De belofte van de Vader

De Pijlers - dag 165

Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.
(Galaten 3:13-14)
De belofte van de Vader
De onderscheidende kenmerken van het geschenk van de Heilige Geest - een persoonlijke, permanente inwoning - geven ons twee redenen waarom deze niet geschonken kon worden zolang Christus nog lichamelijk aanwezig was op aarde:
Allereerst, toen Christus op aarde was, was Hij de persoonlijke, gezaghebbende Vertegenwoordiger van de Godheid. Maar na Jezus’ hemelvaart was de weg voor de Heilige Geest vrij om op Zijn beurt als een Persoon naar de aarde te komen. Nu is de Heilige Geest de persoonlijke Vertegenwoordiger van de Godheid hier op aarde.
Vervolgens, de gave van de Heilige Geest kon pas ná Christus’ hemelvaart worden geschonken, omdat de aanspraak van iedere gelovige op het ontvangen van die gave in geen enkel opzicht gebaseerd is op eigen verdiensten, maar alleen op de verdiensten van de offerdood en opstanding van Christus. Niemand kon daarom de gave ontvangen vóórdat Christus’ verzoeningswerk voltooid was.
In Galaten 3:13-14 verbindt Paulus de belofte van de Geest rechtstreeks aan de verzoening door Christus: Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.
Het is slechts door het verlossingswerk van Christus aan het kruis dat de gelovige nu de belofte van de Geest mag ontvangen. In feite was dit een belangrijk doel waarvoor Christus aan het kruis heeft geleden. Hij stierf en vergoot Zijn bloed, opdat Hij daardoor een tweevoudig recht zou verwerven: Zijn eigen recht om deze kostbare gave van de Heilige Geest te mogen schenken, en het recht van de gelovige om deze te ontvangen. Het ontvangen van de gave hangt dus in geen enkel opzicht af van de eigen verdiensten van de gelovige, maar is uitsluitend gebaseerd op het volmaakte verzoeningswerk van Christus. Het is door geloof, niet door werken.
Ook zien we dat Paulus hier de uitdrukking ‘de belofte van de Geest’ gebruikt. Dit stemt overeen met Lukas 24:49: En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden.
Jezus spreekt hier tot Zijn discipelen over de doop in de Heilige Geest, die zij in Jeruzalem op de Pinksterdag zouden ontvangen. Deze uitdrukking, ‘de belofte van Mijn Vader’, geeft ons een verrukkelijk inzicht in de gezindheid en de bedoeling van God de Vader met de gave van de Heilige Geest. Iemand heeft eens voorzichtig geschat dat de Bijbel zevenduizend duidelijke beloften bevat, die God aan Zijn gelovig volk heeft gegeven. Maar van al deze zevenduizend beloften zet Jezus er één apart van de rest, die in een unieke betekenis de speciale Belofte van de Vader is voor ieder van Zijn gelovige kinderen: de belofte van de Geest.
Vader, wat is het bijzonder om te bedenken dat het ontvangen van Uw Heilige Geest zo’n heel specifieke, apart gezette belofte ven U was… Doordring mij diep Heer, van het speciale karakter van Uw Heilige Geest die voortdurend doorwerkt in mijn leven, zodat ik steeds meer op U ga lijken. Amen.