De Psalmen: David profeteert over de Messias

De Pijlers - dag 288
Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven.
Hosea 6:2

De Psalmen: David profeteert over de Messias

Deze week ontdekken we hoe de goddelijke belofte van de opstanding als een rode draad loopt door de hele Bijbel heen.
In 1 Korinthiërs 15:4 verklaart Paulus over de begrafenis en opstanding van Christus: en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften.
In de periode dat Paulus deze woorden schreef, waren de enige bestaande en erkende Schriften die van het Oude Testament. Paulus bedoelt dus dat de opstanding van Christus een vervulling was van de Schriften van het Oude Testament.
Bovendien verwijst Paulus hiermee naar de oudtestamentische geschriften als het eerste en fundamentele gezag voor de leer van de wederopstanding. De komende dagen zullen we daarom naar enkele belangrijke passages kijken in het Oude Testament, die de wederopstanding profetisch hebben voorzegd.
Vorige week zagen we al dat er in Psalm 16:8-11 een duidelijke belofte staat van de begrafenis en opstanding van Christus. Toen wees ik erop dat, hoewel deze verzen door David in de eerste persoon werden uitgesproken, deze in werkelijkheid niet op David zelf van toepassing zijn, maar op Davids beloofde zaad, de Messias, Jezus. Ook zagen we dat zij in het Nieuwe Testament op Christus worden toegepast, zowel door Petrus als door Paulus.
In Psalm 71:20-21 wordt in een soortgelijke passage de wederopstanding van Christus profetisch voorzegd. David spreekt hier rechtstreeks tot God en zegt:
U Die mij veel benauwdheden en ellende hebt doen zien, U zult mij weer levend maken en mij weer optrekken uit de diepe wateren van de aarde. U zult mijn aanzien vergroten en mij omringen met Uw troost.
Deze tekst is een volgend voorbeeld van Messiaanse profetie. De woorden worden in de eerste persoon uitgesproken door David, maar zijn niet in hoofdzaak op David van toepassing, maar op Davids beloofde zaad, Jezus de Messias. Zo begrepen, zet deze passage profetisch vijf opeenvolgende stadia op een rij, die Christus moest doorlopen om verzoening te doen voor de zonde van de mens. Deze kunnen als volgt worden samengevat:
1. Veel benauwdheden en ellende - dat zijn de verwerping, het lijden en de kruisiging van Christus.
2. Christus moest nederdalen tot in de diepe wateren van de aarde - dat is in de Sheol, of Hades, de plaats van de heengegane geesten.
3. Christus moest weer levend gemaakt worden.
4. Christus moest vanuit de Sheol weer optrekken - dat is de wederopstanding van Christus.
5. Na Zijn opstanding moest Christus’ aanzien vergroot en getroost worden - dat betekent opnieuw hersteld worden tot Zijn plaats van gemeenschap en het hoogste gezag aan de rechterhand van God, Zijn Vader.
Lieve Heer Jezus, dank U wel voor het grote wonder dat U, die de God bent van hemel en aarde, in het dodenrijk bent afgedaald, en daarmee ook de dood haar macht heeft ontnomen. Daardoor hoeft niemand die zijn leven aan U toevertrouwt, meer angst te hebben voor de dood. Halleluja! Amen.