Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over

De Pijlers - dag 160

En stel uw leden niet ter beschikking van de zonde als wapens van de ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van de gerechtigheid zijn voor God.
(Romeinen 6:13)
Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over
Ter afsluiting van deze week kijken we vandaag en morgen nog kort naar drie verschillende, maar zeer belangrijke principes van de Bijbel, die bevestigen dat het spreken in nieuwe tongen het juiste bewijs vormen dat iemand de Heilige Geest heeft ontvangen.
Ten eerste, in Mattheüs 12:34 zegt Jezus: ...uit de overvloed van het hart spreekt de mond. Anders gezegd, als het hart van de mens tot overlopens toe gevuld is met de Heilige Geest, dan vindt het overstromen van het hart plaats door het spreken via de mond. Omdat de vervulling bovennatuurlijk is, is wat overstroomt ook bovennatuurlijk... Dan spreekt men een taal die men nooit heeft geleerd en niet verstaat, tot verheerlijking van God.
Ten tweede, in Romeinen 6:13 spoort Paulus ons als christenen aan: En stel uw leden niet ter beschikking van de zonde als wapens van de ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van de gerechtigheid zijn voor God.
Gods eisen gaan verder dan dat wij alleen maar onszelf, dat wil zeggen onze wil, aan Hem overgeven. Hij wil dat wij daadwerkelijk de leden van ons lichaam aan Hem overgeven, opdat Hij die naar Zijn eigen wil als instrumenten voor de gerechtigheid kan gebruiken. In Jakobus 3:8 worden we er echter aan herinnerd, dat er één lid van het lichaam is, dat niemand van ons kan beheersen: Maar de tong kan geen mens temmen. Zij is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif.
Als uiteindelijk bewijs, of de bezegeling dat we onze fysieke leden volledig aan God hebben overgegeven, neemt de Geest van God heerschappij over dát lid dat nu juist niemand van ons kan beheersen - de tong - en Hij gebruikt dit deel van ons lichaam op een bovennatuurlijke manier tot Gods verheerlijking.
Dank U wel, lieve Vader, dat ik met mijn hele wezen, mijn geest, ziel en vooral ook mijn lichaam – dus ook mijn tong – U voortdurend eer en glorie mag brengen. Maakt U mij zo vol van Uw Heilige geest, dat uit de overvloed van mijn hart mijn mond overstroomt. Want U bent alle lofprijs en aanbidding waard!