Onderdompeling van boven

De Pijlers - dag 137

Ik heb u wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.
(Markus 1:8)
Onderdompeling van boven
We hebben gezien dat de letterlijke betekenis van het werkwoord ‘dopen’ is: ‘iets doen onderdompelen, of indopen’. De uitdrukking ‘gedoopt worden in de Heilige Geest’ duidt daarom op een ervaring waarin de hele persoonlijkheid van de gelovige wordt ondergedompeld, omgeven en omsloten door de tegenwoordigheid en de kracht van de Heilige Geest.
We moeten bedenken dat er twee manieren zijn om in water onder te gaan. Iemand kan onder het oppervlak van het water gaan en er weer bovenuit komen. Een andere mogelijkheid is dat iemand onder een waterval gaat staan en zich van bovenaf laat omhullen met water.
Het is deze tweede vorm van óndergaan die het beeld is van de doop in de Heilige Geest. Op iedere plaats in Handelingen waar de doop in de Heilige Geest beschreven wordt, wordt een uitdrukking gebruikt die aangeeft dat de Heilige Geest ‘van boven’ over de gelovige komt, of over hem ‘wordt uitgestort’.
In Handelingen 2:17 verklaart Petrus bijvoorbeeld dat wat ze op de Pinksterdag meemaken de vervulling is van Gods belofte: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God: dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees. En in vers 33 zegt hij over Christus: Hij dan (...) heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort. In beide gevallen is het een beeld van de Heilige Geest die van boven over de gelovige wordt uitgestort.
In Handelingen 8:16 wordt de uitdrukking ‘vallen op’ gebruikt: Hij was nog op niemand van hen gevallen.
In Handelingen 10 worden de beide uitdrukkingen vlak na elkaar gebruikt. In vers 44 lezen we: Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. In vers 45 lezen we dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen werd uitgestort. De uitdrukkingen ‘vallen op’ en ‘uitgestort over’ worden in dit verband inwisselbaar gebruikt.
In Handelingen 11:15 beschrijft Petrus ditzelfde voorval in het huis van Cornelius en zegt: En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, evenals op ons in het begin. De woorden ‘evenals op ons in het begin’ geven aan dat de ervaring die Cornelius en de leden van zijn gezin hadden, in dit opzicht precies overeenkwam met de ervaring van de discipelen in de bovenzaal op de Pinksterdag.
De beelden en indrukken die we gisteren en vandaag hebben gelezen, kunnen we als volgt samenvatten:
De ervaring waarover wij spreken bestaat uit een uiterlijk en een innerlijk aspect:
a) Uiterlijk: de onzichtbare, maar absoluut reële tegenwoordigheid en kracht van de Heilige Geest, die van boven over de gelovige komt en hem volledig omgeeft, omsluit en onderdompelt.
b) Innerlijk: als bij iemand die drinkt, ontvangt de gelovige de tegenwoordigheid en de kracht van de Heilige Geest in zich, tot er een moment komt waarop de Heilige Geest in de gelovige opwelt en als een rivier uit het diepste van zijn wezen gaat stromen.

Dank U Heer, dat als U mij vult met Uw Geest, ik kracht van omhoog ontvang, maar het ook is alsof ik drink en verzadigd raak van Uw verfrissende, geestelijke-dorstlessende levende water! Amen.