Belijden tot behoudenis

Leestijd: 2 min.
We zagen dat Paulus zijn onderricht in Romeinen 10: 8-10 afsluit met de uitspraak:
en met de mond belijdt men tot zaligheid. (tot behoudenis, NBG)

Het woord 'tot' wijst op beweging of voortgang. Met andere woorden: langzaam maar zeker bewegen we ons in de richting van behoudenis als we de juiste belijdenis vasthouden. Om echter de juiste belijdenis vast te kunnen houden, moeten we de reikwijdte van het woord 'behoudenis' goed begrijpen. Heel veel christenen beperken het begrip 'belijden' tot het belijden van hun zonden en 'behoudenis' tot de vergeving van hun zonden. Het is waar dat God ons vraagt onze zonden te belijden en dat behoudenis inhoudt dat onze zonden vergeven zijn. Maar de omvang van zowel 'belijden' als 'behoud' gaat veel verder.
In Psalm 78:22-23 zien we dat God toornig werd op Israël na hun bevrijding uit Egypte. Want zij geloofden niet in God en vertrouwden niet op Zijn heil. De voorafgaande en volgende verzen maken dui­delijk dat Gods heil alles omvatte wat God tot dusver voor Israël had gedaan: Zijn oordelen over de Egyptenaren; het splijten van de Rietzee; de wolk om hen overdag en de vuurkolom om hen 's nachts de weg te wijzen; het water dat uit de rots kwam en het manna dat als voedsel uit de hemel viel. Deze daden van God en al Zijn andere voorzieningen en hulp aan Zijn volk worden samengevat in dat ene woord: heil of redding. Ook in het Nieuwe Testament gaat het Griekse werkwoord sozo, dat meestal vertaald wordt met 'redden', veel verder dan alleen vergeving van zonden. Het omvat de voorziening of oplossing voor iedere denkbare menselijke nood. Om een paar voorbeelden te geven van de bredere betekenis waarin sozo wordt gebruikt: voor de genezing van de bloedvloeiende vrouw (Matth. 9:21-22); de genezing van de verlamde te Lystra, die van de schoot van zijn moeder af verlamd was geweest (Hand. 14:8­10); de bevrijding van de bezetene te Gadara van een legioen boze geesten, die volkomen goed bij zijn verstand werd (Luk. 8:36); het opwekken uit de dood van het doch­tertje van Jaïrus (Luk. 8:49-55); het gelovig gebed dat de zieken gezond maakt (Jac. 5:15). In al deze gevallen wordt voor respectievelijk genezing, bevrijding en zelfs opwekking uit de dood het woordje sozo gebruikt. Als laatste voorbeeld noem ik Paulus die in 2 Timotheus 4:18 zegt: En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Het woord dat hier vertaald is met bevrijden... verlossen is het woord sozo. In dit verband omvatte het dus iedere bevrijding, bescherming en voorziening van God die nodig was om Paulus veilig door zijn aardse leven heen te leiden en hem tenslotte in Gods eeuwig Koninkrijk te brengen. Dit woord sozo is het woord dat gebruikt wordt in de tekst waar we mee begonnen: ..en met de mond belijdt men tot zaligheid (of behoudenis). Door onze belijdenis bewegen we dus in de richting van sozo, van behoudenis, genezing, bevrijding, bescherming en voorziening van God. Dit omvat dus de volle zegen die voor ons gekocht is door de dood van de Here Jezus Christus aan het kruis. Of deze zegeningen nu geestelijk, lichamelijk, financieel, mate­rieel, tijdelijk of eeuwig zijn, ze worden in dat ene grootse, allesomvattende woordje samengevat: 'behoudenis'.
Dank U vader, voor de rijkdom die U gelegd heeft in Uw Woord. Door Uw Woord uit te spreken beweeg ik toe naar genezing, bevrijding, bescherming en voorziening, naar behoudenis! Dank U wel!