Geloof brengt het fysieke in overeenstemming met wat God spreekt

De Pijlers - dag 68

Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.
(Hebreeën 11:1)

Geloof brengt het fysieke in overeenstemming met wat God spreekt
Gisteren sloten we af met Abrahams voorbeeld van geloof, dat uitstijgt boven de zintuiglijke ervaring. Abraham wachtte niet met het voor waar aannemen van Gods uitspraak totdat hij het bewijs ervan in zijn menselijke ervaring beleefde. Integendeel, eerst aanvaardde hij Gods verklaring als waar, en als gevolg daarvan kwam zijn fysieke ervaring in overeenstemming met wat God gesproken had.
In Romeinen 4:18 zegt Paulus ons dat Abraham tegen hoop op hoop geloofd heeft (NBG). Deze woorden ‘hoop op hoop’ vertellen ons dat Abraham in die tijd zowel geloof als hoop had. Zijn hoop omtrent de toekomst was het resultaat van zijn geloof dat hij in het heden praktiseerde.
In vers 19, vertelt Paulus ons: …niet verzwakt in het geloof heeft hij(Abraham) er niet op gelet dat zijn eigen lichaam reeds verstorven was – hij was ongeveer honderd jaar oud – en dat ook de moederschoot van Sara verstorven was. Abraham weigerde het getuigenis van zijn eigen zintuigen voor waar aan te nemen. Dat getuigenis was ongetwijfeld dat het voor Sara en hem niet langer mogelijk was om een kind te krijgen. Maar Abraham accepteerde dat getuigenis niet, omdat het niet overeenstemde met wat God had gezegd. Op dit punt hield Abraham zich doof voor het getuigenis van zijn zintuigen; hij weigerde daar rekening mee te houden.
In de verzen 20 en 21 vervolgt Paulus met: En hij heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof... Hij was er ten volle van overtuigd dat God ook machtig was te doen wat beloofd was.
Abrahams geloof was gericht op Gods belofte. Geloof is dus gebaseerd op de beloften en uitspraken van Gods Woord, en accepteert het getuigenis van de zintuigen alleen voor zover ze overeenkomen met wat Gods Woord verklaart.
Even terug, in Romeinen 4:11, noemt Paulus Abraham ‘de vader van alle gelovigen’, en in het volgende vers spreekt hij van hen die ook wandelen in de voetsporen van het geloof van onze vader ​Abraham. Dit laat zien, dat waarachtig, Bijbels geloof bestaat in handelen zoals Abraham deed en in het volgen in de voetstappen van zijn geloof. In Abrahams geloof zien we drie stappen of stadia die elkaar opvolgen:
1. Abraham accepteerde Gods belofte voor waar vanaf het moment dat die was uitgesproken.
2. Abraham weigerde het getuigenis van zijn zintuigen te accepteren zolang dat niet overeenstemde met wat God had gezegd.
3. Omdat Abraham vasthield aan wat God beloofd had, werd datgene wat hij door zijn lichaam en zijn zintuigen ervoer, in overeenstemming gebracht met wat God had gezegd.
Zo werd datgene wat hij eerst in puur geloof had aangenomen en wat in strijd was met het getuigenis van zijn zintuigen, een wezenlijke realiteit in zijn eigen lichamelijke ervaring, en die werd bevestigd door het getuigenis van zijn zintuigen.

Heer, dank U wel dat U ook mij traint om net als Abraham niet af te gaan op wat voor ogen is, maar in geloof mijzelf vast te blijven houden aan Uw beloften, net zolang totdat ik het ook werkelijkheid zie worden in mijn ervaring. Ik verhoog Uw naam, omdat U altijd groter bent Heer! Amen.