Reken af met de gesel van zonde en schuld…

Thema: Zevenvoudige sprenkeling van het bloed

Komende dagen heeft de DPM-redactie Dereks onderwijs aangevuld met toepassingen uit predikingen tijdens eerdere DPM Huwelijksconferenties. Deze toepassingen zijn dus niet geschreven door Derek Prince. Aan het begin van deze toepassing wordt dit ook apart aangegeven.
Sprenkeling # 3 Jezus werd gegeseld
De derde sprenkeling van Jezus’ bloed staat opgetekend in Mattheüs 27:26:
Toen liet hij (Pilatus) Barabbas voor hen los, maar nadat hij Jezus gegeseld had, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.
Jezus werd geslagen met een Romeinse gesel, die bestond uit vele riemen met aan ieder uiteinde een stukje bot of ijzer. Als iemand met zo’n zweep geslagen wordt, wordt zijn rug letterlijk opengereten en wordt het vlees omgeploegd, zodat pezen en zelfs beenderen bloot komen te liggen.
(Onderstaande tekst komt uit predikingen tijdens DPM huwelijksconferenties):
Op allerlei manieren trekt de zonde – en vooral ook het schuldgevoel dat vaak het gevolg is - sporen van schade in ons leven. Heel wat christenen kennen maar al te goed de gesel van schuld en veroordeling, die ons berooft van de blijdschap van onze redding door Gods genade. De zonde is een vernietigende kracht die onze ziel verwondt. Deze christenen ervaren dat de ‘aanklager van de broeders’ – de duivel – inderdaad dag en nacht bezig is hen aan te klagen en te beschuldigen bij God. Maar prijs God, want nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. (Openbaring 12:10)
De Koning der koningen heeft je vrijgemaakt van de gesel van zonde, schuld en aanklacht. Die Koning heeft Zijn regering van genade afgekondigd in je leven! Je leven als Gods kind bestaat niet langer uit alleen maar een voortdurende, afmattende strijd tegen de zonde en de schuld en veroordeling die daaruit voortkomt.
Paulus kende dit gevecht ook, zo lezen we in Romeinen 7 (het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik… vs.19) en aan het eind van dat hoofdstuk verzucht hij: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? (vs. 24) Maar direct erna verwoordt hij ook de kentering: Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere. En hoofdstuk 8 vervolgt dan met: Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. (Rom. 8:1-2, NBG)
Je hoeft niet langer gebukt te gaan onder de gesel van veroordeling en schuld. De Heer Jezus heeft alles gedragen en Zijn bloed laten vloeien om jou vrij te kopen!
Heer Jezus, dank U dat ik niet gebukt hoef te gaan onder de gesel van zonde en schuld, maar dat ik in U een vrij mens mag zijn. En zelfs als ik struikel, dan mag ik mijn zonden belijden en dan bent U trouw en rechtvaardig om mijn zonden te vergeven en mij te reinigen van alle ongerechtigheid. Amen!