Op de ereplaats

Woord uit het Woord - dag 18


Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt, wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt, en de mensenzoon, dat U naar hem omziet? (Psalm 8:4-5)
Als we om ons heen kijken naar de uitgestrektheid van het universum, en we de statistieken en getallen zien die de astronomen ons verstrekken over de miljoenen melkwegstelsels, over het feit dat onze aarde maar een klein fragmentje vormt, een nietig stofje in het geheel van het heelal, dan kunnen we ons zo gering, zo onbeduidend, zo zwak en hulpeloos voelen.
Toch laten deze mooie woorden ons zien dat God de dingen niet afmeet naar hun omvang of dimensies. Bij God geldt een andere maatstaf geldt. En naar die maatstaf zijn wij, Zijn mensen, buitengewoon waardevol. De Here Jezus Zelf vertelt ons dat één menselijke ziel in Gods ogen in feite meer waard is dan het hele universum. Als dát niet een woord van bemoediging en troost is!.. Wij zijn niet maar een stofje ergens in de ruimte.
Op veel manieren zijn juist wij de objecten van Gods speciale betrokkenheid en zorg. Hij geeft om ons. Hij houdt van ons. Hij kent onze zwakheid en onze broosheid, maar Hij veracht ons niet. Hij wijst ons niet af. Integendeel, in Zijn universum heeft Hij een speciale plek voor de mens, Zijn schepping. Je vindt deze plek als je Hem zoekt: dan zul je de zegen van Zijn liefde leren kennen.
Heer Jezus, dank U wel voor de onvoorstelbaar hoge prijs die U betaalde om mij te verzoenen met U en de Vader, zodat ik nu al, in dit leven, maar straks ook voor eeuwig in Uw aanwezigheid mag zijn. Het is bijna te groot en te wonderbaar om te begrijpen… Dank U! Amen.