Onze houding
In Mattheüs 24 hebben we duidelijk gezien wat hét specifieke teken is waarvan Jezus zegt dat dit het einde van het huidige tijdperk zal aankondigen, en Zijn terugkomst in heerlijkheid. Dat teken is de prediking van het Evangelie van het Koninkrijk aan alle volken in de hele wereld.
Vervolgens worden we gewezen op een andere, heel belangrijke manier waarop we ons moeten voorbereiden op de verschijning van Christus, die te maken heeft met onze houding ten opzichte van het Joodse volk. Misschien heb je nog nooit over deze bijzondere verantwoordelijkheid nagedacht. Toch is het een heel reële verplichting, die duidelijk bevestigd wordt in de Bijbel.
In Romeinen 11 zet Paulus deze beide voorwaarden naast elkaar – de verkondiging van het Koninkrijk aan alle volken, en het brengen van een boodschap van troost en hoop aan Israël. Hij zegt hierover het volgende:
Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. (Romeinen 11:25)
Ik vind het spijtig om het te moeten zeggen, maar veel christenen zijn vandaag de dag precies datgene wat Paulus hoopte dat ze niet zouden zijn – ze hebben ‘geen weet van dit geheimenis’.
Het geheimenis waar Paulus over spreekt, is de verharding van Israël. Elke keer echter dat de Bijbel spreekt over Gods verwerping van Israël en Zijn oordeel over hen, eindigt dit met een uitdrukking waarin het woord ‘totdat’ voorkomt. De Bijbel geeft altijd aan dat het niet blijvend is; er komt een einde aan.
Gebed van de dag
Vader wilt U ons toch vergeven voor onze verkeerde houding richting Uw volk. Open onze ogen om dit geheimenis te gaan begrijpen. Dank U wel dat hun verharding niet voor altijd zal zijn. We bidden voor het moment waarop er eindelijk verzachting zal zijn onder de joden en dat ze zullen inzien dat Uw Zoon, Jezus Christus, ook hun Messias is.