Mijn voedsel is Uw wil te doen

Thema: De uitwerking van Gods wil

De komende dagen zullen we kijken naar drie gevolgen die het doen van Gods wil heeft. We beginnen bij Jezus’ ontmoeting met de Samaritaanse vrouw bij de bron.
Jezus en Zijn discipelen reisden te voet van Judea naar Galilea. Ze kwamen door Samaria en stopten bij een plaats die nog steeds bekend staat als Jacobs bron. Jezus was moe en zat bij de bron te rusten. Kennelijk hadden ze honger maar was het voedsel op, want de discipelen gingen naar het dichtstbijzijnde dorp om voedsel te kopen. Toen kwam de Samaritaanse vrouw bij de bron, waar Jezus een bijzonder gesprek met haar voerde. Hij gaf haar de prachtige belofte van het levende water, waar iedereen die dorst heeft van mag drinken. De vrouw werd toen zo enthousiast, dat ze haar waterkruik liet staan en terugging naar de stad om iedereen te vertellen over die wonderlijke persoon bij de bron. Jezus bleef achter bij de bron, waar Zijn discipelen Hem bij hun terugkomst vonden. Vervolgens gebeurt er wat in Johannes 4:31-36 staat:
En intussen vroegen de discipelen Hem: Rabbi, eet toch iets. Maar Hij zei tegen hen: Ik heb voedsel te eten waarvan u geen weet hebt. De discipelen dan zeiden tegen elkaar: Iemand heeft Hem toch niet te eten gebracht? Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng. Zegt u niet: Nog vier maanden, en dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u: Sla uw ogen op en kijk naar de velden, want zij zijn al wit om te oogsten. En wie oogst, ontvangt loon en verzamelt vrucht voor het eeuwige leven, opdat zich samen verblijden zowel wie zaait als wie oogst.
Hier doet Jezus een duidelijke uitspraak: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.
Het verlangen om de wil te doen van Degene die Hem gezonden had, stond bij Jezus altijd centraal. Het eerste gevolg hiervan bespreken we vandaag :
Jezus’ toewijding aan Gods wil bracht Hem bovennatuurlijk lichamelijk herstel*. Toen Hij bij de bron kwam, was Hij moe en hongerig. Hij volgde echter de wil van God, door met deze vrouw in nood een gesprek aan te gaan. Door Gods wil te stellen boven Zijn eigen lichamelijke behoefte, ontving Hij bovennatuurlijke kracht. Toen de discipelen uiteindelijk met voedsel kwamen, had Jezus niet zoveel belangstelling. Hij zei: “Ik heb al gegeten.” De discipelen begrepen niet over welk soort voedsel Hij het had. Daarom legde Hij uit: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.
Voedsel is datgene wat ons lichamelijke kracht geeft en wat ons overeind houdt. Jezus zei hier dus: ‘Wat Mij overeind houdt en in beweging brengt, is mijn belofte de wil te doen van Degene die Mij gezonden heeft.’ Ook in jouw leven zul je herkennen, dat als je wandelt in de wil van de Heer, de dingen doet die Hij je te doen geeft, dan ontvang je daarvoor bovennatuurlijke geestelijke en lichamelijke kracht.
Vader, dank U wel dat ik kracht mag putten, ook lichamelijk, uit het doen van Uw wil. Daarom proclameer ik, in navolging van Jezus: ‘Mijn voedsel is, dat ik Uw wil doe, dat ik ga waar U mij zendt en Uw werk doe.’ Amen.