Laat u dopen...

Na de eerste stap: Bekeert u... is de tweede stap die Johannes en Jezus predikten: Laat u dopen...
Het werkwoord dopen is rechtstreeks afgeleid van een Grieks woord dat betekent: 'indompelen' of 'onderdompelen', onder de oppervlakte van water of een andere vloeistof. In de tijd van Jezus praktiseerde het Joodse volk al bepaalde godsdienstige ceremonies, waaronder de doop. De doop speelde bovendien een centrale rol in de bediening van Johannes de Doper. Als mensen ingingen op zijn appèl tot bekering, dan wilde hij dat ze zich lieten dopen in de Jordaan. De doop van Johannes was dan ook een publieke erkenning dat iemand zich had bekeerd van zijn zonden, maar zijn doop ging niet verder dan dat.
Jezus zelf onderwierp zich aan Johannes' doop toen Hij zijn eigen bediening begon. Maar de doop van Jezus was geen erkenning of belijdenis van zonden, omdat Jezus geen zonden had begaan. In Mattheüs 3:15 verklaart Jezus waarom Hij gedoopt werd: Want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Door zich te onderwerpen aan de doop van Johannes vervulde - of completeerde - Jezus door een uiterlijke daad de innerlijke gerechtigheid die Hij al van eeuwigheid bezat. Het was de deur waardoor Hij binnentrad in zijn eigen openbare bediening.
De bediening van Johannes de Doper was echter tijdelijk. Het sloot de bediening van de oudtestamentische profeten af en opende de weg voor de bediening van Jezus en voor het evangelie. Toen Jezus eenmaal zijn aardse bediening had afgerond en de prijs voor onze zonden had betaald, was de doop van Johannes niet langer geldig. In Handelingen 19:1-5 zien we hoe Paulus in Efeze bepaalde discipelen van Johannes de Doper ontmoet en hen de volledige boodschap van het evangelie uitlegt, waarbij hij de dood en de opstanding van Jezus centraal stelt. Daarna werden deze volgelingen van Johannes gedoopt met de christelijke doop in de naam van de Heer Jezus.
Het onderscheidende kenmerk van de christelijke doop is dat het een doop is waarmee de dopeling zichzelf openlijk identificeert met Jezus in zijn dood, zijn begrafenis en zijn opstanding. Paulus herinnert de christenen in Kolosse eraan dat ze met Hem waren begraven in de doop en mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt (Col. 2:12). In navolging van Gods bedoeling met het evangelie werden degenen die hun redding opeisten door het geloof in het verzoeningswerk van Jezus gevraagd daarvan openlijk getuigenis te geven door de daad van de doop. Dit was een kenmerkend teken dat ze zichzelf als discipelen toewijdden aan Jezus.
De term 'mede opgewekt' uit Paulus brief aan de christenen in Kolosse openbaart ons een adembenemend geheim. Jij en ik zijn door onze doop niet alleen samen met Jezus gestorven aan onze oude mens, maar we zijn 'mede opgewekt', maar we zijn ook samen met Jezus uit de dood opgestaan in een totaal nieuw leven, dat we mogen leven tot Zijn eer!

Heer Jezus, dank U wel voor die geweldige genade, dat mijn oude 'ik' in Uw kruisdood mede gekruisigd is, maar ook samen met U is opgestaan in een heel nieuw leven! Wat ben ik U hiervoor dankbaar Heer! Amen.