Het Begin en het Einde

De Pijlers - dag 269


God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.
Handelingen 17:30-31

Het Begin en het Einde

De andere titel van God die we lezen in Openbaring 1:8, de tekst waar we gisteren aan het eind van de overdenking naar keken, is ‘de Almachtige’. Deze titel komt overeen met de Hebreeuwse vorm, die vanaf het boek Genesis verder gebruikt wordt – ‘El Shaddai’.
Wij lezen bijvoorbeeld in Genesis 17:1 dat de HEERE - dat is Yahweh - zich met deze naam aan Abraham bekend maakte, ‘El Shaddai, de Almachtige God’, want er staat: Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige (El Shaddai)! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.
De grondbetekenis van ‘El Shaddai’ is waarschijnlijk ‘God die bekwaam, die voldoende is’. De ‘volkomen genoegzame, volledig toereikende God’ - Degene in wie de hele schepping bestaat, vanaf het begin tot het einde.
Hetzelfde beeld van de absolute genoegzaamheid van God vinden we in Paulus’ woorden in Romeinen 11:36: Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen... Alle dingen hebben hun oorsprong in God; alle dingen worden door God in stand gehouden; en alle dingen vinden hun einde en voltooiing in God.
We ontdekken dus, dat de verschillende Bijbelse namen en titels van God een openbaring in zich dragen van Gods eigen, eeuwige natuur. Als we Gods eeuwige natuur die op deze manier geopenbaard wordt overpeinzen, dan kunnen we ons een goed beeld vormen van eeuwigheid.
Eeuwigheid, op de juiste manier verstaan, is niet tijd die eindeloos duurt. Veeleer is eeuwigheid de natuur en wijze van Gods eigen wezen, het ongeschapen gebied waarin God Zelf bestaat.
Vanuit de eeuwigheid bracht God, door de daad of het proces van de schepping, de huidige wereld tot stand, en daarmee de ordening van de tijd zoals wij die nu kennen - verleden, heden en toekomst. Door een andere goddelijke daad zal God deze huidige wereld ooit ook weer doen eindigen; en daarmee zal tijd, zoals wij die nu kennen, ophouden te bestaan. De tijd is direct en onafscheidelijk verbonden aan onze tegenwoordige wereldorde. Met deze wereldorde kwam de tijd tot stand en met deze wereldorde zal ook de tijd ophouden te bestaan.
Heer, nadenkend over het feit dat wij straks in Uw heerlijkheid komen, waar de dimensie ‘tijd’ zal vervallen, wil ik U vragen om mij nu al het ‘juk’ van de tijd in mijn leven te helpen relativeren en elke dag te zijn waar U mij zendt en datgene te doen wat op Uw agenda is voor mij. Amen.