Woorden

‘Het zijn maar woorden… wat maakt dat nou uit?’

Hoe vaak horen we mensen zoiets niet zeggen? Maar hoe onjuist! Het is bijna onmogelijk om de kracht en betekenis van woorden te overschatten. Het vermogen om woorden te vormen – uitgesproken of geschreven – is een van de machtigste gaven die God de Schepper aan de mens heeft geschonken. Het is tevens een van de belangrijke aspecten van het feit dat we naar Gods gelijkenis geschapen zijn. Andere schepselen hebben dit vermogen niet gekregen.

Na haast onafgebroken wetenschappelijk onderzoek om de evolutietheorie te bewijzen, blijkt steeds weer dat het menselijk spraakvermogen een duidelijk en onontkoombaar onderscheid is tussen mens en dier. Evolutionisten zijn nog niet in staat geweest hier een verklaring voor te geven. Zolang dit onderscheid bestaat, kan de evolutietheorie nooit een bevredigend antwoord geven op de vraag naar het ontstaan van de mens.

Taal onderscheidt de mens

Ons gebruik maken van taal is onlosmakelijk verbonden met denken en redeneren. Onze logica, expressie, zelfs onze wiskunde en muziek onderscheiden zich allemaal door ons vermogen om woorden te gebruiken. Deze puur menselijke conclusie over het belang van taal wordt volledig bevestigd door het onderwijs in de Bijbel. De twee grootste openbaringen van God over zichzelf aan de mens zijn de Bijbel en Jezus Christus. Van zowel de Bijbel als Jezus Christus, die gelden als hoogste autoriteit, wordt gezegd dat zij ‘het Woord van God’ zijn. Als iets de enorme macht van woorden bevestigt, is dat het wel.

De twee talen waarin Gods geschreven openbaring aan de mens werd gegeven zijn Hebreeuws (en diens zustertaal, het Aramees) in het Oude Testament en Grieks in het Nieuwe Testament. Een opvallend feit is dat zowel het Hebreeuwse ‘dabar’ als het Griekse ‘rhema’, vertaald kan worden met ‘woord’ of ‘ding’. Alleen de context bepaalt welke vertaling het beste is, en soms moet je beide vertalingen noemen om de volledige betekenis weer te geven.

Zo kun je Gabriëls woorden tot Maria in Lukas 1:37 op twee verschillende manieren vertalen: 1. ‘Met God zal geen ding onmogelijk zijn’, of ‘Met God zal geen woord zonder kracht blijven’. Misschien kunnen we deze beide mogelijkheden het best als volgt samenvatten: ‘Elk woord van God heeft in zichzelf de kracht om te worden vervuld.’ Natuurlijk is dit opvallende gegeven in beide talen geen toeval. Het illustreert namelijk een fundamenteel goddelijk principe. Voor God is een woord een daadwerkelijk iets, een ding; er bestaat geen onderscheid tussen deze twee. En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht (Genesis 1:3). Toen God het woord ‘licht’ uitsprak, kwam dit onmiddelijk tot stand. Door het geloof zien wij in dat de wereld tot stand gebracht is door het Woord van God, en wel zo dat de dingen die men ziet, niet ontstaan zijn uit wat zichtbaar is (Hebreeën 11:3). Het is een absoluut gegeven dat God het hele universum schiep door middel van zijn Woord.

Woorden zijn het materiaal waaruit het hele universum is gemaakt. Doordat mensen het spraakvermogen van God hebben ontvangen, gaf God daarmee zijn eigen goddelijke en creatieve macht aan de mens. Het is geen wonder dat juist ons spraakvermogen het onderscheidende verschil is tussen mens en dier.

Woorden uit het hart

De Here Jezus gaf ons verder inzicht in het belang van woorden, toen Hij zei: Uit de overvloed van het hart spreekt de mond (Mattheüs 12:34). De eerste en definitieve openbaring van wat er in ons hart zit, komt naar buiten door onze woorden. Het hart is de bron van het leven van een mens (zie Spreuken 4:23), maar woorden zijn het door God bepaalde middel waaruit dat leven zal stromen en zich zal uiten.

Als iemand in volledige stilte naast me zit, kan ik niet peilen wat zich in zijn hart bevindt. Maar als hij begint te praten dan laat hij me zien wat er van binnen in hem omgaat. Woorden doorbreken de barrière tussen het ene en het andere hart. Dit is de reden dat Jezus zelf ‘het Woord van God’ wordt genoemd (Johannes 1:1). Met onze zintuigen kunnen we God niet leren kennen en kunnen we niet begrijpen wat zich in Gods hart en denken bevindt. De schepping – Gods woorden – geven ons enig idee van Gods eeuwige kracht en almacht (zie Romeinen 1:20), maar zij openbaart Gods hart niet ten volle.

Jezus kwam echter binnen in ons bestaan op een manier die onze zintuigen kunnen bevatten en gaf ons een volledige en volmaakte openbaring van Gods hart. Zoals de woorden van een mens de onzichtbare gedachten van zijn hart openbaren, zo brengt Jezus het wezen van de onzichtbare God openbaar voor onze zintuigen. Jezus is in de diepste zin ‘Gods Woord’, de volmaakte expressie van Gods hart en gedachten. Er is geen andere manier om God te leren kennen. Jezus, het levende Woord, doorbreekt de barrière tussen het hart van God en het hart van de mens.

De goddelijke oorsprong van woorden

Het spraakvermogen heeft een goddelijke oorsprong. Het is een prachtig en heilig vermogen dat God aan ons heeft gegeven, en we mogen dit geschenk dan ook niet onderschatten of misbruiken. Jezus waarschuwde ons: Op grond van uw woorden zult u rechtvaardig verklaard worden, en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden (Mattheüs 12:37). Maar Ik zeg u dat de mensen van elk nutteloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel (Mattheüs 12:36). Laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee; wat hierboven uitgaat, is uit de boze. (Mattheüs 5:37)

Onze woorden horen sober, accuraat, zuiver, zonder overdrijving te zijn – heilige instrumenten met een heilig doel. IJdele woorden gebruiken is een zonde die we moeten belijden en wegdoen, zodat God ons weer kan zegenen.

Paulus schreef aan de gemeente te Kolosse: Wees in uw gesprekken altijd vriendelijk (Kolossenzen 4:6). God wil onze spraak gebruiken om zijn gezag te vestigen. In Job 22:28 wordt een belofte gedaan voor zondaars die zich bekeren in geloof: Als je een zaak besluit, dan komt die voor je tot stand (Job 22:28). Het besluit van een bekeerde zondaar heeft hetzelfde gezag als een besluit van God.

Over Samuël wordt geschreven dat hij geen enkel woord op de grond liet vallen. Dat betekent dat de woorden die Samuël uitsprak het karakter en denken van God zo weerspiegelden dat ze net zo zeker en effectief waren alsof God ze zelf had uitgesproken. Op basis van het woord van de profeet Elia regende het drie en een half jaar niet in Israël (1 Koningen 17:1).

In het Nieuwe Testament sprak Jezus eenvoudig tot een vijgeboom en deze verdorde met wortels en al. Toen zijn discipelen zich hierover verbaasden, delegeerde Jezus dezelfde autoriteit aan zijn vrienden: Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u: Als u geloof had en niet twijfelde, zou u niet alleen doen wat er met de vijgenboom is gedaan, maar zelfs als u tegen deze berg zou zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, dan zou het gebeuren. En alles wat u in het gebed vraagt, in geloof, zult u ontvangen. (Mattheüs 21:21-22)

Deze dubbele belofte houdt zowel gesproken woorden tot God in gebed in, als woorden die voor of namens God worden gesproken. Jezus verkondigt hier dus Gods wil om de woorden die de discipelen uitspreken hetzelfde gezag toe te kennen als zijn eigen woorden. Als wij als christenen eens zouden stoppen om dit heilige geschenk te misbruiken en te verachten. Als we alle ijdele en onheilige woorden weg zouden doen; alle dom gezwets, roddel, lasteren, bekvechten, sprookjes en overdrijvingen, dan zouden we al snel verwonderd zijn over de kracht die onze goed gekozen woorden zouden hebben.

Woorden als propaganda

Hoewel de heiligen vaak blind zijn of onverschillig staan tegenover de kracht van woorden, geldt dat zeker niet voor satan. Hij gebruikte strategisch gekozen woorden om de mens tot zonde te verleiden, en sindsdien is hij voortdurend bezig om de goddelijke autoriteit van woorden teniet te doen en woorden te gebruiken tegen Gods volk en Zijn doel met deze wereld. In Openbaring 16:13 lezen we: En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Een opvallend kenmerk van kikkers is dat ze overdag weinig geluid maken, maar dat ze tijdens uren van duisternis voortdurend kwaken. Kikkers vormen daarmee een levendige vergelijking met recente politieke methodes waar we het woord ‘propaganda’ voor gebruiken. Propaganda is het voortdurend uitspreken van stellingen en theorieën waarvan de verzender wil dat mensen die gaan geloven, en anderen wil buitensluiten die dit niet geloven.

Deze vorm van spraak die we propaganda noemen wordt gebruikt door ‘de heersers van de duisternis van deze wereld’ om anti-christelijke dictatoriale regimes te vestigen, zoals we die de afgelopen honderd jaar hebben zien opkomen. Militaire macht, geheime politie, overheersende regimes, worden allemaal in stand gehouden door dat ene grote instrument: propaganda. Hoewel de machten achter propaganda geestelijk zijn en ‘onreine geesten’ worden genoemd, werken zij hoofdzakelijk via de lippen van mensen. Daarom lezen we in Psalm 12:5: Zij zeggen: Met onze tong zullen wij de overhand hebben! Onze lippen zijn van ons! Wie is heer over ons? Zulke mensen weten niet dat satan over hen en over hun lippen heerst. In Psalm 73:8-9 wordt dit bevestigd: Zij spotten en spreken boosaardig van onderdrukking, zij spreken uit de hoogte. Zij zetten hun mond op tegen de hemel, hun tong wandelt honend rond op de aarde.

Geen enkele moderne schrijver is erin geslaagd om in zo weinig woorden op levendige en accurate wijze een beeld te schetsen van de huidige politieke doelen en methoden. Het eeuwenlange conflict tussen de machten van het licht en de machten van de duisternis, zowel in de hemel als op aarde, komt in onze generatie tot een climax. Het belangrijkste instrument waarmee deze strijd beslist zal woorden, zijn woorden! Het is niet Gods wil dat zijn kinderen niet effectief zijn of verslagen worden. Weten jullie niet, schrijft Paulus, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? (1 Korinthiërs 6:2). En verder: De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken. Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus. (2 Korinthiërs 10:4-5)

We zullen zien dat de strijd niet gelegen ligt in materiële zaken of op tastbaar gebied, maar op het gebied van de gedachten en de verbeelding. De belangrijkste wapens die God aan ons heeft toevertrouwd zijn woorden!

Geef richting aan je woorden

Er zijn twee richtingen die we onze woorden kunnen geven: naar God namens mensen (gebed). En naar mensen namens God (proclamatie). Ons gebruik van woorden in gebed naar God is misschien wel de belangrijkste taak die ooit aan een mens is toevertrouwd. Vaak is deze taak in het verleden overgelaten aan een verachte minderheid. Een geweldig doel van de hedendaagse uitstorting van de Heilige Geest in ieder deel van de Kerk is om een leger van voorbidders voort te brengen; een leger dat bereid en in staat is om de gebedsstrijd tegen de poorten van satans koninkrijk ter hand te nemen en te bewijzen dat deze poorten de door de Geest bekrachtigde en door de Geest geleide biddende Kerk niet kunnen overweldigen.

Als het gaat om het gebruik van woorden namens God aan mensen, kunnen we in onze tijd beschikken over gigantische mogelijkheden in de vorm van moderne media van massa-communicatie: televisie, radio, drukwerk, internet, etc. Geen enkele generatie vóór ons heeft zoveel mogelijkheden gehad om woorden van God tot de mensen te spreken. Helaas hebben de vertegenwoordigers van satans koninkrijk vaak veel meer visie en geloof om deze middelen daadwerkelijk te gebruiken. Het is tijd voor ons als christenen dat we ons bekeren van ons gebrek aan visie en geloof en deze media van massacommunicatie meer gaan gebruiken om satans macht te verkleinen, en deze meer gaan gebruiken voor de proclamatie en uitbreiding van Gods koninkrijk. Op die manier zullen we voldoen aan de woorden uit Openbaring 12:11: En zij hebben hem (satan) overwonnen door het bloed van het Lam en het woord van hun getuigenis (NBG).

Tenslotte: onthoud dat er in deze strijd geen neutrale gebieden zijn. Jezus zei: Wie niet met Mij is, die is tegen Mij; en wie niet met Mij bijeenbrengt, die drijft uiteen (Mattheüs 12:30). Zowel God als satan zullen geen compromis aanvaarden. We overwinnen of we worden overwonnen, er is geen derde optie.

Ten tijde van de reformatie zei Luther: ,,Het is belangrijker om het evangelie te prediken, dan te leven.” Tijdens een latere crisis in de geschiedenis van Europa, zei Edmund Burke: ,,Het enige wat nodig is voor de overwinning van het kwade, is dat de goede mensen niets doen.” Beide uitspraken gelden vandaag nog net zo. Zowel individueel als een Lichaam, staan wij als christenen tegenover de ultieme crisis in de menselijke geschiedenis. Aan welke kant sta jij met je woorden?