Karakter deel 1: Gedrag is de spiegel van karakter

Gedrag is de spiegel van karakter

De tijdloze, indringende boodschap van deze Onderwijsbrief (deel 1 van 2 delen) komt van een leidersbijeenkomst waar Derek Prince destijds sprak in Cuba. Vanwege de strenge regels in het communistische Cuba mocht Derek alleen maar spreken tot kleine groepen in huiskamers – vandaar dat alleen leiders en voorgangers waren uitgenodigd. Het onderwijs dat hij daar gaf, is echter niet alleen van toepassing voor leiders, maar voor alle gelovigen in de volle breedte van de Kerk.

De HEERE zal Zijn volk kracht geven, de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.

Over het onderwerp van deze studie heb ik nog niet eerder gesproken: christelijke ethiek, of hoe geestelijke leiders met elkaar om zouden moeten gaan. Ten eerste zou ik naar de situatie willen kijken vanuit Gods perspectief. In een stad als Havana (de hoofdstad van Cuba, red.) zien we veel verschillende kerken. Maar ik denk dat God er anders naar kijkt. God ziet maar één Gemeente. Jezus gaat immers straks trouwen met de Gemeente, niet met een harem. Hij trouwt straks met maar één Bruid, één Kerk. Dus terwijl wij denken in termen van veel verschillende kerken, ziet God maar één Kerk. En ik geloof dat God ook maar één Gemeente onderscheidt en erkent in Havana, of in welk dorp of welke stad jij je ook maar bevindt. Toen Paulus zijn brieven schreef, richtte hij zich ook nooit tot ‘de baptistengemeente in Korinthe’, of ‘de Gereformeerde Kerk in Efeze’. Hij schreef niet aan de ‘Pinkstergemeente van Filippi’ of de ‘Katholieke Kerk in Rome’. Hij adresseerde zijn brief altijd aan de gemeente in een stad. Wij zijn daar ver van afgedwaald met onze vele denominaties en kerkelijke labels, maar ik geloof niet dat God daarin ooit van gedachten veranderd is. Wat wij zien als vele verschillende gemeenten, ziet God als één. En de leiders van die verschillende gemeenten noemt Hij allemaal oudsten, maar dan oudsten van één gemeente, in één stad of plaats. Wat wij vaak voorganger noemen van een gemeente, noemt Hij oudste in de Gemeente. En om die reden is het ook heel belangrijk dat oudsten in een stad weten hoe ze met elkaar (dus onderling, maar ook met de oudsten van andere gemeenten) om moeten gaan. We kunnen namelijk heel gemakkelijk zelfgericht worden en gaan denken in termen van mijn kerk of mijn gemeente, en je blik alleen maar op die gemeente richten. Dat is echter geen Bijbelse houding. We zouden elkaar (van verschillende gemeenten in een woonplaats) moeten zien als mede-oudsten van dezelfde gemeente. En dat geldt ook voor niet-oudsten, de overige gemeenteleden uit verschillende groepen. We zijn allemaal deel van hetzelfde Lichaam. En het is heel belangrijk om te weten hoe we met elkaar om moeten gaan.

Genade brengt werken voort

Ik zou willen stellen dat in wezen om het karakter gaat… de manier waarop we ons gedragen tegenover elkaar, is immers een weerspiegeling van ons karakter. Dus ik wil het graag met je hebben over het karakter van gelovigen in de Here Jezus. Ten eerste wil ik zeggen dat wat we zijn, voortkomt uit genade. Alles begint met Gods genade, maar genade brengt altijd werken voort. Als je zegt dat je van genade leeft maar geen werken voortbrengt, dan misleid je jezelf. Laten we twee Bijbelgedeelten bekijken. Efeze 2:8-9: Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan (NBV). Paulus benadrukt hier dat we gered zijn door genade, en niet door werken. We zijn gered door geloof, en niet door wat we doen. Maar daar houdt geloof niet op, en ook genade stopt daar niet. Lees maar verder, wat Paulus vervolgens zegt in vers 10: Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.(HSV) Dus we zien dat we gered zijn door genade, maar die genade brengt goede werken voort. Als we geen goede werken zien voortkomen uit ons leven, dan leven we eigenlijk niet van genade. Kijk nu eens in Titus 2:11-14: Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. Ze leert ons dat we goddeloze en wereldse begeerten moeten afwijzen en bezonnen, rechtvaardig en vroom in deze wereld moeten leven, in afwachting van het geluk waarop wij hopen: de verschijning van de majesteit van de grote God en van onze redder Jezus Christus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle zonde vrij te kopen, ons te reinigen en ons tot zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede te doen. (NBV) In het begin van dit vers heeft Paulus het over Gods genade, die geopenbaard is tot onze redding. Maar vervolgens zegt hij wat ze (de genade) ons ‘leert’... Ze leert ons hoe we moeten leven. Vervolgens spreekt de tekst over de basis van ons leven, namelijk de verwachting van de wederkomst van Jezus. Over Jezus staat hier dat Hij zichzelf voor ons heeft gegeven aan het kruis, ‘om ons van alle zonde vrij te kopen en voor Hemzelf apart te zetten tot Zijn eigen speciale volk, vol ijver voor goede werken’ (NIV). Zie je dat genade altijd uitmondt in goede werken? Als ik het hier heb over de dingen die je zou moeten doen en de manier waarop je zou moeten leven, dan zeg ik daarmee niet dat het gaat om de werken. Nee, werken zijn een automatisch gevolg van de genade. Het begint bij de genade, maar goede werken zijn daarvan wel het natuurlijke gevolg. Als genade geen goede werken voortbrengt, dan is het geen echte genade.

Zonden en de zondige natuur

Laten we nog eens terugbladeren naar Efeze 2, en kijken wat er in zijn geheel staat: Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen

van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van

het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen. (vers 1-3) In het begin zegt Paulus dat we ‘dood waren door de zonden waarin we wandelden’ en aan het eind zegt hij: ‘wij waren van nature kinderen van de toorn’. Hier zien we dus de beide problemen: 1. Onze zondige daden; 2. Onze zondige natuur. Onze verlossing moet met allebei afrekenen. De oplossing voor onze zondige daden is vergeving – we moeten vergeven worden voor al onze zonden. Maar daarmee is nog niet afgerekend met onze zondige natuur. Als onze zondige natuur hetzelfde blijft, dan zullen we blijven doorgaan met dezelfde zondige daden. Er moet ook een oplossing gevonden worden voor onze zondige natuur. Die oplossing is het kruis. Daar rekent God af met de zondige natuur van de mens. In Romeinen 6:6 zegt Paulus: Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde teniet gedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Dit is Gods oplossing voor de zondige natuur. Ik heb het al vaak gezegd, maar ik kan het niet genoeg blijven benadrukken. Gods oplossing is executie. Hij vernieuwt de oude natuur niet. Hij brengt de oude natuur niet naar de zondagsschool of naar de kerk. Hij heeft maar één oplossing, en dat is executie. Het goede nieuws is echter dat de executie al is uitgevoerd, twintig eeuwen geleden. Toen Jezus stierf aan het kruis, werd onze oude mens samen met Hem gekruisigd. Die kruisiging is een historisch feit. Die hangt er niet van af of wij het weten, of geloven. En of we het al dan niet weten of geloven, het is een feit. Maar het weten en geloven, kan wel ons hele leven veranderen! Daarom zegt Paulus hier: Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is. Wist je dat er heel veel mensen van de Kerk van Jezus Christus zijn, die deze waarheid niet ontvangen hebben? Het gevolg is dat mensen zondigen, zich bekeren, hun zonden belijden en vergeven worden – maar ze gaan weer verder en de cyclus herhaalt zich steeds opnieuw: zondigen, bekeren, zonden belijden, etc. De oorzaak is dat er niet met de zondige natuur is afgerekend. Er is een oplossing nodig voor de zondige natuur, de oude mens. Die oplossing ligt in het kruis.

Een terugblik

Vele jaren geleden was ik voorganger van een kleine gemeente in Londen, en ik hield in die tijd drie keer per week een dienst op straat. Alles begint met Gods genade, maar genade brengt altijd werken voort, ook een dienst op straat. Ik was één van de predikers op Speaker’s Corner. In diezelfde periode kreeg ik een heel heldere droom. Ik zag een groep mensen in een kring staan zoals dat bij straatdiensten het geval is. Er stond een man in het midden te prediken. Ik zei bij mezelf: ,,Wat hij zegt is goed, maar hoe hij eruit ziet, zit me niet lekker. Hij had een klompvoet en zijn lichaam leek wat gekromd. Toen ik wakker werd, dacht ik: ik begrijp deze droom niet. Ongeveer een week later kreeg ik opnieuw dezelfde droom. Dus dacht ik ik: God wil me zeker iets vertellen, en zei: ,,Heer, over die droom… wat die man zegt is goed, maar iets in zijn verschijning staat me niet aan, want hij is wat misvormd. Wie is die man?” God zei: ,,Jij bent die man! Je prediking is goed, maar er zijn dingen in je leven die me helemaal niet aanstaan.’’ Dit gebeurde in de tijd rond Pasen en ik kreeg het beeld van een heuvel met drie kruizen. Ze waren leeg, en het middelste kruis was hoger dan de andere twee. De Heilige Geest vroeg me: “Voor wie was dat middelste kruis opgericht? Denk goed na voor je antwoordt…”. Dus ik dacht even na en zei: “Het middelste kruis was voor Barabbas, maar op het laatste moment nam Jezus zijn plaats in.” Toen zei de Heilige Geest: “Maar ik dacht dat Jezus jouw plaats toch had ingenomen?”. “Ja”, zei ik. “Dan moet jij dus Barabbas zijn.” En onmiddellijk begreep ik dat mijn natuur, mijn aard, zondig was – net zo misvormd en slecht als die van de moordenaar Barabbas, en dat ik het net zozeer verdiende om daar aan dat kruis te hangen. Toen Jezus daar aan dat kruis werd gehangen, nam Hij niet alleen de plaats van Barabbas in, maar Hij nam de plaats in van Derek Prince. En ik dacht bij mezelf: Goed, dat begrijp ik nu, maar hoe kan ik dit ook echt gaan ervaren? Vervolgens kwam me de tekst in gedachten: Geloof in je hart en belijd met je mond… (zie Rom. 10:9-10) En ik realiseerde me: Het is niet genoeg voor me om in mijn hart te geloven, maar ik moet het ook uitspreken met mijn mond! Mijn volgende gedachte was: Wat als het nou niet werkt? Maar uiteindelijk zag ik dat ik het gewoon echt moest uitspreken. Ik moest het belijden. Dus ik begon: “Toen Jezus stierf aan het kruis, stierf mijn oude mens, mijn oude natuur, in Hem.” En geleidelijk aan werd het waarheid voor me en ervoer ik werkelijk een innerlijke verandering. Nog steeds ben ik niet perfect, maar ik ben heel anders dan voorheen.

De dubbele oplossing

Dit is de dubbele oplossing: we hebben nodig dat onze zonden vergeven worden, maar we hebben ook nodig dat onze oude natuur ter dood gebracht wordt en hierin speelt onze belijdenis een belangrijke rol. Paulus beschrijft in Romeinen 6:11: Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere. Eerder, in vers 6, had hij al gezegd: onze oude mens is gekruisigd, maar hier in vers 11 zegt hij: reken jezelf als dood voor de zonde…

Ten eerste moeten we dus het feit weten, maar vervolgens moeten we het ook voor waarheid houden en het ervaren. Vervolgens vroeg ik me af: wat betekent het nu concreet om dood te zijn voor de zonde? Ik kwam toen op het verhaal van een man en zijn vrouw en kinderen. De man was slecht. Hij deed alles wat mensen die van God houden niet doen. Hij bedronk zich aan whisky, rookte voortdurend en keek naar heel foute programma’s op tv. Maar zijn vrouw en kinderen liet hij naar de dienst gaan op de zondagavonden. Dus op een bepaalde zondagavond gingen ze weer en lieten hem thuis achter in zijn luie stoel, met zijn whisky en de sigarettenrook die omhoog kringelde terwijl hij tv zat te kijken. Die avond hadden zijn vrouw en kinderen een geweldige dienst en voelden zich helemaal opgetogen toen ze terugkwamen. Ze kwamen zelfs zingend de voordeur binnen, maar verstomden toen ze binnenkwamen; vader zou vast boos worden als hij hun liederen hoorde. Op hun tenen kwamen ze de kamer binnen, waar de man onbeweeglijk in zijn stoel zat. De whisky stond naast hem, maar hij dronk niet. Zijn sigaret lag in de asbak naast hem, maar hij rookte niet. Toen realiseerden ze zich plotseling wat er gebeurd was: hij had een hartaanval gekregen en was gestorven. Dus je begrijpt: hij was dood voor de zonde. De sigaret trok hem niet meer aan. De whisky had geen aantrekkingskracht meer op hem. Hij was niet meer geïnteresseerd in verkeerde tv-programma’s. Hij was dood. Dat bracht me bij het antwoord op mijn vraag: Wat betekent het om dood te zijn voor de zonde? Het betekent dat zonde je niet meer interesseert. Je wordt niet meer aangetrokken door de zonde, en je reageert niet meer op verleiding. Paulus zegt: “Reken jezelf alsof je inderdaad dood bent voor de zonde.” Dat is de enige uitweg uit het probleem van de zonde. Maar dat komt alleen tot je door het kruis. Een andere manier is er niet.

Het kruis toegepast

In de vele jaren van mijn bediening ben ik vaak verontrust geweest – en nog steeds – over de vele dwaze dingen die er gebeuren in het Lichaam van Christus, en alle valse leer en valse profetieën die de Kerk lijken te overspoelen. Ik heb de Heer gevraagd me te laten zien wat onze bescherming inhoudt. Recent heeft Hij me laten zien dat de bescherming heel simpel is: het kruis – het kruis toegepast in het leven van een gelovige. Waar het kruis niet wordt toegepast, daar is het Christendom een valse godsdienst, want de hele godsdienst is gebouwd rondom het kruis. Dit is ook de oorzaak van de vele problemen in het Lichaam van Christus. En het is ook de reden voor de misleiding, de dwaalleringen en de vele valse profetieën die worden geloofd; als het kruis niet wordt gepredikt en toegepast. Zonder het kruis wordt het Christendom tot een valse godsdienst. Het heeft geen solide basis en de aanspraken die ze maakt, zijn niet waar. Zoals elke valse godsdienst, staat de Gemeente dan open voor infiltratie en misleiding van demonen. De enige bescherming is het kruis. Toen ik dat zag, viel er een last van me af. Niet dat ik gelukkig ben met de situatie in de Kerk, maar ik begrijp het in ieder geval. Ik realiseer me dat er geen enkele bescherming is tegen satan, behalve het kruis. Vervolgens moet ik me afvragen: hoe zit het met mijn eigen leven? Welke rol speelt het kruis in mijn leven? Daarom wil ik nu kijken naar die bekende tekst uit Galaten 2:20, waar Paulus van zichzelf getuigt: : Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij (…) Dit is een beschrijving van mensen die werkelijk Jezus toebehoren. Er staat niet dat ze tot een bepaalde denominatie of groep behoren. Het gaat hier niet om pinkstermensen, baptisen, gereformeerden of katholieken. Want dat is niet het onderscheidende kenmerk. Het enige kenmerk van hen die Christus werkelijk toebehoren, is dat ze hun vlees gekruisigd hebben.

Ons deel

We hoorden Paulus zeggen in Romeinen 6:6: Onze oude mens is gekruisigd. Dat is iets wat God heeft gedaan, in Jezus. Maar in vers elf zagen we een stuk eigen verantwoordelijkheid, namelijk het onszelf dood rekenen voor de zonde. In Galaten 5:24 gaat Paulus zo mogelijk nog verder en zegt hij dat de kruisiging van je vlees iets is wat jij zelf moet doen. Jij moet de spijkers in je eigen vleselijke natuur slaan. En weet je, kruisiging is altijd pijnlijk. Er is geen pijnloze manier. Denk eens aan dit voorbeeld, van een jonge vrouw die de juiste partner wil vinden. Stel je die lieve jonge meid van achttien jaar voor, ze volgt Jezus en is lid van een gezonde, goede gemeente. Ze ontmoet een jongeman van twintig, die haar erg leuk vindt. Hij is geen christen, maar uit interesse komt hij op zondagen met haar mee naar de gemeente. Haar oplettende jeugdleider waarschuwt haar: “Kijk uit, hij komt niet naar de gemeente voor Jezus, maar voor jou. En als hij straks met je getrouwd is, dan komt hij niet meer naar de gemeente.” Deze jonge vrouw staat nu voor een moeilijke keus. Ze kan de spijkers in haar eigen vlees slaan en tegen haar vriend zeggen: “Het spijt me, maar we moeten stoppen met onze vriendschap, want ik wil niet met je verder omdat je geen wedergeboren christen bent en ik wel.” Dat is pijnlijk voor allebei, maar die pijn gaat voorbij. De andere optie is dat ze het advies van haar jeugdleider negeert. Afscheid nemen zou te pijnlijk zijn, dus ze zet de relatie door en ze trouwt met hem. Omdat ze haar ‘eerste liefde’ niet kan delen is er veel pijn in de relatie, ze groeien uit elkaar en na drie kinderen en vijftien jaar huwelijk gaat hij er vandoor met een andere vrouw. Wat is uiteindelijk pijnlijker? In een vroeg stadium nee zeggen tegen die jongeman? Of toch met hem trouwen en na een zwaar en moeilijk leven en veel emotionele schade, alleen verder moeten met drie beschadigde kinderen? Op de een of andere manier zal pijn je niet bespaard blijven, je zult pijn doormaken in je leven. Maar de ene pijn zal je verlichting geven, terwijl de andere soort pijn eindigt in rampspoed. Iemand heeft eens gezegd: Je zult in je leven moeten kiezen tussen twee soorten pijn; de pijn van zelfdiscipline, of de pijn van spijt… Ieder van ons komt voor zulke keuzes te staan. Ga ik de spijker slaan in mijn eigen vlees? Of geef ik toe aan de verlangens van mijn vlees en eindig ik in ongeluk? Op dit soort momenten de juiste keuze maken, getuigt van een geestelijk karakter. Wees hierin een voorbeeld voor andere geestelijke broers en zussen, of je nu een leider bent of niet… Sterker nog, als je erin slaagt deze keuzes te maken en op dit soort momenten te kiezen je vlees te kruisigen, dan ben je een leider! In het volgende deel gaan we nog wat dieper in op het karakter dat God van ons verwacht, en wat beschreven staat in het boek Psalmen. We zullen dan ontdekken wie zal verblijven in Gods tabernakel, en wie mag wonen op Gods heilige berg.

Het volgende deel is het artikel: Gods Vaderschap vormt ons karakter.