Christus aannemen en binnenlaten

De Pijlers - dag 81

Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften.
(1 Korinthiërs 15:1-4)

Christus aannemen en binnenlaten
In Johannes 1:11-13 gebruikt de apostel Johannes het woord ‘aannemen’. In deze drie verzen schrijft Johannes over Christus:
Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven ​kinderen​ van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
De sleutelgedachte hier is het persoonlijk ‘aannemen’ van Christus. Het gevolg van dit antwoord van geloof wordt hier door Johannes beschreven als een kind van God worden, of uit God geboren zijn. Christus zelf doelt op dezelfde ervaring in Johannes 3:3, waar Hij het ‘opnieuw geboren worden’ noemt. Daar maakt hij duidelijk, dat zonder deze beslissende, persoonlijke ervaring geen mens ooit kan hopen de hemel binnen te gaan: Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
Opnieuw wordt in het Johannesevangelie deze oproep gedaan om te antwoorden door persoonlijk Christus aan te nemen, te ontvangen. Deze oproep wordt ondersteund door een heldere, duidelijke belofte, die door Christus zelf gegeven wordt in Openbaring 3:20:
Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort, en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.
Hier spreekt Christus direct tot iedere ziel afzonderlijk die het Evangelie gehoord heeft en verlangt daarop te antwoorden door de deur van het hart te openen en Christus daar te ontvangen. Aan iedere ziel die zo wil reageren, geeft Christus een duidelijke en regelrechte belofte: Ik zal binnenkomen.


O Heer Jezus, hierop past maar één antwoord: ,,Kom bij mij binnen, Heer Jezus! Mijn hart is wijd open voor U!’’ Heer, wat is het toch een zegen en een wonder dat U mijn hart bent binnengekomen, dat ik heb mogen drinken van het levende water dat alleen in U gevonden wordt… Amen.