Shop Doneer

Israël en de joden

Derek Prince heeft een bijzondere liefde voor Israël en het Joodse volk, die al begon in de jaren veertig. Als hij tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog door het Britse leger in Jeruzalem wordt gestationeerd, ziet hij met verbazing en ontzag hoe het Joodse volk na bijna tweeduizend jaar uit vele landen terugkeert uit ballingschap. Als hij Jesaja, Jeremia en Ezechiël erop naleest, realiseert hij zich dat een bijbelse profetie voor zijn ogen wordt vervuld. Als gaststudent aan de Hebreeuwse Universiteit – waar hij op dat moment de enige niet-Jood is – en ook in het dagelijks leven met de zes Joodse dochters van Lydia, leert hij het Joodse volk van dichtbij kennen. Ook leert hij over het geduld en de trouw van God, en ziet de vasthoudendheid van het Joodse volk bij het doorstaan van alle druk en vernedering. Hij zegt daarover: Wij zijn het Joodse volk enorm veel verschuldigd. Zonder hen zou de Kerk geen aartsvaders, geen profeten, geen bijbel en geen Verlosser hebben. Het kostbaarste in mijn leven is mijn bijbel en die heb ik te danken aan het Joodse volk.

Met verschillende publicaties over Israël, schudt Derek Prince jaren later vele christenen in de hele wereld wakker, door hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid ten opzichte van Israël en het Joodse volk. In zijn boek Holy Land (voorheen: The Last word on the Middle East) onderzoekt hij tot in detail hoe profetieën nu worden vervuld en licht diepgaand Gods plan toe voor het Midden-Oosten in het laatste der dagen. In een ander boek De toekomst van Israël en de Kerk concludeert hij dat Israël – in tegenstelling tot wat vele christenen gemakshalve aannemen - nooit gebruikt is als synoniem voor de Kerk. Verder betoogt hij dat de Kerk de bijzondere bestemming van Israël gaat erkennen en zich aansluit bij het plan van God met de wereldgeschiedenis. Ook maken Derek en Ruth hun liefde voor Israël praktisch, door te gaan wonen in Jeruzalem, ondanks de voortdurende druk van oorlog en geweld.

Leven uit een koffer

Vanuit hun woonplaats Jeruzalem maken Derek en Ruth in de jaren tachtig diverse keren een rondreis over de wereld – om in vele landen te spreken en ook het hoofdkantoor van de bediening te bezoeken, dat nog steeds in de Verenigde Staten gevestigd is. De eerste van deze reizen – waarbij Derek en Ruth letterlijk uit de koffer leven – duurt drie maanden en vindt plaats in 1984, als Derek negenenzestig is. Ter ere van zijn zeventigste verjaardag, in 1985, leveren vrienden uit vijf werelddelen hun bijdrage om een grote wens van Derek te kunnen vervullen: zijn dagelijkse radioprogramma wordt vertaald en uitgezonden in het Spaans en het Russisch. In het Spaans kan het programma nu geheel Centraal- en Zuid-Amerika bereiken en ook Spanje zelf. De Russische versie wordt afgerond in 1986 en dringt vanaf dat jaar vijf dagen per week door tot achter het IJzeren Gordijn. In 1987 maken Derek en Ruth opnieuw een rondreis om de wereld, die deze keer vijf maanden in beslag neemt. Hierbij bezoeken ze voor het eerst Indonesië en Maleisië. Het eiland Papoea Nieuw Guinea is één van de hoogtepunten. Derek komt tot de ontdekking dat zijn boek ‘De pijlers’ ter plaatse wordt gebruikt door Wycliffe Bijbelvertalers en de leiders van Jeugd met een Opdracht, om duizenden pas bekeerde christenen in dit gebied te onderrichten. De plaatselijke bevolking ziet in Derek een ‘geestelijk vader’ en zijn bezoek wordt gezamenlijk betaald door ‘Ministers Fraternal Organization’, het bestuur van de hoofdstad Port Moresby en Papoea New Guinea Airlines! Het nationale radiostation zorgt voor de technische apparatuur voor de openluchtsamenkomsten, die bovendien live worden uitgezonden. Derek zegt hierover: Ik zag tijdens deze reis dat mijn bediening was doorgedrongen in een land waarvan ik niet had kunnen dromen dat ik het ooit zou bezoeken.

In hetzelfde jaar krijgt DPM nog een andere indrukwekkende aanmoediging van God. De Duitser Holger Grimme doceert Engels aan een Universiteit in Binnen-Mongolie. Hij luistert naar een radio-uitzending ‘Today with Derek Prince’, die vanuit de Seychellen (Indische Oceaan) wordt uitgezonden, ruim 10.000 kilometer bij hem vandaan. Hij benadert Derek Prince Ministries met het verzoek om het programma vertaald te krijgen in het Mongools. Hier is een nieuwe geloofsstap voor nodig, maar het programma wordt enige tijd later uitgezonden in het Mongools.

Over Dereks wereldreizen zei een medevoorganger eens: ,,Derek praat over de vele landen van de wereld zoals ik praat over mijn straat…’’ Derek bezit een ongewone mate van flexibiliteit en aanpassingsvermogen voor iemand van zijn leeftijd. Steeds weer is hij bereid zijn levenspatroon en dagelijkse routine te wijzigen, als hij gelooft dat dit Gods wens is. Deze combinatie van aanpassingsvermogen en absoluut vertrouwen in de heerschappij van God, stelt Derek en Ruth Prince in staat om reizen te ondernemen waar jongere mensen voor zouden terugschrikken.

Eind 1994 beginnen zij aan hun vierde rondreis om de wereld en komen zo in Zuid-Afrika, Zuidoost Azië, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten. Vijf maanden later keren zij terug naar Jeruzalem, bemoedigd en verkwikt door alles wat ze hebben beleefd. Derek zegt hierover: Het is het uur van het binnenhalen van de oogst! Zelfs in de moslimlanden haalt God al diegenen binnen die Hij voor zich heeft uitgekozen!

De discipline, toewijding, vastberadenheid en nauwgezetheid die kenmerkend waren voor Derek in zijn jonge jaren, zijn nu, in zijn hoge leeftijd tot volle rijpheid gekomen. Hij streeft ernaar om alles wat hij doet, zo goed mogelijk te doen, waarbij hij nooit uit het oog verliest dat hij volledig afhankelijk is van God. De Prince’s hebben een ‘legertje’ mensen gerekruteerd die overal ter wereld voorbede voor hen doen en die hen en het werk van DPM met gebed ondersteunen. Derek erkent openlijk dat hij afhankelijk is van de gebeden van anderen en geeft voor verhoord gebed altijd alle eer aan Heer.

De radiobediening groeit gestaag en tot de lopende projecten behoren nu ook uitzendingen in het Indonesisch, in de talen van de eilanden van de Stille Zuidzee (Fiji, Tonga, etc.) en Oost-Europa. Ook worden nog steeds wereldwijd cassettes met radioprogramma’s verspreid onder leiders, in het Engels, Chinees, Russisch en Spaans. Tegenwoordig heeft meer dan de helft van de wereldbevolking toegang tot het bijbelonderwijs van Derek Prince, in een taal die zij verstaat. Uit veel landen komen getuigenissen binnen dat Dereks onderwijs voorgangers en individuele christenen toerust om hun plaats in het Koninkrijk van God in te nemen.

Genezing

Eveneens in de jaren ’80 mag Derek Prince een nieuwe dimensie toevoegen aan zijn bediening. Omstreeks het jaar 1970 had Derek al de ietwat ongewone gave om in Jezus’ naam mensen met ongelijke benen te genezen van rugklachten. Hij knielde dan voor deze mensen neer en omvatte hun voeten met zijn handen. Meestal groeide het ongelijke been dan ter plaatse aan door de genezende kracht van God. Honderden hebben getuigd van hun wonderbaarlijke genezing op deze wijze. Deze genezingsbediening groeit uit, en richting de jaren tachtig ziet Derek steeds vaker dat andere ernstige ziekten of lichamelijke gebreken moeten wijken voor de kracht van Jezus. Gaandeweg deelt Derek de genezingsgave met vele jonge mensen met wie hij samenwerkt. Als Ruth zich aansluit bij Derek en eveneens deelneemt aan de genezingsbediening, neemt ook de zalving toe. Nu kunnen Derek en Ruth op bijeenkomsten voor veel meer mensen bidden met oplegging van handen. In deze periode is het niets bijzonders als zij tot na middernacht doorgaan met het bidden voor mensen. Een record bereiken ze in 1984 in Rotterdam, waar zij op één dag in totaal 11 uur in intensieve bediening staan. Bij een samenkomst in Pretoria, Zuid-Afrika, interviewt een professor in de theologie de mensen als zij van het podium afkomen. Hij neemt hun naam en adres op en als hij na zes maanden opnieuw contact met hen opneemt, bleek dat bij ongeveer 75 procent van de mensen de genezing nog steeds aanwezig is. Deze mensen beschrijven overigens allemaal dat ze na ongeveer zes weken in hun geloof worden beproefd, wat voor een aantal van hen het einde van hun genezing tot gevolg had. De professor biedt zijn rapport aan als theologisch werkstuk aan de Universiteit van Pretoria.

Tegen het eind van de jaren ’80 bidden Derek en Ruth geregeld met andere echtparen, om hen te leren naar aanleiding van Mattheüs 18:19 sterk te staan in eenparig gebed, en zo Gods kracht te zien werken in hun bediening. Het bereik van de genezingsbediening wordt hierdoor sterk verhoogd, waardoor veel meer mensen de genezende kracht van God mogen ondervinden. In de jaren ’90 brengt Derek een zekere kentering in zijn boodschap van verlossing en genezing. Hij verlegt het accent met een belangrijke aanvulling: Ik dank God voor elk wonder van genezing en bevrijding dat ik heb mogen zien. Maar ik meen, dat wat de Kerk vandaag het meest nodig heeft, groei is naar heiligheid. Er bestaat voor mij niets mooiers dan te zien wat de Heilige Geest in mensen kan bewerken door de overtuiging van zonde, gerechtigheid en oordeel.