Geloof is een vaste grond en zekerheid

De Pijlers - dag 64

Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.
(Hebreeën 11:1)

Geloof is een vaste grond en zekerheid
Vorige week bestudeerden we Bijbelse bekering. Deze week bestuderen we bijbels geloof. In de Schrift worden twee aparte en duidelijk omschreven kenmerken van geloof gebruikt:
1. Geloof vindt altijd zijn oorsprong in Gods Woord
2. Geloof staat altijd in direct verband met Gods Woord
De definitie van bijbels geloof vinden we in Hebreeën 11:1: Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.
Dit vers kan ook als volgt vertaald worden: ‘Geloof nu is de grond, de vaste substantie, of het vertrouwen van de dingen die men hoopt, en een vaste overtuiging (of zekerheid) betreffende de dingen die men niet ziet.’
In de eerste plaats wijst dit vers op een verschil tussen geloof en hoop. In twee hoofdzaken verschilt geloof van hoop. 1. Hoop is gericht op de toekomst, maar geloof is gefundeerd in het heden. Hoop is een houding van verwachting van dingen die nog in de toekomst liggen, maar geloof is een vaste grond voor het nu… Geloof is iets wat hier en nu al reëel en zeker in ons is, iets wat we nu al bezitten. 2. Een ander verschil tussen geloof en hoop, is dat hoop primair thuis hoort in de sfeer van het verstand, ons denken; geloof hoort thuis in de sfeer van het hart. Dat komt treffend tot uitdrukking in de beschrijving van de wapenrusting die Paulus beschrijft in 1 Thessalonicenzen 5:8:
Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en ​liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.
Geloof wordt dus gevonden in de ruimte van de borst, de plaats van het hart. Hoop, als een helm, wordt geassocieerd met het hoofd, het gebied van het denken. Zo is de hoop dus allereerst een verwachting voor de toekomst; geloof is in de eerste plaats een houding van het hart, die in het hier en nu iets voortbrengt wat we kunnen beschrijven met woorden als ‘vaste grond’ of ‘substantie’.
Paulus zegt in Romeinen 10:10: Met het hart gelooft men tot gerechtigheid.
Veel mensen belijden geloof in Christus en de Bijbel, maar hun geloof blijft beperkt tot het verstand. Het is een louter verstandelijk accepteren van bepaalde feiten en leerstellingen. Dat is geen echt, Bijbels geloof, en het brengt geen essentiële verandering in hun leven teweeg.
Anderzijds brengt geloven met het hart wél een duidelijke verandering teweeg, een ervaring in hen die het belijden. Als het met het hart te maken heeft, dan wordt het werkwoord ‘geloven’ een woord dat beweging veronderstelt. Vandaar dat Paulus zegt: Met het hart gelooft men tot gerechtigheid... Niet slechts ‘in gerechtigheid’, maar ‘tot gerechtigheid’. Het is één ding om met het verstand te geloven ‘in gerechtigheid’, als een abstracte theorie of ideaal. Maar het is heel iets anders om met het hart ‘tot gerechtigheid’ te geloven. Dat wil zeggen, op zo’n manier geloven dat het een verandering en een omkeer van je gewoonten, je karakter en je leven teweegbrengt.

Vader, wat ben ik U onbeschrijfelijk dankbaar dat geloof – nee, U - mij gevonden heeft! Dank U wel Heer, voor de genade van bekering waardoor mijn leven zich voortdurend steeds verder naar U toe beweegt. Dank U wel dat ik geloof op deze manier mag leven door Uw Heilige Geest die in mij woont. Amen.