Shop Doneer

De dag van de Heer

Leestijd: 1 min.

In 2 Petrus 3 verwijst Petrus naar het thema van onze verwachting van de komst van de Heer, en hij noemt die dag ‘de dag van de Heer’. Hij begint met een heel krachtige gedachte:

Als deze dingen dus allemaal vergaan, hoedanig behoort u dan te zijn in heilige levenswandel en in godsvrucht; (2 Petrus 3:11-14)

Uiteindelijk zullen alle materiële dingen voorbijgaan. Alles wat we om ons heen zien en wat zo sterk en duurzaam lijkt – de bergen, de grote stenen gebouwen, de kathedralen, de machtige motoren, de schepen, de vliegtuigen – ze zullen allemaal op een dag vergaan. Wij hebben de neiging aan het materiële en fysieke te denken als aan dingen die wezenlijk zijn. Maar de Bijbel vertelt ons dat ze slechts tijdelijk zijn. De dingen die werkelijk echt zijn dat zijn de onzichtbare zaken – de geestelijke, eeuwige dingen.

Alexander de Grote veroverde in tien jaar tijd de hele, toenmalige wereld (misschien wel de snelste en meest volledige verovering in de militaire geschiedenis). Helaas stierf hij op 33-jarige leeftijd aan de koorts. Zijn laatste bevel was dat, wanneer hij opgebaard was, al zijn soldaten in een rij langs zijn lichaam moesten lopen. Terwijl ze dat deden zouden ze zien dat zijn uitgestrekte handen met de palmen naar boven lagen – totaal leeg. Welke les wilde Alexander hun leren? Dat hij niets mee kon nemen.

Gebed van de dag

Heer, Alexander de Grote leerde zijn mannen deze wijze les, maar ook in Uw Woord lezen we dat de dood het einde [is] van ieder mens, en [dat] de levende dit ter harte moet nemen. Met andere woorden, we moeten beseffen dat onze tijd hier niet eeuwig is en dat het op een dag eindigt. Help ons om ons te richten op de eeuwige dingen, de dingen van Uw Koninkrijk. (Pre. 7:2)