Onder welke druk we ook komen te staan...

Weekthema:
Laten we onze belijdenis vasthouden
Als de Bijbel ons oproept om vast te houden aan onze belijdenis (zie Hebreeën 4:14), dan ligt daarin ook de waarschuwing dat we onder druk zullen komen te staan. Die druk kan ervoor zorgen dat we intrekken wat we eerder hebben gezegd. Maar dat moeten we niet doen. We moeten ons moedig vasthouden aan onze belijdenis, datgene wat we belijden en kiezen te geloven.
Ten eerste doen we de juiste belijdenis; we zorgen dat de woorden die we uitspreken in overeenstemming zijn met de woorden van de Bijbel. We spreken uit wat Jezus voor ons heeft gedaan, precies zoals Gods Woord het zegt. Bijvoorbeeld:
Door zijn striemen zijn wij genezen (Jesaja 53:5, NASB),
Hij werd arm zodat wij rijk zouden worden (2 Korinthe 8:9),
Hij smaakte de dood, opdat wij het leven zouden hebben (zie Hebreeën 2:9) en Hij nam de vloek op zich, zodat wij de zegen kunnen ontvangen
(zie Galaten 3:13,14).
Dit zijn allemaal goede belijdenissen. We spreken ze uit en houden ons eraan vast, onder welke druk we ook komen te staan, hoezeer de dingen ook verkeerd lijken te gaan; we blijven vasthouden aan onze belijdenis. Dat maakt ons geloof actief en effectief, en het stelt Jezus in staat zijn hogepriesterlijke bediening uit te oefenen in ons leven.
Geloof brengt ons in contact met de geestelijke werkelijkheid, die onze natuurlijke zintuigen niet kunnen waarnemen. Zolang we slaaf blijven van onze natuurlijke zintuigen, kunnen we niet bewegen in geloof. Paulus zei duidelijk in 2 Korinthe 5:7:
Wij wandelen door geloof, niet door wat we zien (NASB).
Met andere woorden, wat we doen en hoe we leven als christen is gebaseerd op wat we geloven, niet op wat we zien of kunnen ervaren met onze zintuigen. Soms zeggen onze zintuigen ons iets, terwijl ons geloof iets anders zegt - dat is een moment van conflict. Daarom moedigt de schrijver van de Hebreeënbrief ons aan om een belijdenis uit te spreken en eraan vast te houden. Als Gods Woord iets zegt, dan is het zo.

Dank U Jezus, dat U de hogepriester bent van onze belijdenis. Ik zal de waarheid van Gods Woord blijven belijden zonder deze weer in te trekken, onder welke druk ik ook kom te staan. Ik zal mij aan mijn belijdenis vasthouden. Amen.