Niet mijn wil, maar Uw wil

Thema: Kanalen zijn van Gods leven

Als we Gods brood willen zijn voor een hongerige wereld, als we Gods leven willen delen met een wereld die sterft, dan zullen we onszelf moeten verloochenen. “Niet mijn wil, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.”
Paulus noemt dit principe ook in 2 Korinthe 4:10-12:
Wij dragen altijd het sterven van de Heere Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt. Want wij die leven, worden voortdurend aan de dood overgegeven om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees. Zo is dan de dood werkzaam in ons, maar het leven in u.
Paulus zei: “De dood is aan het werk in ons, maar het leven is in jullie aan het werk”. De wereld heeft kanalen van leven nodig, maar daaraan hangt een prijskaartje. Als jij een kanaal van leven voor anderen wilt zijn, moet eerst de dood (van Jezus Christus) in jou doorwerken. Een andere weg is er niet. De volgorde kan onmogelijk worden omgedraaid. Het patroon is duidelijk: als de dood in ons aan het werk is, dan is het leven aan het werk in anderen. Je bent hier niet om je eigen wil te doen, maar de wil van Hem die jou gezonden heeft. De wil van Hem die jou zendt, is het voeden van een hongerige wereld en leven brengen aan een wereld die sterft. Als je afziet van je eigen wil en met onverdeelde toewijding Gods wil voor je leven navolgt, kun jij voeding en leven zijn voor een wereld die sterft van de honger. Maar als je het doen van je eigen wil belangrijker vindt, dan gaat dit principe niet op.
Jezus’ toewijding aan Gods wil had overigens nóg een uitwerking, waarover we het nog niet hebben gehad. We vinden dit in het hogepriesterlijk gebed in Johannes 17:4. Jezus pleit hier bij de Vader voor Zijn discipelen, voordat Hij van hen gescheiden wordt, en zegt: Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen.
In alle Evangeliën wordt benadrukt dat Jezus niet alleen de wil van God deed, maar ook dat Hij het werk voltooide. Al eerder, na het voorval met de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jacob, zei Jezus: “Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.”
Ook wij mogen weten dat Jezus alles wat Hij in ons leven begonnen is, ook volmaakt zal volbrengen. Hier zien we opnieuw dat Jezus de ‘auteur’ (de initiatiefnemer) is, maar ook de ‘perfector’ de voleinder - degene die de wil van de Vader in ons leven volmaakt zal volbrengen.
Vader, laat de dood van Uw Zoon Jezus steeds verder in mij doorwerken, zodat Uw leven door mij heen stroomt. Ik wil een kanaal zijn van Uw goddelijke leven. U die in mij dit goede werk bent begonnen, zal dit ook tot het einde toe volbrengen (Filippenzen 1:6). Wat heerlijk om in die genade te leven! Amen.