Onze schuld aan Israël Deel 1

Klik hier om een printversie te downloaden van deze onderwijsbrief

Onze schuld aan Israël Deel 1
Israël is het volk van God. Hij zegt in Jeremia dat Hij er vreugde in vindt hen te zegenen. Dat Hij hen in hun land zal planten met hart en ziel. Wie Gods hart leert kennen, komt Zijn liefde voor Israël tegen. Wat hebben wij, als Kerk, voor Israël gedaan? Welke houding verwacht God van ons ten aanzien van Zijn geliefde volk in deze tijd van moeite en verdriet voor hen?

Herstel na verwoesting
Dit zegt de HEER: Zoals de hoogte van de hemel niet gemeten wordt, de diepte van het fundament der aarde niet gepeild, zo verwerp ik niet het nageslacht van Israël om alles wat het heeft misdaan, spreekt de HEER (Jeremia 31:37).

God zegt hier dat zolang de hemel onmeetbaar blijft en het fundament van de aarde niet kan worden gepeild, zo lang zal Hij de natie Israël niet verwerpen. Hij zal hen niet uitsluiten van Zijn verbond met hen. De werkelijkheid is zelfs dat hoe meer we proberen de hemel te meten, hoe onmetelijker ze blijkt te zijn! Hiermee zegt God dus dat Israël voor eeuwig Zijn verbondsvolk is. Hij zal Zijn volk nooit afschrijven.

In vele gedeelten van de Bijbel openbaart God tot in detail hoe Hij Israël gaat herstellen. Ik geef twee citaten om te laten zien hoe nauwkeurig deze voorspellingen zijn, en hoe ze op dit moment voor onze ogen in vervulling gaan.

Maar toch, dit zegt de HEER, de God van Israël, (merk op dat Hij de God van Israël is) over deze stad, waarover jullie zeggen:Door het zwaard, de honger en de pest valt ze de koning van Babylonië in handen”: Ik zal de inwoners samenbrengen uit alle landen waarheen ik ze in mijn grote woede en toorn verdreven heb, ze terugbrengen naar deze stad en ze er in vrede laten wonen. Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn. Ik zal hen één van hart en één van zin maken, zodat ze altijd ontzag voor mij zullen hebben en het hun en hun nageslacht goed zal gaan. Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, ik keer mij nooit meer van hen af en zal hen altijd zegenen. Ik zal hen met ontzag voor mij vervullen, zodat zij zich nooit meer van mij zullen afkeren. Ik zal er weer vreugde in vinden hen te zegenen en zal hen voorgoed in dit land planten. Met hart en ziel zal ik dat doen. Dit zegt de HEER: Zoals ik over dit volk al dit grote onheil heb gebracht, zo zal ik het al het goede brengen dat ik hun beloof. (Jeremia 32:36-42)

Dit is een duidelijke, gedetailleerde en realistische parallel. Zoals God alle oordelen over Israël bracht, de verspreiding onder de volken (diaspora), de angst, de ballingschap, en alle andere dingen waar Israël onder heeft geleden in de afgelopen tweeduizend jaar (en de geschiedschrijving geeft ons vele details), net zo echt is het herstel dat God voor Israël heeft gepland, en net zo reëel is Zijn plan om haar voorspoedig te maken. God zegt: “Ik ga hen veranderen. Ik ga hen een hart geven dat zich zal verheugen om Mijn wil te doen en Mijn wetten te houden. Ik zal nooit stoppen hen te zegenen.”

Ik zal mijn grote naam, die door jullie bij die volken is ontwijd, weer aanzien verschaffen. Die volken zullen beseffen dat ik de HEER ben, spreekt God, de HEER. Ik zal ze laten zien dat ik heilig ben; ik leid jullie weg bij die volken, ik breng jullie bijeen uit die landen en laat je naar je eigen land terugkeren. Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. Jullie zullen in het land wonen dat ik aan je voorouders gegeven heb, jullie zullen mijn volk zijn en ik zal jullie God zijn. (Ezechiël 36:27-28)

Iedere christen die deze woorden leest of hoort, zou zich moeten verheugen. Het is een getuigenis van Gods trouw aan Zijn volk, een God Die zich houdt aan Zijn verbond. Israël is een getuigenis van de absolute accuratesse van de Bijbel.

Een veelvoudige schuld

Gods trouw aan Israël is dus een getuigenis van Zijn karakter, en van de betrouwbaarheid van Zijn Woord en Zijn beloften. Maar dit getuigenis is niet het enige dat het volk Israël ons gegeven heeft. Als Israël niet had bestaan, dan waren er geen aartsvaders geweest en geen profeten, geen apostelen, geen Bijbel en geen Redder. In Johannes 4:22 heeft Jezus Zelf al deze dingen samengevat in een enkele uitspraak: …het heil is uit de Joden. Christenen hebben een onbetaalbare geestelijke erfenis te danken aan de Joden. Elke geestelijke zegen die we ooit ontvangen hebben, hebben we te danken aan het Joodse volk.

 

De reactie van de Kerk in de geschiedenis
Het vreselijke in de geschiedenis is echter, dat vele eeuwen lang, ongeveer 17 eeuwen, we als christelijke kerk in plaats van onze schuld aan de Joden te erkennen, we de Joden juist hebben vernederd en vervolgd.

Op uitzonderingen na heeft de christelijke Kerk vanaf de vierde eeuw de Joden stelselmatig bejegend met vooroordeel, verachting, onrecht, en in sommige tijden zelfs met barbaarse wreedheid. Een groot deel van de belijdende christenen is vrijwel volledig onbekend met deze historische feiten, die op hun beurt een onuitwisbare indruk op het Joodse volk hebben achtergelaten. Daardoor is de houding van dit volk ten opzichte van de christenen zeer nadelig beïnvloed.

Kromme theologie is de belangrijkste oorzaak van dit christelijk antisemitisme, dat eeuwenlang heeft kunnen standhouden in de Kerk. Deze theologie hield in dat alleen de Joden verantwoordelijk zouden zijn voor de kruisiging van Christus en dat ze daarom schuldig waren aan de vreselijkste misdaad aller tijden – de moord op God zelf. Op basis van deze theologie hebben veel christenen, inclusief een flink aantal geestelijke leiders, gemeend dat ze hun loyaliteit aan Christus konden laten zien door zijn moordenaars te haten – het Joodse volk. Zelfs een beroemde prediker als Johannes Chrysostomos (ca. 340-420 na Christus), die tegenwoordig heilig is verklaard, beschreef de Joden in zijn preken als: ,,wellustige, roofzuchtige, hebzuchtige, verraderlijke bandieten… aartsmoordenaars, vernielers, mensen die van de duivel bezeten zijn… Door bandeloosheid en dronkenschap zijn ze gedegradeerd tot varkens en wellustige geiten. Ze kennen maar één manier om hun keel te bevredigen, en wel door te drinken, te doden en elkaar te verminken.’’ (Flannery, blz. 48) Bij een andere gelegenheid zei Chrysostomos: ,,Ik haat de synagoge om de wet en de profeten… en ik haat de Joden ook omdat ze de wet overtreden” (Flannery, blz. 49).

Het ergste hiervan is nog niet eens dat een beroemd theoloog zulke uitspraken over Joden kan doen, hoewel dat erg genoeg is. Veel tragischer is nog dat de uitingen van Chrysostomos en anderen zoals hij, grote invloed hebben gehad op de houding en de theologie van vele, vele christenen in de lange eeuwen daarna. Dit kwam tot uiting in talloze gewelddadigheden en wreedheden tegen de Joden. Christenen die meededen aan de eerste kruistocht aan het einde van de 11de eeuw bijvoorbeeld, hebben op weg van Europa naar het Midden Oosten hele Joodse gemeenschappen uitgeroeid, vrouwen en kinderen inbegrepen. Daarna, toen de kruisvaarders in Jeruzalem waren aangekomen, staken zij een synagoge in brand, waarbij alle Joden, die daar bij elkaar waren, de dood vonden. Dit alles werd gedaan in de naam van Christus en onder het teken van het kruis.

Ook de leiders van de protestantse Reformatie, enkele eeuwen later, gaan beslist niet vrijuit. Toen Maarten Luther zijn onderwijs voor het eerst publiceerde, ging hij ervan uit dat Joden erdoor overtuigd zouden worden en zich zouden bekeren tot het christendom. Toen dit niet gebeurde, werd Luther teleurgesteld en verbitterd. Als gevolg daarvan overtrof hij vele katholieken in zijn scherpe uitspraken van verachting voor het Joodse volk. Sommige aanvallen van Luther op de Joden zijn te schokkend om hier te herhalen. Daarom volgt hier een voorbeeld van één van zijn mildere uitspraken:

,,De Joden verdienen de zwaarste straffen. Hun synagoges zouden met de grond gelijk gemaakt moeten worden en hun huizen vernield. Ze zouden in tenten gedreven moeten worden net als zigeuners. Hun religieuze geschriften zouden afgepakt moeten worden. Het zou hun rabbijnen verboden moeten worden de wet nog te onderwijzen. Ze zouden geen enkel beroep meer moeten kunnen uitoefenen. Alleen het ruwste werk zou door hen gedaan moeten worden. Het vermogen van rijke Joden zou geconfisqueerd moeten worden, en het geld zou gebruikt moeten worden om de Joden te steunen die zich wel willen bekeren. Als al deze maatregelen geen effect mochten hebben, zouden christelijke vorsten verplicht moeten zijn de Joden van hun landgoed te verwijderen, zoals ze dat met wilde honden zouden doen.’’ (Baar, blz. 121)

Eeuwen later, toen de nazi’s in Duitsland aan de macht kwamen, gebruikten zij de uitlatingen van Maarten Luther om hun antisemitische politiek te propageren. De kracht van het niemand ontziende antisemitisme dat de nazi’s op gang wisten te brengen in Duitsland en Polen, was niet nieuw. Het had diepe historische wortels van vele eeuwen terug. De christelijke Kerk is de hoofdverantwoordelijke voor deze situatie. We zouden de ontwikkeling van de historische processen kunnen samenvatten door te zeggen dat de nazi’s slechts een oogst hebben binnengehaald die door de Kerk is gezaaid.

 

Onze verantwoordelijkheid erkennen
Als christenen vandaag geconfronteerd worden met de verschrikkelijke feiten over antisemitisme in de geschiedenis van de christelijke Kerk, reageren ze soms door elke verantwoordelijkheid af te wijzen. ,,Dat is gebeurd in andere kerken’’, zegt men dan. ,,In onze kerk zouden we ons niet schuldig maken aan zulke gedachten of daden.’’ Ook ikzelf was in eerste instantie geneigd me achter dergelijke argumenten te verschuilen. Maar op een dag bepaalde de Heilige Geest mij heel duidelijk bij wat Jezus in een soortgelijke situatie zei tegen de religieuze leiders van zijn tijd:

Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen,  en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.”  Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben. (Matteüs 23:29-31)

Doordat deze godsdienstige mensen ontkenden verantwoordelijk te zijn voor de misdaden van hun voorvaderen tegen de profeten, erkenden ze impliciet wel dat ze de zonen waren van degenen die de profeten hadden vermoord. Ik geloof dat hetzelfde principe van toepassing is op de misdaden die de Kerk bedreven heeft tegen de Joden. We kunnen niet beweren bij de Kerk te horen, maar tegelijkertijd ontkennen dat we mede verantwoordelijk zijn voor de manier waarop de Kerk de Joden behandeld heeft. Tenslotte bestaat er in Gods ogen maar één Kerk. Als we geïdentificeerd willen worden met die ene Kerk, dan moet dat een volkomen identificatie zijn. We kunnen niet aan de ene kant het goede dat de Kerk ons heeft nagelaten aannemen en ons op hetzelfde moment distantiëren van het slechte. We moeten in het bijzonder ons aandeel in de verantwoordelijkheid voor het christelijke antisemitisme erkennen en er alles aan doen om deze vreselijke situatie op te lossen.

In de Tweede Wereldoorlog zijn veel Joden gered uit de handen van de nazi’s, door toedoen van aartsbisschop Roncalli. Toen hij later paus werd, heeft hij het volgende ‘gebed voor bekentenis en boetedoening’ geschreven om in alle rooms-katholieke kerken te gebruiken:

,,Wij zijn ons vandaag bewust dat we vele eeuwen met blindheid geslagen zijn geweest, zodat we niet langer de schoonheid van uw uitverkoren volk kunnen zien of in hun gelaatstrekken de gezichten van onze bevoorrechte broeders kunnen herkennen.

We beseffen dat het teken van Kaïn op ons voorhoofd staat. Door de eeuwen heen heeft onze broeder Abel in het bloed gelegen dat wij hebben doen vloeien, en heeft hij tranen vergoten omdat wij uw liefde vergeten waren.

Vergeef ons dat we ten onrechte de naam Jood tot een vloek hebben gemaakt.

Vergeef ons dat we U voor de tweede maal gekruisigd hebben in hun vlees. Want, o Heer, wij weten niet wat wij hebben gedaan.’’

(Overgenomen uit Toronto Daily Star, 15 mei 1965)

Mijn hoop is dat de rooms-katholieke kerk dit gebed zal blijven gebruiken. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de hele christelijke kerk en welke denominatie dan ook, nooit de volheid van Gods zegen zal kunnen terugkrijgen die ze verspeeld heeft, als ze niet eerlijk schuld bekent tegenover de Joden en probeert daar iets aan te doen.

 

Waarschuwingen
We kijken nu naar Gods oorspronkelijke belofte aan Abraham, toen Hij hem riep om Ur der Chaldeeën te verlaten. Hij riep hem om naar een ander land te trekken, het land dat hij later als erfdeel zou ontvangen.

Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen, en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en vervloeken wie u vervloekt; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. (Genesis 12:2-3)

Vooral deze belofte is belangrijk voor ons huidige onderwerp: ‘Ik zal zegenen wie u zegenen’ en ‘wie jou vervloekt, zal Ik vervloeken’.

Deze belofte beperkte zich niet tot Abraham als persoon, maar werd voortgezet voor zijn nakomelingen, het volk Israël.

De Bijbel geeft ons een aantal waarschuwingen over de manier waarop de naties omgaan met Gods doelen voor Israël.

Beschaamd deinzen terug allen die Sion haten (Psalm 129:5). Iedere natie die Gods doelen voor het herstel van Sion tegenwerkt, zal beschaamd staan en terugdeinzen. Dit is het eeuwigdurende Woord van God.

In Jesaja 60 over het herstel van Sion en Gods volk, geeft God deze waarschuwing: Elk volk of koninkrijk dat weigert jou te dienen, zal ten onder gaan; al die volken zullen worden verdelgd en vernietigd (Jesaja 60:12). Landen bepalen hun lot door hun houding ten opzichte van het herstel van Gods volk.

In Joël staat duidelijk te lezen waar de naties rekening mee moeten houden: In  dezelfde tijd dat ik het lot van Juda en Jeruzalem ten goede keer, zal ik alle volken bijeenbrengen en wegvoeren naar de vallei van Josafat  om daar een oordeel over hen te vellen. Want zij hebben mijn volk Israël, mijn eigendom, onder vreemde volken verstrooid, ze hebben mijn land verdeeld (Joël 4:1,2 NBV)

Het principe van het oordeel over de naties waarover we het hier hebben, blijft niet beperkt tot het Oude Testament. Jezus zegt in Matteüs 25:31–46 dat Hij bij Zijn wederkomst als Koning, om Zijn koninkrijk te vestigen, de naties volgens hetzelfde principe zal oordelen. Hij vertelt dit als een gelijkenis – die eigenlijk een profetie is. We lezen hier dat Jezus bij Zijn terugkomst plaats zal nemen op de troon van Zijn heerlijkheid. Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden om geoordeeld te worden. Zij worden in twee categorieën verdeeld: de ‘schapen’ die geaccepteerd worden in Jezus’ Koninkrijk, en de ‘bokken’ die afgewezen worden. In beide gevallen geeft Jezus de reden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij (niet)gedaan hebt, hebt u dat voor Mij (niet) gedaan (vers 40 en 45).

We weten vanuit Joël 4:2 dat het gebruik van het woord ‘broeders’ hier refereert aan Gods erfdeel, Israël. Jezus heeft Zich voor eeuwig met het Joodse volk geïdentificeerd: Huil niet. Zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen (Openbaring 5:5). Jezus’ titel is voor eeuwig: De leeuw uit de stam van Juda. Juda is de naam waar het woord Jood vandaan komt.

De Joodse mensen zijn daarom nog steeds de broers van Jezus, zelfs in hun verwerping door God en in hun ongehoorzaamheid. Dus het punt van scheiding tussen de schapen die geaccepteerd worden en de bokken die worden afgewezen, zal de manier zijn waarop zij omgingen met de Joden.

Wat hebben de ‘schaapvolken’ aan Jezus gedaan? Dat lezen we in vers 35 en 36: Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.

Degenen die de Joden zegenen, zullen gezegend zijn, degenen die de Joden vervloeken, zullen vervloekt zijn. Precies zoals God het ook aan Abraham beloofde.

Als we de machten van antisemitisme steeds zien terugkeren over de hele aarde, dan kunnen we maar beter goed oppassen hoe onze eigen houding is. Maar let wel, waar waren de naties van de bokken precies schuldig aan? Ze betoonden de Joden geen genade. Het ging er niet eens om of ze hen actief vervolgden. Ze betoonden echter geen genade.

Belofte

Na deze ernstige waarschuwing eindigen we met een prachtige belofte. Een prachtige en bekende belofte van zegen voor allen die instemmen met Gods doelen voor Jeruzalem, Israël en Gods volk: Bidt Jeruzalem vrede toe: mogen wie u liefhebben, rust genieten (Psalm 122:6, NBG). We kunnen niet volstaan met een neutrale houding en zeggen: “We zien wel wat er gebeurt.” We moeten ons actief identificeren met wat God in Zijn Woord zegt en wat Hij doet in de geschiedenis. De eerste manier waarop we ons kunnen vereenzelvigen met Gods doelen, is door ons gebed. We kunnen bidden voor de vrede van Jeruzalem. Dat Jeruzalem alles zal worden wat God in de Bijbel over deze stad heeft gezegd. Voor degenen die bidden en bewogen zijn is dit de belofte: mogen wie u liefhebben, rust genieten. Zij zullen rust kennen, kalmte hebben, vrede genieten. Er bestaat een innerlijke rust en vrede, temidden van de onrust van deze wereld, voor hen die zichzelf actief verbinden aan Gods doel van herstel voor Zijn volk.

Laten we onze tweevoudige schuld aan de Joden bekennen: Ons heil is uit de Joden, en wij, christenen hebben hen zeer slecht behandeld in het verleden. Stel je hart open voor datgene wat in Gods hart leeft: Zijn liefde voor Zijn volk en Zijn plan om hen te zegenen en hen in hun land te planten. Handel naar Gods wil: Bidt Jeruzalem vrede toe!

In deel 2 gaan we verder in op de geestelijke en praktische kant van het handelen naar Gods wil voor Zijn volk.

Ga hier naar deel 2.

 

Bronnen:
Beloofd-land-Derek-Prince-9789075185464Beloofd landDe eindtijd, wat gaat er gebeuren? - Derek Prince 9789075185652De eindtijd, wat gaat er gebeuren?

DPM NEDERLAND

Nijverheidsweg 12
7005 BJ Doetinchem
KvK#: 41121393

CONTACT

E-mail: info@derekprince.nl
Telefoon: +31 (0) 251 255 044
(elke werkdag van 9.00 uur tot 13.00 uur)

ONDERWIJS- EN NIEUWSBRIEVEN

Ontvang onze gratis onderwijs- en nieuwsbrieven
- per post
- per email