Toegang

Laten we Hebreeën 10 lezen. Er staat dat we
zonder schroom kunnen binnengaan. Het Griekse woord hier betekent letterlijk vrijuit sprekend. Dat is heel belangrijk: we mogen vrijuit spreken. Waarom is dat zo belangrijk? Herinner je dat onze kracht ligt in ons getuigenis. Heel wat christenen worden echter belemmerd in hun spreken, hun vrije getuigenis van wat het bloed van Jezus voor hen doet wordt geblokkeerd door gevoelens van angst, onzekerheid, boosheid, ongeloof of wat dan ook. Maar als we het niet getuigen, ontvangen we het ook niet.
Broeders en zusters, dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom (vrijuit sprekend) binnengaan in het heiligdom, omdat hij voor ons met Zijn lichaam een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen. We hebben nu een hogepriester die dienst doet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen. Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen. (Hebreeën 10:19-24)
In Hebreeën 3:1 staat dat Jezus de hogepriester is van het geloof dat wij belijden. In Hebreeën 4:14 staat dat we moeten vasthouden aan het geloof dat we belijden. Maar in Hebreeën 10:23 staat dat we dat moeten doen zonder te wankelen. Wat betekent dat voor ons? Wat kun je verwachten als je in een vliegtuig zit en je moet plotseling je stoelriem vastmaken? Juist, turbulentie! Als het woord van God zegt dat we moeten vasthouden aan het geloof dat we belijden en wel zonder te wankelen, dan is dat zoiets als je stoelriem moeten vastmaken omdat er turbulentie verwacht wordt. Maak niet de fout je stoelriem los te maken als het vliegtuig aan het schudden is. Juist dan komt het aan op het woord van je getuigenis, wat op zo'n moment het meeste effect sorteert. Blijf je geloof op het goede ogenblik belijden. Zelfs als het totaal in tegenspraak is met alles wat je om je heen ziet gebeuren, blijft Gods woord de waarheid!
Je begrijpt dat we op een nieuwe en geweldige manier toegang hebben gekregen tot het heilige der heiligen. Leviticus vertelt ons dat de hogepriester eens per jaar het heilige der heiligen binnenging met een vat wierook waardoor het verzoendeksel gehuld werd in een geurige wolk. Dat is aanbidding. Hij ging echter ook binnen met het bloed van het offer, dat hij zevenmaal sprenkelde tussen het voorhangsel en het verzoendeksel: eenmaal, tweemaal, drie-, vier-, vijf-, zes-, zevenmaal. Daarna streek hij het aan de oostkant (of de voorkant) van het verzoendeksel (dat is de Troon der Genade). Als dus de schrijver van de Hebreeënbrief zegt dat we op een nieuwe en levende manier vrijmoedigheid hebben door het bloed van Jezus, dan denkt hij aan de zevenvoudige sprenkeling van het bloed en aan het bloed op de Troon der Genade.
Overweldigend! We mogen zonder schroom naderen tot de troon van de almachtige God, de heiligste plaats in het hele universum, vanwege het bloed van Jezus. We hebben directe toegang tot God gekregen.

Dank u Heer, dat ik toegang heb tot Uw tegenwoordigheid, de tegenwoordigheid van de almachtige God, tot de heiligste plaats in het heelal, door de besprenkeling met het bloed van Jezus.
Ik wil U naderen met een oprecht hart en een vast geloof en zonder te wankelen blijven belijden wat ik geloof.