De bediening van een priester

Thema: Leer bidden

De meeste mensen begrijpen de functie van een koning, namelijk om te heersen. Ons deel in de rol van priester is voor velen echter niet zo duidelijk.
Laten we beginnen met het woord dat de unieke bediening van een priester beschrijft: offergave. In het boek Hebreeën vinden we deze relatie op vele plaatsen terug. Hebreeën 8:3 zegt bijvoorbeeld: Want elke hogepriester wordt aangesteld om gaven en slachtoffers te offeren. Priesters offeren offergaven. We kunnen dat ook omdraaien en zeggen dat de enige mensen in de Bijbel aan wie God toestond om offergaven aan Hem te brengen priesters waren.
Mensen die geen priester zijn hebben niet de bevoegdheid om bij God binnen te lopen en Hem een gave te geven - zelfs niet als die gave een tiende is. Het moet via een priester.
Gedurende zijn tijd op aarde, was Jezus geen Levitische priester. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt dit heel duidelijk: Want als Hij op aarde zou zijn, zou Hij niet eens priester zijn, omdat er hier priesters zijn, die volgens de wet gaven offeren (Hebreeën 8:4). Jezus was niet afkomstig uit de stam van Levi. Daarom had hij geen recht om de offers van Levitische priesters te brengen.
Jezus had een ander soort priesterschap. Een priesterschap dat beschreven wordt in Hebreeën 6 en 7. Laten we nogmaals kijken naar de verzen uit Hebreeën: …achter het (tweede) voorhangsel. Daar is de voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, die naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden is tot in eeuwigheid. Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. (Hebreeën 6:19-7:1)
De Hebreeuwse naam Melchizedek betekent ‘koning van gerechtigheid’. Zijn naam openbaarde hem als een koning, en zijn positie was die van priester van Salem, wat vrede betekent. Zijn priesterschap is het eerste dat genoemd wordt in de Bijbel (zie Genesis 14:18). De orde van Jezus’ priesterschap is het permanente, eeuwige priesterschap van Melchizedek.
Omdat Jezus een priester was bracht Hij offers, zelfs toen Hij op aarde was. Als we nu Hebreeën weer opslaan, dan zien we welk offer Hij bracht en hoe het op ons van toepassing is. De schrijver citeert Psalm 110: Zoals Hij ook op een andere plaats zegt: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. In de dagen dat Hij op aarde was, heeft Hij met luid geroep en onder tranen gebeden en smeekbeden geofferd (Hebreeën 5:6,7). Deze woorden: ‘U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek ‘ gaan over Jezus. Dus hebben we nu drie opvolgende offers van Jezus in zijn rol als priester:
  1. Op aarde, offerde Hij gebeden en smekingen, het uitroepend naar God;
  2. Aan het kruis, offerde Hij zichzelf;
  3. In de hemel, offert Hij de eeuwig voortdurende priesterlijke bediening van voorbede.

Dank U Jezus, voor Uw eeuwige Priesterschap. Dank U voor de offers die U op aarde bracht, ook voor mij, en de offers die U nog steeds brengt.