zijn staf. Alleen die simpele herdersstaf. Niets ingewikkelds, niets geraffineerds. Iets wat de Egyptenaren verachtten omdat ze herders verachtten. En toch ontworstelde Mozes het gezag over Egypte uit de hand van de farao en bracht het in de handen van Gods volk. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat Israël nooit uit Egypte verlost zou zijn als Mozes de geestelijke strijd niet met zijn staf had gewonnen.

Persoonlijk geloof ik ook dat het vandaag de dag hetzelfde is. Gods volk zal nooit in de volheid van Zijn erfenis komen, we zullen nooit echt verlost worden van de krachten van satan en deze wereld, totdat de voorbidders leren om de staf te gebruiken. Dat is de manier waarop we de god van deze tijd zijn macht zullen ontnemen en gebruiken voor de bevrijding van Gods volk. En door die uitgestrekte staf van God delen we nu in de autoriteit van Jezus op de troon. We stellen Hem in staat om te heersen te midden van Zijn vijanden.


God verzamelt een leger

Aan het eind van deze brief wil ik het thema van de laatste vier onderwijsbrieven, ‘koningen en priesters’, afsluiten. In deel 3 besprak ik Psalm 110:1-2:

Godsspraak van de HEER tot U mijn Heer: ‘Ga zitten aan mijn rechterhand en Ik leg uw vijanden als een voetenbank voor uw voeten.’ De HEER zal uw macht vanuit Sion uitbreiden: zwaai de scepter over uw vijand. (WV)

Nu kijken we naar het volgende vers, vers 3, dat gericht is tot Christus op de troon.

Op de dag van de strijd zal uw volk bereid zijn, uw jeugd zal gekleed zijn in heilige uitrustingen, als dauw uit de schoot van de morgen. (WV)

Dat is zeer beknopte taal in het Hebreeuws en er zijn een aantal verschillende manieren om het te vertalen. Ik denk dat de Willibrordvertaling goed heeft vertaald dat deze tekst spreekt over bereidheid. God verzamelt Zijn eindtijd leger en Hij zoekt maar naar één soort persoon: mensen die bereid zullen zijn.


Schoonheid van veiligheid

Vervolgens staat er een ingewikkelde zin, waarvan ik je nu mijn ‘Prince vertaling’ geef:

In de schoonheid van de heiligheid, uit de schoot van de ochtend zal je jeugd naar je toe komen als de dauw.

Ik geloof dat dat de juiste vertaling is. Het is een prachtig plaatje. Ten eerste spreekt het over de schoonheid van heiligheid. En vervolgens spreekt het over de dageraad en over een schoot of baarmoeder. Dit suggereert een periode van nacht en duisternis en dan een dageraad die ook een geboorte is. Ik geloof dat we daar in Gods tijdschema staan. Er is een nacht van duisternis geweest, we komen in een nieuwe fase, er komt een dageraad, het komt door een geboorte, het gaat de schoonheid van heiligheid brengen. Heb je ooit de eerste stralen van de ochtendzon op de dauw op het gras zien inslaan? Er is niets mooiers. God zegt: zo zal de heiligheid in mijn volk verschijnen. Het wordt de frisse ochtenddauw die verlicht wordt door de stralen van de opkomende zon.


Verschillende generaties

En dan staat er: ‘Je jeugd zal naar je toe komen als de dauw.’ We hebben het heersen en regeren behandeld. We hebben de voorbidders besproken. Het andere deel van het beeld is het leger. Ik geloof dat God over de hele wereld een leger aan het vormen is van jonge mensen.

Begrijp me niet verkeerd, er is veel te doen voor de ouderen. Heel veel verschillende bedieningen. Een van de grote bedieningen is voorbede, maar ik wil zeker niet suggereren dat dat de enige bediening is, want als dat zo was, waarom geef ik dan onderwijs?

Maar ik geloof dat de Bijbel en op dit moment ook de Heilige Geest tevens een speciale nadruk leggen op jongeren. De Heer zegt: Ik stel mijn leger samen. Ben je bereid om een vrijmoedig offer te brengen? Wil je jezelf zonder voorbehoud aan Mij geven? Wil je gaan waar Ik je ook maar naartoe stuur, worden wat Ik je ook maak?

Dit moet gepaard gaan met de voorbede, begrijp je? Het leger van jonge mensen zal niet effectief zijn zonder de bediening van de voorbidders die de staf van de goddelijke autoriteit over natie na natie uitstrekken en ze voor God opeisen.

Download studie als pdf

Bestel deze onderwijsbrief gratis!

Het maximale aantal is 20. Neem contact met ons op als je meer onderwijsbrieven wilt bestellen.
Vul hier je e-mailadres in zodat we contact met je kunnen opnemen indien nodig.