Jezus’ voortdurende leefstijl van gebed

Thema: Leer bidden

Jesaja 53 geeft die bekende en heerlijke beschrijving van het verzoeningswerk van Jezus. De laatste verzen zeggen:
Daarom zal Ik Hem veel toedelen, en machtigen zal Hij verdelen als buit, omdat Hij zijn ziel heeft uitgestort in de dood, onder de overtreders is geteld, omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft en voor de overtreders gebeden heeft. (Jesaja 53:12)
Hier worden vier feiten over Jezus opgesomd:
1. Hij stortte zijn ziel uit in de dood. Leviticus 17:11 zegt: Het leven (of de ziel) van het vlees is in het bloed. Jezus stortte zijn ziel uit in de dood, toen Hij iedere druppel van zijn bloed uitstortte.
2. Hij werd gerekend onder de zondaars. Hij werd gekruisigd tussen twee dieven.
3. Hij droeg de zonde van velen. Hij werd het verzoeningsoffer voor ons allemaal.
4. Hij deed voorbede voor de zondaars. Jezus deed voorbede in de meest extreme vorm. Hangend aan het kruis zei Hij: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen (Lukas 23:34). Daarmee zei Hij tevens: „Het oordeel dat over hen zou moeten komen, laat dat op mij neerkomen.” En dat gebeurde ook. Maar Jezus’ gebedsleven stopte niet na zijn dood en opstanding. In Hebreeën lezen we:
Maar Hij (Jezus), omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. (Hebreeën 7:24,25)
Deze verzen geven een interessant perspectief op het verloop van Jezus’ leven. Hij bracht dertig jaar relatief onzichtbaar door, binnen de context van een volmaakt gezinsleven. Hij functioneerde drieënhalf jaar in een duidelijk zichtbare, krachtige bediening. En nu besteedt Hij al bijna tweeduizend jaar aan voorbede! De schrijver van de Hebreeënbrief biedt ons zicht op deze bediening van Jezus die eeuwig blijft doorgaan:
…achter het (tweede) voorhangsel. Daar is de voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, die naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden is tot in eeuwigheid. Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. (Hebreeën 6:19-7:1)
Als ik deze verzen lees, denk ik altijd aan de tabernakel van Mozes, waarin twee grote voorhangsels, oftewel gordijnen hingen. Het eerste voorhangsel voorbij gaan, staat voor het één worden met Christus in zijn opstanding. Hier vinden we de vijf bedieningen van het lichaam: apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Het tweede voorhangsel voorbij gaan, het gebied binnenin, dat ‘het Heilige der Heilige’ wordt genoemd, betekent verder gaan dan de opstanding, tot de hemelvaart. Hier identificeren gelovigen zich met Christus in zijn hemelvaart, met Hem gezeten op de troon (zie Efeze 2:6). Achter het tweede voorhangsel beginnen we de twee grootste en laatste bedieningen te ontdekken.
Als de schrijver van de Hebreeënbrief zegt dat Jezus het tweede voorhangsel binnenging als een priester in de orde van Melchizedek, dan zegt Hij dat Hij in de hemelse orde koning en priester is. Op aarde is het opwindend om een apostel te zijn als je die bediening hebt gekregen, of bijvoorbeeld een profeet. Daar horen geweldige gaven bij. Maar de Schrift heeft de belofte in zich van een veel opwindender niveau van bediening. Achter het tweede voorhangsel is Jezus priester en koning. En wij hebben de gelegenheid om te delen in die bediening!

Here Jezus, U bent mij voorgegaan naar het Heilige der Heilige, om daar profeet en koning te zijn. Wilt U mij de weg leren om voorbij het tweede voorhangsel te gaan om te delen in die bediening.