Succes in je gezin - deel 1: vaderschap

Succes… een kenmerkend woord uit onze Westerse beschaving. Door onze omgeving en in onze opvoeding worden we voortdurend uitgedaagd om in alles wat we doen succes na te jagen – in ons beroep, in sportief opzicht, economisch, politiek, en in ons persoonlijk leven. Succes is een overheersende motivatie. Toch wordt het begrip succes in Gods ogen echter gemeten naar heel andere standaarden dan de onze. Op een dag maakte God dit op een heel confronterende en persoonlijke manier me duidelijk. Het gebeurde toen ik eens een collega prediker de volgende definitie hoorde geven van een ‘expert’. Hij zei: ,,Een expert is een man met een attachékoffertje, ver van huis…’. Omdat ik zelf op dat moment veel op reis was, met – inderdaad - mijn koffertje bij me, voldeed ik dus aan die beschrijving. Toen ik opeens terugdacht aan dit moment, sprak de Heer tot mijn geest en zei: ,,Je reist dan wel over de hele wereld met je koffertje en spreekt duizenden mensen toe die soms in groten getale naar voren komen aan het einde van je boodschap, maar als je je gezin niet op orde hebt, ben je in mijn ogen een mislukking.”

Omdat ik heel graag succesvol wilde zijn in Gods ogen, nam ik deze woorden ter harte en ging ermee aan de slag. Als gevolg daarvan kreeg ik een heel nieuw zicht op het gezinsleven en de verantwoordelijkheid van ouders.

,,Ik schrijf u, vaders…”

In 1 Johannes 2:13 zegt de apostel: ,,Ik schrijf u, vaders…”. Laat ik hetzelfde doen. Ik wil me graag heel persoonlijk richten tot ieder die vader is: Misschien ben je succesvol op elk gebied in je leven, maar wanneer je faalt als vader, dan is je leven in Gods ogen een mislukking.

In Efeziërs 6:4 somt Paulus in één vers de hoofdverantwoordelijkheden van vaders op: Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden, zoals de Heer dat wil (NBV). In Kolossenzen 3:21 herhaalt Paulus zijn eerste vermaning: Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. Natuurlijk zijn moeders op een heel intiem niveau betrokken in de zorg en opvoeding van kinderen. Toch wordt vaak vergeten dat volgens de Bijbel de eerste verantwoordelijkheid ligt bij de vaders.

Een vader heeft naar zijn kinderen toe twee belangrijke verplichtingen. Ten eerste: communicatie. Ten tweede, onderwijs. Deze volgorde is belangrijk. Als de kanalen van communicatie tussen een vader en zijn kinderen niet open blijven, dan wordt de vader belemmerd in zijn onderwijzende taak. Het is niet voldoende als een vader alleen maar instructies geeft. Het kind moet ook bereid zijn dit te ontvangen en daarvoor is open, liefdevolle communicatie nodig.

Om de communicatie open te houden, moet een vader op zijn hoede zijn voor twee houdingen naar zijn kinderen, die in zekere zin elkaars tegenovergestelden zijn: rebellie aan de ene kant en ontmoediging aan de andere kant. Hiervoor moet hij aan elk kind tijd en aandacht geven. Hij moet ieder kind benaderen en tot bloei brengen als individu. Geen twee kinderen zijn hetzelfde. De discipline die prima helpt bij het ene kind, kan het andere kind juist naar beneden halen of onzeker maken. Het ene kind zal correctie aanvaarden op een manier die bij een ander kind juist rebellie oproept.

In de talloze pastorale gesprekken die ik met volwassenen heb gevoerd, heb ik ontdekt dat veel van hun problemen terug te voeren zijn op situaties waarin een vader – door boosheid, onredelijkheid, afwezigheid of onverschilligheid – zijn kind heeft verbitterd.

Het gezin is het centrum

Het is overigens niet alleen het Nieuwe Testament, waarin deze verantwoordelijkheden bij vaders wordt neergelegd. We vinden dit principe terug door de hele bijbel heen. In elke bedeling heeft God bepaald dat het geestelijk leven van zijn volk zich zou centreren om het gezin. Deuteronomium 11:18-21 spreekt ons hier als ouders heel duidelijk over aan:

Daarom moet u deze woorden van mij in uw hart en in uw ziel prenten. Bind ze als een teken op uw hand en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. En leer ze aan uw kinderen, door erover te spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat; en schrijf ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten; opdat uw dagen en de dagen van uw kinderen in het land waarvan de Heer uw vaderen gezworen heeft het hun te geven zo talrijk worden als de dagen dat de hemel boven de aarde is (of: gelijk de dagen des hemels op de aarde, SV 1637).

God geeft ons als ouders de verantwoordelijkheid om Zijn Woord en wegen te onderwijzen aan de kinderen van ons gezin. Deze verantwoordelijkheid kan niet worden overgedragen op één of ander (godsdienstig) instituut, zoals de tempel, een gemeente of een christelijke- (of zondags)school. Ze kan ook niet gedelegeerd worden naar speciaal daarvoor aangestelde personen, zoals bijvoorbeeld priesters, predikers of zondagsschoolwerkers. Wij als ouders hebben de verplichting om onze kinderen thuis de woorden en wegen van God te onderwijzen.

En dit is niet alleen maar een zaak van – wat we noemen – een ‘gezinsaltaar’; een vast moment van Bijbellezen en bidden, of van ‘gezinsoverdenkingen’. Om effectief te zijn, moet er voortdurend geestelijke instructie en discipline zijn in het gezin. God zegt: (Tot) Wanneer je neerligt, en (vanaf) dat je opstaat. Dit betekent dus alle uren dat we wakker zijn. Het is onze taak om het onderwijs van Gods Woord te verweven in alle dagelijkse activiteiten van ons gezinsleven.

Wijlen Dr. V. Raymond, voormalig president van Wheaton College, schreef: ,,Als ik terugkijk op de manier waarop ik mijn kinderen grootbracht, zou ik, als ik het nog eens mocht overdoen, meer tijd met hen doorbrengen met eenvoudige, niet-godsdienstige activiteiten.” Hij had ontdekt dat de dingen die zijn volwassen kinderen zich het meest herinnerden, de informele, gezellige momenten waren, het simpelweg samen zijn. Echte communicatie met een kind bereik je niet in vijf minuten. Vaak worden de belangrijkste dingen gezegd op een moment dat je dit het minst verwacht – tijdens een dagje uit, een fietstochtje, een blokje om of een doodgewoon praatje tijdens de lunch. Als dit gewone contact er niet is, zullen deze belangrijkste dingen misschien wel nooit worden gezegd.

Hemel op aarde

Ik overdacht laatst het gedeelte in Deuteronomium 11:18-21 in de King James vertaling en werd gegrepen door de afsluitende zin: … gelijk de dagen des hemels op de aarde. We horen mensen vaak die wat overdreven uitdrukking gebruiken: ‘het was de hemel op aarde’. Ik moet bekennen dat ik me nooit had gerealiseerd dat die uitdrukking afkomstig was uit de bijbel. Nog verbaasder was ik toen ik ontdekte dat ze wordt toegepast op het gezinsleven van Gods volk. Hoeveel christelijke gezinnen kunnen vandaag worden omschreven als ‘de hemel op aarde’?

Toen is dit eigenlijk Gods bedoeling. Hij verlangt ernaar dat elk gezin een levende afspiegeling is van het karakter van de hemel, gemanifesteerd hier op aarde. Ons gezin moet de innige liefdesrelatie afspiegelen die er is tussen de personen van de Godheid – Vader, Zoon en Heilige Geest.

Vaak nemen we aan dat het gezinsleven begon met de schepping van de mens, maar dat is niet waar. In Johannes 14:2 zegt Jezus: In het huis van mijn Vader zijn veel woningen. Het woord ‘woning’ heeft in de bijbel een diepere betekenis dan alleen een materieel, fysiek gebouw; het woord ‘woning’ of ‘huis’ wordt gebruikt om een volledige familie te duiden met een vader als hoofd. Het bestaat niet alleen maar uit een aantal mensen die samen onder één dak wonen. God heeft hier altijd een veel rijkere betekenis bij voor ogen gehad; een betekenis die samenhangt met het karakter van God zelf.

Vaderschap, hoofdschap, gemeenschap

De relatie tussen de personen van de Godheid in de hemel is intiem en bestaat uit drie aspecten die eeuwig zijn. God wil dat deze drie aspecten ook zichtbaar zijn in onze gezinnen hier op aarde.

Het eerste aspect is ‘vaderschap’. God, de Vader, is altijd de Vader geweest van onze Here Jezus Christus en zal dat voor eeuwig blijven, en Christus is altijd de Zoon geweest en zal dat eveneens voor eeuwig blijven. In Efeziërs 3:14-15 schrijft Paulus: Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heer Jezus Christus, naar wie de hele familie in de hemel en de aarde is genoemd (NKJV). Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met ‘familie’ is ‘patria’, dat afkomstig is van ‘pater’, en dat betekent ‘vader’. De New King James Version vertaalt het met ‘familie’, maar de vertaling van J.B. Phillips vertaalt het met ‘vaderschap’, dat eigenlijk een betere vertaling is van het Griekse ‘patria’. Dit vers laat niet alleen zien dat God de Vader is van Christus, maar ook dat de functie van vaderschap in de hele wereld afkomstig is van en gebouwd is op de functie die God de Vader heeft binnen de Godheid. Alle vaderschap is een weerspiegeling van de natuur van God de Vader.

Het tweede eeuwige aspect van de relatie binnen de Godheid is ‘hoofdschap’. In 1 Korinthiërs 11:3 schrijft Paulus: Maar ik wil dat u weet dat Christus het hoofd is van iedere man en de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus. In de orde van het universum is God de Vader voor eeuwig het hoofd van Christus – dat is altijd zo geweest.

Het derde eeuwige aspect van de relatie binnen de Godheid is ‘gemeenschap’. In Johannes 1:1 zien we dat van Christus (het Woord) wordt geschreven dat Hij bij (Grieks: pros) God was. Het woordje ‘pros’ betekent ‘naartoe gericht’ of ‘van aangezicht tot aangezicht’. Johannes 1:18 vertelt ons dat Christus ‘in de schoot van de Vader’ was. Dit beeldt op prachtige wijze de liefde en de wederzijdse vreugde uit, die er bestaat tussen de Vader en de Zoon, en die voortdurend wordt onderhouden door de Heilige Geest. Terecht hebben sommigen de Heilige Geest omschreven als ‘de liefdesrelatie tussen de Vader en de Zoon’.

Door het Evangelie en door de Heilige Geest, verlangt God ernaar deze goddelijke gemeenschap te weerspiegelen in ons leven op aarde – en in het bijzonder – in onze gezinnen. In 1 Johannes 1:3 beschrijft de apostel ons Gods uitnodiging om te delen in de eeuwige gemeenschap van de hemel:

Wat wij gezien en gehoord hebben (het verslag van de heilsboodschap in de evangeliën) verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

We zien dus dat de hemel voorziet in het eeuwige model van een gezin - en dat er in dit model drie aspecten zijn van relatie: vaderschap, hoofdschap en gemeenschap. Als onze gezinnen op aarde Gods plan moeten vervullen en succesvol willen zijn, dan moeten deze drie vormen van relatie tot uitdrukking komen.

In onze samenleving wordt de vrouw meestal gezien als degene die het huis maakt tot een thuis. Dit is echter alleen waar in secundair opzicht. In Gods huishouden is de man in de eerste plaats degene die het huis moet maken tot een thuis, omdat de man verantwoordelijk is voor hoe het gezin functioneert. De vader is de sleutelfiguur om het gezin stevig en stabiel te vestigen. God heeft zowel de verantwoordelijkheid als de autoriteit op zijn schouders gelegd om een gezin te vestigen waarin het ontwerp van een liefdevolle hemelse Vader zichtbaar is. Als de man zijn positie inneemt, dan zal de vrouw de hare als ‘hulp’ innemen (Genesis 2:20).

Orde van autoriteit

Het wordt nu langzamerhand duidelijk dat de relatie tussen man en vrouw een belang heeft dat uitstijgt boven de tijd, omdat het een beeld is van de eeuwige relatie tussen de Vader en de Zoon. Terugkijkend naar 1 Korinthiërs 11:3 zien we dat er een vastgestelde orde van autoriteit bestaat, die zijn oorsprong vindt in God en verder reikt tot aan het gezin. God is het hoofd van Christus, Christus is het hoofd van de man of echtgenoot, de man is het hoofd van de vrouw of echtgenote. Alle autoriteit gaat uiteindelijk uit van de Vader en is afhankelijk van de juiste plaats in de orde, die weer teruggaat naar Hem. Christus heeft autoriteit omdat Hij zich onderwerpt aan de Vader; de echtgenoot heeft autoriteit omdat hij zich onderwerpt aan Christus; de vrouw heeft autoriteit omdat zij zich onderwerpt aan haar man.

Een wijze Romeinse centurion – een hoofdman over honderd - had een zieke knecht en op een dag kwam hij bij Jezus om te vragen of Hij zijn knecht wilde genezen. Omdat hij het leven en de wonderen van Jezus had geobserveerd, stelde hij zichzelf voor met de woorden: Ik ben ook iemand die onder gezag van anderen staat, en heb zelf soldaten onder mij… (Lukas 7:8). Dit is opvallend. Hij zei niet - zoals sommigen van ons zouden doen: ,,Ik ben ook een man met autoriteit!” Nee, hij erkende dat het gezag dat hij had over zijn soldaten samenhing met het feit dat hij zelf ook onder gezag stond. Als Romeins officier was hij een schakel in een orde van gezag die terugging tot de keizer zelf. Iedereen die dus het gezag van de centurion weigerde te respecteren, was daarmee in feite ongehoorzaam aan het gezag van de keizer.

Waarom zou de centurion tegen Jezus hebben gezegd dat hij ‘ook’ onder gezag stond? Omdat hij zichzelf vergeleek met Jezus. In de geestelijke bediening van Jezus herkende hij hetzelfde principe dat van toepassing was in zijn eigen militaire commando. Jezus was ook een ‘man die onder gezag stond’. Net zoals het gezag van de centurion afhing van zijn relatie met de keizer, zo hing het gezag van Jezus af van zijn volmaakte onderwerping aan de Vader. Voor elk gebied geldt hetzelfde principe: Om autoriteit te kunnen uitoefenen, moeten we zelf autoriteit aanvaarden.

Dit principe ligt aan de basis van het gezin zoals God het bedoeld heeft. Onvoorwaardelijke liefde, gezag en gehoorzaamheid zijn basisbestanddelen van ieder gezin dat vanuit Gods kracht en autoriteit wil functioneren.

Klik hier om verder te lezen in deel 2 van deze studie.

Uit een artikel uit New Wine magazine, getiteld: Fatherhood, part 1