Geloof zonder dienstbetoon is onoprecht



Vorige week hebben we de passage onderzocht in 1 Korinthiërs 3:11-15. Paulus spreekt daar over christenen wiens werken worden verworpen en in het vuur van het oordeel worden verbrand, maar zijzelf wordt gered, echter ‘als door vuur heen’… Anderzijds blijkt uit de gelijkenissen die we de afgelopen dagen bekeken, dat de ontrouwe dienaar niet alleen geen enkele beloning ontvangt, maar dat hijzelf wordt verworpen en uit de tegenwoordigheid van zijn heer wordt verwijderd.

Dit leidt ons natuurlijk naar een interessante en belangrijke vraag. Wat is het verschil in Gods beoordeling van deze twee gevallen? Hoe komt het echter dat in het geval dat Paulus beschrijft de werken van de man worden verworpen maar hijzelf toch wordt gered; terwijl in de gelijkenis van Jezus de ontrouwe dienaar niet alleen zijn beloning misloopt, maar dat hijzelf toch ook wordt afgewezen en uitgeworpen?

Het verschil is blijkbaar als volgt. In het geval dat Paulus beschreef, probeerde de man echt actief iets voor zijn meester te doen. In feite wijzen de voorbeelden die gegeven worden van hout, hooi en stro erop, dat hij heel véél heeft gedaan. Zijn werken waren echter niet van dien aard of kwaliteit dat ze de proef van het vuur konden doorstaan… Maar zijn activiteit – hoewel verkeerd gericht en onbeloond – bewees ten minste dat zijn feitelijke geloof in Christus echt was. Daarom was de redding van zijn ziel verzekerd, ook al werden zijn werken verbrand.

Daarentegen deed de ontrouwe dienaar met het ene talent totaal niets voor zijn meester – noch goed, noch kwaad. Uit deze nalatigheid om ook maar iets te doen, bleek dat zijn belijden van geloof en dienstbetoon ondeugdelijk en onoprecht was. Zoals Jakobus 2:26 zegt: ...zo is ook het geloof zonder de werken dood.

Een geloof dat niet resulteert in enige activiteit is een dood geloof; het is leeg, waardeloos, onoprecht. Niet alleen brengt het geen enkel dienstbetoon voort dat beloning verdient; het verzekert voor degene die het belijdt ook niet de redding van zijn eigen ziel. Iemand die geloof in Christus belijdt zonder ooit te proberen Christus actief te dienen, is in wezen een huichelaar.

Daarom is het oordeel over een dergelijk persoon, dat hij zal worden buitengeworpen in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. Een nauwkeurig onderzoek van passages over gelijksoortige oordelen, in Mattheüs 24:51 en Lukas 12:46 laat zien dat deze plaats van buitenste duisternis, met het geween en het tandengeknars, de plaats is die bestemd is voor de huichelaar en de ongelovige. De ontrouwe slaaf, die totaal niets voor zijn meester doet, wordt dus in deze zelfde categorie geplaatst: in werkelijkheid is hij een huichelaar en een ongelovige! De plaats die hem wordt toegewezen, is de buitenste duisternis.

Gebed van de dag


Heer Jezus, behoedt U mij voor nutteloosheid en leeg, ondeugdelijk tijdgebruik. Leidt mij door Uw Geest, om te wandelen in de werken die U van tevoren voor mij heeft bereid, zodat ik U naam eer breng en verheerlijk door alles wat ik doe. Amen.

Gebed voor DPM wereldwijd

KROATIË

  • Bid voor de vertaler en de proeflezer van de vijf nieuwe boeken waaraan we werken, i.v.m. met de deadlines. Ze komen verschillende problemen tegen en hebben de hulp van God nodig.
  • We hebben contact gezocht met één van de grootste weeshuizen van Zagreb. Voor ons aanbod hen te voorzien van boeken van Derek, is tot nu toe de deur dicht gebleven. Bid om gelegenheden Dereks boeken aan deze kinderen en jongeren ter beschikking te kunnen stellen.

Weekvers: Mattheüs 13:37-38

Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen. De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen van de boze.