Onderwijsbrief: Vergeving

September 2019

Vergeving is een van de mooiste woorden die we hebben. Wat maakt dit woord zo mooi en bijzonder? Denk maar eens aan een aantal gevolgen die uit vergeving voortvloeien: verzoening, vrede, rust, eenheid, begrip, harmonie, vriendschap. Allemaal dingen waar onze wereld vandaag een enorme behoefte aan heeft. En bedenk vervolgens eens wat de gevolgen zijn als we niet vergeven of als we niet bereid zijn vergeving te ontvangen: bitterheid, strijd, verbroken relaties, verdeeldheid, haat en oorlog. Als we hier ooit bovenuit willen stijgen, dan zullen we moeten leren hoe we Gods heerlijke principe van vergeving kunnen toepassen.

Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook hen vergeven die ons iets schuldig zijn.
Mattheüs 6:12 (NBG)

Klik hier voor de PDF versie >>

Twee richtingen van vergeving

De Bijbel leert ons twee richtingen van vergeving. Deze twee richtingen vinden we op een prachtige manier terug in het belangrijkste symbool van het christelijk geloof; het kruis. Het kruis heeft twee balken, een verticale en een horizontale. Dat zijn ook de twee richtingen van waaruit vergeving stroomt. De verticale balk, van boven naar beneden, staat symbool voor de vergeving die we allemaal nodig hebben van God, een vergeving die alleen kan worden ontvangen door geloof in het kruisoffer en de opstanding van Jezus Christus. De horizontale balk symboliseert de relatie met onze medemens en spreekt van vergeving die twee kanten op gaat: de vergeving die we moeten ontvangen van anderen en de vergeving die wij aan anderen moeten geven.
Het kruis is de enige plaats waar we de genade kunnen vinden om deze vergeving te kunnen ontvangen en schenken.

De verticale richting

Laten we beginnen met de vorm van vergeving die we zelf nodig hebben en die we van God kunnen ontvangen; de verticale richting. Het is zo’n geweldige zegen om door God vergeven te zijn. Dit wordt misschien wel het mooist beschreven door David in Psalm 32:
Gelukkig (of: gezegend) de mens van wie een misstap is vergeven, en van wie de zonde is toegedekt. Gelukkig de mens wiens zonde de Heer niet aanrekent, van wie het geweten tot rust is gekomen. (Psalm 32:1-2, WV)
Nu vraag je je misschien af: waarom hebben we vergeving nodig? Romeinen 3:23 vertelt ons heel simpel waarom we allemaal Gods vergeving moeten zoeken: Want allen hebben gezondigd en missen (NKJV: schieten tekort in) de heerlijkheid van God.
Het woord ‘allen’ betekent dat niemand is uitgezonderd. We hebben allemaal gezondigd. Niemand is van zichzelf rechtvaardig; er is niemand die altijd alles goed doet. Misschien ben je het daar niet mee eens en zeg je: ‘Nou, ik heb nog nooit een moord begaan, iets gestolen, overspel gepleegd, en ben zelfs nog nooit dronken geweest.’ Heel misschien kun je zelfs zeggen: ‘Ik heb nog nooit een leugen verteld.’ Dat kan zo zijn, maar er is iets wat we allemaal gemeen hebben. We zijn allemaal zondige mensen en – als gevolg daarvan – schieten we tekort in (het weerspiegelen van) de heerlijkheid van God.

Gods vergeving ontvangen

Deze vergeving, vrede en verzoening met God, is niet iets wat we kunnen verdienen. In Romeinen 4 geeft Paulus hierover onderwijs en gebruikt daarbij het voorbeeld van Abraham, de grote voorvader van de Joden, het volk van Israël. Hij legt uit dat Abraham zijn relatie met God niet verdiende, maar dat hij werd gerechtvaardigd op grond van wat hij geloofde, niet van wat hij deed.

Wat zullen wij dan zeggen dat Abraham onze vader, wat het vlees betreft verkregen heeft? Immers, als Abraham uit werken gerechtvaardigd is, heeft hij roem, maar niet bij God. Want wat zegt de Schrift? ‘En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend.’ Aan hem nu die werkt, wordt het loon niet toegerekend vanwege genade, maar vanwege schuld aan hem. Aan hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.
(Romeinen 4:1-3)
De essentiële voorwaarde voor het ontvangen van Gods vergeving is het onwankelbare geloof dat God zal doen wat Hij heeft beloofd. En, zegt Paulus, dat principe gold niet alleen voor Abraham, maar ook voor ons. We moeten geloven in de twee aspecten van het kruis – dat Jezus stierf als straf op onze zonden en dat Hij werd opgewekt om ons rechtvaardig te maken. Als we dit geloven, zal God dit ons toerekenen als gerechtigheid.
We zijn gerechtvaardigd door geloof en door Jezus’ sterven in onze plaats. In het woord ‘gerechtvaardigd’ kunnen we twee hulpwoorden ontdekken die ons helpen de betekenis goed vast te houden; gerechtvaardigd betekent ‘alsof-ik-altijd-rechtgevaren-ben’, dus alsof-ik-nooit-het-rechte-padverlaten-heb (in het Engels: justified = just-as-if-I’dnever-sinned). Want toen al mijn zonden werden vergeven, werd ik door God rechtvaardig gemaakt met de rechtvaardigheid van Jezus zelf, alsof ik nooit gezondigd had.

De horizontale richting

Nu wil ik dieper ingaan op de horizontale richting van vergeving. Veel christenen hebben blokkades in hun leven die ervoor zorgen dat ze Gods vervulling, voldoening, vrede, genezing en Zijn vele andere zegeningen niet ervaren. In deze onderwijsbrief bestuderen we één van de meest voorkomende van die blokkades: niet kunnen of niet willen vergeven.
Op een avond kwamen in een samenkomst vijf mensen naar voren voor genezing. Ik voelde me geleid om aan elk van hen afzonderlijk te vragen: ‘Is er bitterheid of onvergevingsgezindheid in je hart naar iemand?’ Van de vijf antwoordden er liefst drie bevestigend! Vervolgens vroeg ik hen: ‘Wil je dan echt dat ik voor je bid? We kunnen ons gebed keurig volgens het boekje opzeggen, maar hoeveel effect denk je dat het zal hebben?’ Ze antwoordden: ‘Ik denk dat we beter eerst onze zaken in orde kunnen maken en dan terugkomen.’
Opmerkelijk! Maar nog opmerkelijker was het feit dat deze mensen zich tot vlak daarvoor niet bewust waren van onjuiste relaties. Waar waren ze door misleid? Ze hadden toegestaan dat uiterlijke dingen de innerlijke werkelijkheid hadden vervangen. Als we zouden kijken naar de inwendige conditie van het Lichaam van Jezus Christus, zouden we waarschijnlijk geschokt zijn van wat we tegenkwamen.

De onvergevingsgezinde slaaf

In Mattheüs 18:23-35 vinden we de gelijkenis van de ‘onvergevingsgezinde slaaf’. Het laatste vers van het verhaal laat duidelijk zien dat Jezus verwijst naar belijdende christenen. De eerste slaaf in de gelijkenis was tienduizend talenten schuldig of, vertaald naar vandaag, ongeveer 7 miljoen euro. Omdat hij niet kon betalen en ook nooit zou kunnen terugbetalen, stond hij op het punt in de gevangenis gegooid te worden. Hij zocht de genade van zijn heer, die hem vrijgevig de hele schuld kwijtschold.
Maar toen hij naar buiten liep vond hij een medeslaaf, die hem naar dezelfde maatstaf ongeveer een tientje schuldig was. ‘Betaal me’, eiste hij van de slaaf. ‘Dat kan ik niet’, antwoordde de man. ‘Dan laat ik je in de gevangenis gooien.’ De man antwoordde weer: ‘Wacht, ik zal betalen. Ik zal zorgen dat ik aan dat tientje kom!’ Maar de schuldeiser zei: ‘Nee, als je nu niet kunt betalen, ga je naar de gevangenis.’
Natuurlijk waren de andere slaven heel verdrietig en verontwaardigd en vertelden het gebeurde aan hun heer. ‘Weet u nog, de slaaf die u 7 miljoen euro hebt kwijtgescholden? Hij kwam buiten uw kantoor een medeslaaf tegen die hem een tientje schuldig was dat hij niet kon betalen, en daarom gooide hij de man in de gevangenis.’

En de Bijbel zegt: De heer van die knecht was kwaad. En nadat hij hem geroepen had en gevraagd had wat er was gebeurd, zei hij: Jij, slechte slaaf. En gaf het bevel dat hij moest worden overgeleverd aan de folteraars (pijnigers), totdat hij alles had betaald wat hij schuldig was (wat vanzelfsprekend nooit zou gebeuren). Het laatste vers van dit stukje zegt:
Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft. (Mattheüs 18:35)
In deze geschiedenis zien we twee belangrijke feiten: Ten eerste, het niet vergeven van anderen is ‘slecht’, goddeloos. Ten tweede, de onvergevingsgezinde slaaf werd overgeleverd aan de folteraars.
En de Heer zei: Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen…

Het is ronduit schokkend wat hier staat: Als jij christen bent, maar je broeder niet van harte zijn overtredingen vergeeft – elke pijn die ze je hebben aangedaan, iedere wond of elke schuld – dan zegt de Here Jezus: God zal jou net zo behandelen als de onvergevingsgezinde slaaf. Hij zal je overleveren aan de folteraars.

 

In de handen van de folteraars

Dit gedeelte begon ik beter te begrijpen, toen ik in de loop van mijn bediening massa’s belijdende christenen tegenkwam die duidelijk zichtbaar in handen waren gekomen van folteraars: ze ondergingen geestelijke foltering, emotionele foltering en zelfs lichamelijke foltering. Ik vroeg me af: ‘Heer, hoe kan dat?’ Het ging (en gaat) om mensen die de Naam van Jezus aanriepen; mensen die beleden te geloven in verlossing; mensen die Jezus als Heer erkennen… en toch waren ze in handen van folteraars. Ze waren in handen van boze geesten, hadden geen vrede, geen vreugde en leden aan allerlei angsten; hun gedachten kwamen maar niet tot rust. En ze kwamen bij mij voor bevrijding. Als dit nu buiten de Gemeente gebeurde, zou ik het nog kunnen begrijpen, maar het gebeurt ín de Gemeente.
De Heer sprak tot me: ‘Ze zijn in handen van de folteraars omdat Ik ze daarin heb overgegeven.’ Als God iemand in de handen van folteraars overgeeft, is er geen schepsel op aarde die ze eruit kan halen. Veel predikanten proberen het en nog veel meer mensen moedigen de predikant aan het te proberen, maar het zal niet lukken. Als God je overgeeft in de handen van folteraars, dan blijf je daar totdat je je buigt voor Gods voorwaarden om eruit te komen. En die voorwaarde is vergeving. Dit is Gods altijd geldende voorwaarde, waar niemand omheen kan.
Past dit principe in ons beeld van een liefdevolle, genadige God? Toch is het het Nieuwe Testament waar we deze gelijkenis vinden, en zijn het woorden van de Here Jezus zelf… God is genadig, maar je stelt je buiten het bereik van Zijn genade, op het moment dat je die genade zelf niet wenst toe te passen op anderen en bitterheid vasthoudt. Het is overigens belangrijk dit principe niet om te keren; niet alle lichamelijke, mentale of geestelijke foltering heeft een oorzaak in onvergevingsgezindheid; er kunnen veel meer oorzaken zijn, die soms ook grond vinden in het voorgeslacht.

Verlos ons van de boze

Het ‘Onze Vader’ is een voorbeeldgebed voor alle christenen. Als de discipelen vragen hoe ze moeten bidden, zegt Jezus in Mattheüs 6: Bid u dan zo…

Uit deze woorden begrijp ik dat dit gebed een model is. We hoeven niet per se dezelfde woorden te gebruiken, maar de principes zijn onveranderlijk.

Een model uit Derek’s boek, dat je kan helpen te beginnen en door te gaan met vergeven.

En Jezus bidt ons dan voor in vers 12: Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook hen vergeven die ons iets schuldig zijn (NBG).
Dit principe is niet mis te verstaan. Je hebt het recht om vergeving aan God te vragen voor alle zonden, maar je zult nooit méér vergeving ontvangen dan je zelf bereid bent aan anderen te geven. Als je anderen niet vergeeft, vergeeft God jou niet.
Aan het eind van dit voorbeeldgebed gebeurt er iets opmerkelijks. Nadat Jezus ‘Amen!’ heeft gezegd, is dit het enige gedeelte uit het gebed waarvan Jezus het belangrijk vindt het nog even verder toe te lichten: Maar als u de mensen hun misdaden niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven. (Mattheüs 6:14-15)
Dit is niet mis te verstaan: als er iemand is die je nog niet hebt vergeven, maak je dan geen illusies: je bent dan ook niet vergeven door God. Laat je alsjeblieft niet misleiden. Als er onvergevingsgezindheid is in je leven, dan is dat een bron van problemen in je leven en een barrière voor je hele geestelijke groei.

Je hebt geen volledige vergeving, omdat je zelf nog niet iedereen vergeven hebt. Sommige mensen zeggen tegen me: ‘Ik heb het gevoel dat ik niet kan vergeven.’ Ik heb goed nieuws voor hen. Je hoeft het niet te voelen. Je moet het besluiten. Het gaat niet om je emoties, maar om je wil. Veel van onze tegenwoordige prediking is
verkeerd gericht, want ze richt zich op de ziel: op de emoties van mensen, en daardoor produceert dit soort prediking ook alleen maar emoties – momentopnamen die geen blijvende verandering bewerken.
De meeste predikers in de kerkgeschiedenis die echt door God werden gebruikt, predikten tot de wil van de mensen. De grote opwekkingsprediker Charles Finney (1792 – 1875), die in zijn leven zo’n 500.000 mensen tot Jezus leidde, zei:

‘Ik ben in niets anders geïnteresseerd dan de wil.’

 

Je hoeft vergeving dus niet te voelen, je hoeft haar alleen maar toe te passen door een beslissing van je wil.

De beslissing om te vergeven

Ik geef toe dat de beslissing om te vergeven soms een heel diepe, moeilijke beslissing is. Zeker wanneer er hele grote en bepalende dingen zijn gebeurd, die je zijn aangedaan door mensen heel dichtbij. Tegelijkertijd zien we dat er voor je eigen bestwil geen andere optie is dan de weg van vergeving in te slaan. Als jij vergeving wilt ontvangen van God, dan vraagt God jou om anderen te vergeven. Als je je gebeden beantwoord wilt zien, dan moet je vergeven. Als je de vreugde, vrede en vervulling wilt ervaren die bedoeld is voor iedere christen, dan moet vergeving een actieve, voortdurend werkende kracht zijn in je leven. De keuze is aan jou. Je kunt besluiten om onvergevingsgezindheid je leven te laten verwoesten, of je kunt er voor kiezen om door een besluit van je wil te gaan vergeven en in de vrijheid te komen. Wat kies je?
Wat als je nog steeds wrok ervaart? Begin dan te bidden voor de persoon in kwestie. Je kunt onmogelijk wrok tegen iemand blijven koesteren, als je tegelijkertijd voor hem of haar bidt. Door de geloofsdaad van gebed verander je negatieve gevoelens in positieve.
Zoals ik al eerder zei, behoeft het geen betoog dat vergeving in sommige specifieke gevallen een heel diepe, moeilijke weg kan zijn. Het proces om iemand die jou verschrikkelijke dingen heeft aangedaan te gaan vergeven, kan aanvoelen als een woestijn waar je doorheen moet. Toch moet je… We zagen in deze studie dat we als kind van God geen andere optie hebben. Maar God zelf wil je helpen en je de kracht geven voor het wilsbesluit dat nodig is. Vraag Hem om die kracht. Strek je uit naar die verzoening, vrede, rust, eenheid, begrip, harmonie en vriendschap, wat allemaal voortvloeit uit vergeving.
Lees verder

Onderwijsbrief: De belofte van de opstanding

Juni 2019

Met Hemelvaart vieren we dat Jezus is opgevaren naar de Vader. Op diezelfde manier zal Hij ook weer terugkomen (zie Handelingen 1:11). Tot dat moment leven wij in de verwachting van iets dat de prachtige gebeurtenissen in ons leven, zoals verliefd worden, trouwen, kinderen krijgen, slagen voor een opleiding of je eerste baan krijgen, vér te boven gaat. In feite zou dát de belangrijkste reden moeten zijn om uit te zien naar Jezus’ komst: onze opstanding! Door Derek Prince, samengesteld door DPM uit hoofdstuk 3 van het boek ‘Uitzien naar Jezus’ komst’ Deze stelling verbaast je misschien en je zegt: ‘Waarom denk je dat?’ Omdat het merendeel van de gelovigen vandaag de dag nauwelijks of geen belangstelling heeft voor de opstanding. En nog veel minder leven ze in de verwachting ervan… In deze onderwijsbrief wil ik je helpen begrijpen waarom de opstanding één van de belangrijkste gebeurtenissen – zo niet de állerbelangrijkste – in ons leven zal zijn.

Klik hier voor de PDF versie >>

De betekenis van de opstanding

De opstanding is de vervolmaking van onze persoonlijke redding. Het woord vervolmaking betekent compleet maken, voltooien. Het werk van Jezus aan het kruis was pas compleet toen Hij was opgestaan. In dezelfde zin is onze redding pas voltooid, of vervolmaakt, als ook wij ons opgestane lichaam hebben ontvangen. De transformatie, de vernieuwing van ons fysieke lichaam zal de vervolmaking zijn van onze redding. Ons lichaam zal dan zijn zoals Jezus’ lichaam was na Zijn opstanding. Dat alles zal plaats vinden op het moment dat Christus verschijnt in glorie.

Ik ben altijd erg onder de indruk geweest van het opmerkelijke levensmotief van Paulus, dat we lezen in het derde hoofdstuk van zijn brief aan de Filippenzen. Als je deze passage leest met een open hart, dan krijg je volgens mij een heel nieuwe kijk op je redding. Weet je, veel christenen vandaag zijn geneigd te denken dat onze redding inhoudt dat we aan het eind van ons leven sterven en naar de hemel gaan. Dat is zeker één heel belangrijke fase, maar het is niet alles. Er bestaat iets wat zelfs nog belangrijker is dan naar de hemel gaan. Paulus schrijft hierover: Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen, en in Hem gevonden word, niet met mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is, namelijk de rechtvaardigheid uit God door middel van het geloof; opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden. (Filippenzen 3:8-11)

Wat is Paulus’ wens en oogmerk? Waar is zijn hele motivatie op gericht? Op het kennen van Christus, het delen in Zijn lijden en het delen in Zijn glorie. Maar zijn hoogste doel ligt in deze woorden: om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden. De belofte van onze opstanding Ik beschouw alles als schade … om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden. (Filippenzen 3:8, 11)

Ongeacht de prijs

De uitdrukking ‘hoe dan ook’ geeft voor mij aan dat Paulus er ontzaglijk veel belang aan hecht om te kunnen komen tot zijn opstanding. Wat het hem ook zou kosten, wat voor obstakels er ook zouden komen, dat is zijn doel – te komen tot de opstanding van de doden. Paulus doelt hier niet op de algemene opstanding van alle gestorvenen (gered en ongered). Hij gebruikt hier een woord voor ‘opstanding’ dat verwijst naar de opstanding die in Openbaring genoemd wordt ‘de eerste opstanding’. Daarvan zegt de Bijbel: Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding (Openbaring 20:6). Paulus wil heel duidelijk maken dat hij deze opstanding nog niet heeft bereikt op het moment dat hij deze woorden schrijft. Daarom gaat hij verder met: Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen. (Filippenzen 3:12) Paulus laat overduidelijk blijken dat hij een helder en vastomlijnd doel heeft in zijn leven. Er is niets wat mij persoonlijk meer verdriet kan doen dan het tegenkomen van christenen die doelloos leven – meestal wat rondzwalkend, heen en weer geslingerd door de loop van het leven…

In tegenstelling tot zulke mensen heeft Paulus een duidelijk, positief, specifiek doel. En bovendien maakt hij zijn doel één met het doel dat de Heer voor hem heeft. Johannes schrijft: En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid (1 Johannes 2:17). En wat gebeurt er als je de wil van God tot de jouwe maakt? Je wordt sterk, standvastig en onoverwinnelijk!

De komende transformatie

Tegen het einde van Filippenzen 3 legt Paulus uit wat hij met het voorgaande bedoelt – en waarom hij gelooft dat dit alles heel belangrijk is: Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen. (Filippenzen 3:20-21) Het is belangrijk dat we ons realiseren dat we weliswaar bewoners van de aarde zijn, maar dat ons burgerschap in de hemelen is. Let erop dat Paulus, net als de schrijver van Hebreeën, het woord ‘verwachten’ noemt. Het vurig verlangen naar de terugkomst van de Heer is een levenshouding die voortdurend benadrukt wordt op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament. We zien dat de verandering van ons ‘vernederd lichaam’ zowel het hoogtepunt van Filippenzen 3 is als de verwezenlijking van Paulus’ doel. Paulus zegt dat we nu, in deze tijd, een ‘vernederd’ lichaam hebben. In 1 Korinthiërs 15:42 en 53 worden de woorden ‘vergankelijk’ en ‘sterfelijk’ genoemd, die dezelfde oorsprong hebben. De transformatie waarnaar Paulus in dit vers uitkijkt is de verandering van ons vernederde lichaam naar een verheerlijkt lichaam – zoals het verheerlijkte lichaam van de opgestane Here Jezus.

Van vernederd naar verheerlijkt lichaam

Het maakt niet uit of we gezond, rijk of sterk zijn, want los van onze situatie leven we als gevolg van de zondeval in een vernederd lichaam. En die vernedering merken we op verschillende manieren. Al zouden we het ons kunnen veroorloven om uit eten te gaan in de meest sjieke restaurants, en konden we de meest verfijnde gerechten bestellen, toch weet iedereen wat er op zeker moment zal gebeuren: we moeten allemaal een keer naar het toilet. Dat op zich is al een voortdurende herinnering aan onze vernedering als mens. Een vrouw kan de heerlijkste parfum opdoen en er prachtig uitzien, maar als ze het druk heeft, het warm krijgt, of nerveus wordt, begint ze te zweten. Zowel voor mannen als voor vrouwen is transpireren een teken van onze vernedering of nederige menselijkheid… Ook is het een feit dat hoe ouder we worden, ons lichaam ons steeds bewuster maakt van die vernedering. Hoezo? We hebben een vernederd lichaam omdat we tegen onze Schepper zijn opgestaan – en ons verouderende lichaam herinnert ons voortdurend aan dat feit. We moeten leven in dit vernederde lichaam tot we sterven of totdat Jezus terugkomt. Maar, vertelt Paulus ons, dit is niet onze permanente toestand! Volgens het Woord krijgen we een nieuw lichaam – een lichaam dat een verheerlijkt lichaam zal zijn. We worden bevrijd van onze lichamelijke vernedering, en gaan de heerlijkheid van de Heer binnen. Dit is de lichamelijke transformatie waar Paulus naar streeft, en hij verbindt die aan de verwachting van de komst van onze Zaligmaker, de Here Jezus Christus.

Merk op dat Paulus niet alleen spreekt over sterven en dan naar de hemel gaan om bij de Heer te zijn. Daarover schreef hij in de voorgaande hoofdstukken We denken aan de hemel als ultieme doel, maar ons ultieme doel is de opstanding! van Filippenzen. Hier gaat hij verder, naar de verschijning van de Heer, en de opstanding van Zijn lichaam. Deze transformatie tot heerlijkheid van ons lichaam is de definitieve voltooiing – de vervolmaking – van onze persoonlijke redding.

(Noot van DPM: Vaak denken we dat we het met ‘naar de hemel gaan’ en ‘opstaan uit de dood’ over dezelfde gebeurtenis hebben. Derek legt in hoofdstuk 42 van zijn boek ‘de Pijlers van het christelijk geloof’ uit, dat dit niet zo is. De hemel is de plek waar onze geest na ons overlijden naartoe gaat, zonder ons lichaam. Bij de wederopstanding, die net als bij Jezus later plaatsvindt, worden onze geest en ons lichaam weer verenigd, om te leven op de nieuwe aarde. De hemel is dus niet onze uiteindelijke bestemming.)

Met Christus verborgen in God

Deze waarheid over de lichamelijke transformatie, is heel diepgaand. Het is geweldig om te weten dat we een opgestaan lichaam zullen ontvangen als Christus verschijnt. Maar hoe moeten we dan naar ons leven in de tussenliggende tijd kijken? In Kolossenzen 3:3-4 vinden we een paar nuttige antwoorden op die vraag. Paulus schrijft hier: …want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer zijn wij gestorven? Wij zijn gestorven toen Jezus stierf aan het kruis. Onze oude mens werd in Hem gekruisigd.

Wezenlijk gelóóf hierin maakt een enorm verschil in je leven. Paulus schrijft: ‘u bent gestorven’. Die gedachte roept een volgende logische vraag op. Als jij bent gestorven, waar is dan nu je leven? Het antwoord is: jouw leven is met Christus verborgen in God. Zeker weten dat jouw leven met Christus verborgen is in God, moet je een geweldig gevoel van zekerheid geven! Dan is er geen enkele boze macht die dat leven kan aantasten, omdat het buiten het bereik ligt van alle machten van het kwaad. Verdergaand op deze openbaring van onze ‘verborgenheid met Christus’, schrijft Paulus in vers 4: Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

Hier is een heel mooie gedachte voor je als je worstelt met zwakheid of ziekte (sommige van de eenvoudigste uitspraken in de Bijbel gaan heel diep, en dit is er één van): Christus is ons leven. Wat heb je nog meer nodig? Het leven van Christus is sterker dan elk probleem, elke nood, en elke zwakheid. Ik moedig je aan om het vaak te zeggen, en in het bijzonder als je het moeilijk hebt. Zeg het maar eens hardop: ‘Christus is mijn leven! ‘

Hier volgt nog een prachtige gedachte om mee bezig te zijn: als Hij verschijnt, zal de wereld gaan zien wie wij wérkelijk zijn. In dit tijdperk heeft de wereld geen idee van wie wij zijn. We zijn al Koningskinderen, maar de wereld onderkent dat niet. Maar er komt een dag waarop het hele universum zal zien wie we werkelijk zijn… Er is nog een reden waarom we zouden moeten verlangen naar Zijn verschijning. Ons ware leven – de glorie die God voor ons heeft – zal niet eerder openbaar worden dan wanneer Christus in Zijn glorie openbaar wordt. De volledige uitwerking van Gods redding voor ons zal pas dan voltooid worden.

Het is geweldig dat we nu al eeuwig leven hebben door ons geloof in Jezus. Maar dat is niet het einde van de zaak. Het is geweldig om te weten dat als je sterft, je geest los van je lichaam naar Christus zal gaan. Maar ook dat is niet het einde van de zaak.

Weet je, God heeft geen eeuwigheid op het oog voor ons als geesten zonder lichamen. Jezus stierf om de gehele mens te redden – geest, ziel en lichaam. Zijn redding is pas volledig in ons doorgewerkt als we de complete redding hebben ontvangen, naar geest, ziel en lichaam. Wanneer zal dat gaan gebeuren? Niet eerder dan wanneer Jezus terugkomt in heerlijkheid.

Omdat we dit zeker weten, kunnen we ons er voorlopig in verblijden met Christus verborgen te zijn in God. Het is een veilige plaats. De psalmist had dat begrepen toen hij schreef: Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige. (Psalm 91:1)

Er is geen veiligere plaats dan verborgen te zijn in Christus.

Het doel van het geloof

Jezus heeft ons duidelijk geleerd dat het geloof in Hem zal uitmonden in onze opstanding. In Johannes 6 verklaart Jezus maarliefst vier keer dat de opstanding zal volgen op ons geloof. Maar ik wil je aandacht richten op een belangrijk feit – Jezus spreekt niet zozeer over het feit dat wij een eeuwigheid in de hemel tegemoet gaan, maar vooral over de opstanding van ons lichaam. En dit is de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren laat gaan, maar het doe opstaan op de laatste dag. (Johannes 6:39) Jezus herhaalt dezelfde waarheid in het volgende vers: En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Wij zijn geneigd om aan het eeuwige leven (in de hemel) te denken als ons ultieme doel. Maar dat is het niet: het ultieme doel is de opstanding! Het komt me voor dat veel christenen deze waarheid niet inzien, en als gevolg daarvan niet al te geïnteresseerd zijn in de opstanding. Dat is echter een vergissing, want de opstanding is ons hoogste doel! Geloof me, God bedenkt geen dingen die geen hoogtepunt vormen. De opstanding van ons lichaam zal het hoogtepunt zijn van alles wat we persoonlijk kunnen ervaren, en de ultieme vervulling van de geschiedenis van de mens.

Schets het complete plaatje

Om deze wonderbare openbaring nog duidelijker naar voren te brengen, kijken we nog naar de derde tekst in Johannes 6, waar Jezus spreekt over onze opstanding: Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. (Johannes 6:44)

Het was blijkbaar Jezus’ bedoeling dat we de waarheid van de opstanding van het lichaam zouden kennen, begrijpen en geloven. Velen van ons getuigen van onze redding door te zeggen: ‘Ik heb eeuwig leven, ik geloof in Jezus.‘ Dat is prachtig nieuws wat je kunt delen. Maar waarom stopt je getuigenis daar? God gaat je opwekken op de laatste dag! Het getuigenis over je komende herleving zou wel eens veel meer de aandacht kunnen trekken van mensen die niet zo onder de indruk zijn van het hebben van eeuwig leven.

In de meeste christelijke kringen ligt de focus bijna helemaal op het ‘naar de hemel gaan’. Door dat te benadrukken, hebben we in zekere zin de boodschap beknot, door de climax weg te laten. Wat we daarmee onwetend hebben gedaan is hetzelfde als het aanbieden van een boek waarin het laatste hoofdstuk ontbreekt – en dat is nu juist het gedeelte wat iedereen wil lezen. Dat laatste hoofdstuk – over de belofte van de opstanding – hoort erbij en voegt alles samen. Het beantwoordt alle vragen en brengt het plan van God tot voltooiing en vervulling. Daarom is het heel belangrijk dat je, als je getuigt naar mensen, eraan denkt het laatste hoofdstuk van het boek er ook bij te noemen. Daarin staat de spannende climax: we zullen worden opgewekt!

Lees verder

DPM NEDERLAND

Nijverheidsweg 12
7005 BJ Doetinchem
KvK#: 41121393

CONTACT

E-mail: info@derekprince.nl
Telefoon: +31 (0) 251 255 044
(elke werkdag van 9.00 uur tot 13.00 uur)

ONDERWIJS- EN NIEUWSBRIEVEN

Ontvang onze gratis onderwijs- en nieuwsbrieven
- per post
- per email