De wet van de liefde is de wet van de vrijheid

De Pijlers - dag 108

U zult de Heere, uw God, ​liefhebben​ met heel uw ​hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. (Mattheüs 22:37-39)
De wet van de liefde is de wet van de vrijheid
Gisteren zagen we dat het einddoel van de wet liefde is. Paulus brengt dezelfde waarheid over deze ene allerhoogste wet van de liefde, als volgt tot uitdrukking in Romeinen 13:8-10:
Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U moet uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.
Op dit punt voelt iemand zich wellicht geneigd te zeggen: ‘U vertelt me dat ik, als christen, niet onder de wet of de geboden van Mozes ben. Betekent dit dat het mij vrij staat die geboden te overtreden en alles te doen waar ik zin ik heb? Staat het mij vrij om een moord of overspel te plegen, of te stelen, als ik daar zin in heb?’
Het antwoord hierop is, dat u als christen volkomen vrij bent om al datgene te doen wat u met een volkomen liefde in uw hart tot God en de mensen kunt doen. Maar als christen staat het u niet vrij om ook maar iets te doen dat niet in liefde gedaan kan worden.
De mens wiens hart gevuld is met de liefde van God en die door deze liefde geleid wordt, is vrij om alles te doen wat zijn hart begeert. Om deze reden wordt deze wet van de liefde door Jakobus tweemaal de wet van de vrijheid genoemd:
Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, ... zalig zijn in wat hij doet. (Jakobus 1:25)
Spreek zó en handel zó als mensen die geoordeeld zullen worden door de wet van de vrijheid. (Jakobus 2:12)
Jakobus noemt deze wet van de liefde de volmaakte wet van de vrijheid, omdat de mens wiens hart ten allen tijde door de liefde van God vervuld is en daardoor geleid wordt, de vrijheid heeft precies datgene te doen wat hij wenst. Wat zo’n persoon ook wil doen, zal altijd in overeenstemming zijn met de wil en het karakter van God, want God zelf is liefde. De mens die leeft door deze wet van de liefde, is de enige, werkelijk vrije mens op de hele aardbodem - de enige mens die het te allen tijde vrij staat te doen wat hij wil. Zo’n persoon heeft geen andere wet nodig om hem te leiden.

Heer Jezus, dank U wel dat ik, als ik U en mensen oprecht liefheb, Ik daarmee Uw hele wet vervul. Help mij, om daar waar ik het soms moeilijk vind om U en mensen lief te hebben, dit toch te doen in Uw kracht, Heer! Dank U voor Uw overvloedige liefde in mij en door mijn heen… Amen.