De Heilige Geest, ontvangen door geloof en genade

Met Pinksteren in het vooruitzicht denken we natuurlijk aan de uitstorting van de Heilige Geest. God wil die ook over ons uitgieten! In deze onderwijsbrief behandel ik de voorwaarden om de gave van de Heilige Geest te ontvangen.

Door genade, door geloof

Als we het Bijbelse onderwijs over dit thema onderzoeken, dan ontdekken we één grondprincipe dat door Gods genade van toepassing is op alle dingen waar Hij in voorzien heeft voor de mens. Dit principe vinden we in Romeinen 11:6: Maar als het door genade is, is het niet meer uit de werken, anders is genade geen genade meer. En als het uit de werken is, is het geen genade meer, anders is het werk geen werk meer.

In deze passage presenteert Paulus, zoals ook elders in zijn brieven, de twee begrippen ‘genade’ en ‘werken’ als elkaars absolute tegengestelden. Met ‘genade’ bedoelt Paulus altijd de vrije, onverdiende gunst en zegen van God, die verleend wordt aan de mens die het niet verdient; ja, zelfs aan wie dit het allerminst verdienen. Met ‘werken’ bedoelt Paulus alles wat een mens ook maar zou kunnen doen, uit eigen bekwaamheid, om voor zichzelf de zegen en gunst van God te verwerven.

Paulus zegt dat deze twee manieren om van God te ontvangen elkaar wederkerig uitsluiten; ze kunnen nooit samengaan. Wat een mens ook maar van God ontvangt uit genade, ontvangt hij niet op basis van werken; en wat een mens ook maar van God zou ontvangen uit werken, komt niet voort uit genade. Waar genade van kracht is, baten de werken niet; waar werken van kracht zijn, baat de genade niet. Paulus benadrukt dit ook in Efeziërs 2:8-9: Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof en dat niet uit uzelf, het is de gave van God; niet uit de werken, opdat niemand zou roemen.

In Galaten 3:13-14 past Paulus dit principe vooral toe op de gave van de Heilige Geest: Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden… opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.

Paulus brengt hier twee belangrijke feiten naar voren die onderling samenhangen. Allereerst, dat de gave van de Heilige Geest de mens ter beschikking wordt gesteld door Christus’ verzoenende offer aan het kruis; dat wil zeggen dat het deel uitmaakt van Gods totale voorziening voor de mens, in Jezus Christus. Ten tweede ontvangt men deze gave, net als elke andere voorziening van Gods genade, door eenvoudig geloof en niet door werken.

Deze kwestie van hoe de gave van de Heilige Geest wordt ontvangen, is waarschijnlijk naar voren gekomen onder de christengemeenten in Galatië, want Paulus verwijst er meerdere malen naar in het derde hoofdstuk van zijn brief aan de Galaten.

In Galaten 3:2 zegt Paulus bijvoorbeeld: Dit alleen wil ik van u leren: Hebt u de Geest ontvangen uit de werken van de wet of uit de prediking van het geloof? Opnieuw, in vers 5 van hetzelfde hoofdstuk: Hij dan die u de Geest verleent en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken van de wet of uit de prediking van het geloof? En nog eens in vers 14, zoals we al hebben gezien, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.

Tot driemaal toe benadrukt Paulus in deze verzen dus dat het ontvangen van de Geest plaatsvindt door geloof. Met andere woorden, de noodzakelijke basisvoorbereiding voor gelovigen om de Heilige Geest te ontvangen, is dat ze vanuit de Schriften worden onderwezen over het karakter van Gods voorziening voor hen, en dat zij deze voorziening mogen opvragen door geloof in Jezus’ verzoeningswerk aan het kruis. Als degenen die de gave van de Heilige Geest zoeken eerst dit soort Bijbelse instructie ontvangen en zij vervolgens geloven, dan kunnen zij verder zonder uitstel en zonder grote inspanning deze gave ontvangen.

Wat is er nodig? Precies wat Paulus de Galaten voorhoudt: terugkeren naar de prediking van geloof. Wat we nodig hebben, is verse instructie uit Gods Woord over de vrije voorziening van Gods genade.

Als een algemeen principe geldt dat als mensen de gave van de Heilige Geest zoeken, er een periode van instructie uit Gods Woord nodig is en vervolgens gebed. Wat mijzelf betreft, als ik een periode van dertig minuten toegewezen zou krijgen om gelovigen te helpen de gave van de Heilige Geest te ontvangen, dan zou ik altijd tenminste de helft van die tijd - ten minste de eerste vijftien minuten - bijbels onderricht willen geven. De laatste vijftien minuten van gebed zouden veel meer positief resultaat opleveren, dan wanneer ik de volle dertig minuten aan gebed zou zijn besteden zonder Bijbelse instructie vooraf.

Wij zien dus dat Paulus de basisvoorwaarde voor het ontvangen van de gave van de Heilige Geest definieert als de prediking van geloof. Maar bij het uitleggen van dit principe moeten we wel goed waken tegen een verkeerde interpretatie van het begrip geloof. Geloof is geen vervanging voor gehoorzaamheid. In tegendeel, waarachtig geloof komt altijd tot uitdrukking in gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid vormt het bewijs en het teken van geloof.

Dit is net zo zeer van toepassing op het ontvangen van de Heilige Geest, als op elke andere voorziening vanuit Gods genade. In zijn verdediging voor de Joodse Raad in Handelingen 5:32 richt Petrus de aandacht op gehoorzaamheid als het ware kenmerk van geloof: En wij zijn zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, die God gegeven heeft aan hen die Hem gehoorzaam zijn.

Waar hij spreekt over de gave van de Heilige Geest, benadrukt Paulus geloof, terwijl Petrus gehoorzaamheid benadrukt. Er is echter geen tegenstrijdigheid tussen die twee. Waarachtig geloof is altijd verbonden met gehoorzaamheid. Volkomen geloof heeft volkomen gehoorzaamheid als gevolg. Petrus zegt hier dat als onze gehoorzaamheid volkomen is, de gave van de Heilige Geest ons toebehoort.

Zes stappen in geloof

Hoe hoort volkomen gehoorzaamheid bij het zoeken van de gave van de Heilige Geest tot uitdrukking te komen? In de bijbel vinden we zes stappen die ons wegwijs maken omtrent de gehoorzaamheid die leidt tot de gave van de Heilige Geest.

1 en 2: Bekering en Doop

De eerste twee stappen worden door de apostel Petrus vermeld in Handelingen 2:38: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

De twee stappen die Petrus hier noemt zijn ten eerste: Bekeer u; en ten tweede: Laat ieder van u gedoopt worden.

Bekering is een innerlijke verandering van je hart en je houding ten opzichte van God, die voor de zondaar de weg opent om met God verzoend te worden. Daarna is de doop een uiterlijke daad, waardoor de gelovige getuigenis aflegt van de innerlijke verandering die door Gods genade in zijn hart heeft plaatsgevonden.

3: Dorst hebben

De derde stap op weg naar de volheid van de Heilige Geest noemt Jezus in Johannes 7:37-38: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien.

In het volgende vers legt de evangelieschrijver verder uit dat de belofte van Jezus betrekking heeft op de gave van de Heilige Geest. Dit stemt overeen met wat Jezus ook zegt in Mattheüs 5:6: Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden (KJV: gevuld worden).

Een essentiële voorwaarde om de volheid van de Heilige Geest te ontvangen, is hongerig en dorstig zijn. God verkwist zijn zegeningen niet aan wie er geen behoefte aan voelen. Heel veel belijdende christenen die een goed en respectabel leven leiden, ontvangen nooit de volheid van de Heilige Geest, omdat ze er gewoonweg geen behoefte aan voelen. Ze zijn tevreden zonder deze zegen en God laat hen zo. Vanuit menselijk standpunt bezien, gebeurt het vaak dat degenen die het minst de gave van de Heilige Geest lijken te ‘verdienen’ Hem juist ontvangen, en degenen die dit het meest schijnen te ‘verdienen’, Hem juist niet ontvangen. Dat wordt uitgelegd in de woorden in Lukas 1:53: Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden. God reageert op onze oprechte innerlijke verlangens, maar Hij komt niet onder de indruk van onze vrome woorden of uiterlijke daden.

4: Vragen

In Lukas 11:13 noemt Jezus de vierde stap naar het ontvangen van de Heilige Geest: Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?

Hier maant Jezus Gods kinderen om hun hemelse Vader te vragen om de gave van de Heilige Geest. Soms horen we christenen opmerken: ‘Als God wil dat ik de Heilige Geest ontvang, dan zal Hij mij die vanzelf wel geven. Ik hoef Hem daar niet om te vragen.’ Deze houding is echter niet bijbels. Jezus leert duidelijk dat Gods kinderen hun hemelse Vader om deze speciale gave van de Heilige Geest behoren te vragen.

5: Drinken

Na het vragen is de volgende stap: ontvangen. In Johannes 7:37 noemt Jezus dit drinken, want Hij zegt: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. ‘Drinken’ is een actief proces van ontvangen. De vervulling van de Heilige Geest kan niet worden ontvangen met een negatieve of zelfs alleen maar passieve houding. Niemand kan drinken zonder zijn eigen actieve medewerking; en niemand kan drinken met gesloten mond. Zoals het in het natuurlijke is, zo is het ook in het geestelijke. Ontvang actief door je mond te openen en in te ademen. In Psalm 81:11 zegt de Heer: Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen. Hoe simpel het ook lijkt, maar er zijn mensen die de volheid van de Geest niet ontvangen, omdat ze hun mond niet opendoen. Open je mond, adem in en ontvang de Geest van God door in geloof te ‘drinken’.

6: Overgave

Na het drinken is de zesde en laatste stap om de volheid van de Heilige Geest te ontvangen: overgave. In Romeinen 6:13 spreekt Paulus tot christenen over een tweevoudige overgave aan God: En stel uw leden niet ter beschikking voor de zonde als wapens van de ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van de gerechtigheid zijn voor God.

Hier worden ons als christenen twee opeenvolgende stadia genoemd. De eerste overgave is die van onszelf - de overgave van onze wil en onze persoonlijkheid. Dit is echter niet alles. Er is een verdere mate van overgave, waarin wij niet alleen onze wil overgeven, maar ook onze fysieke leden. Om tot deze verder gaande mate van overgave te komen, is een veel grotere mate van vertrouwen op God nodig. Door onszelf over te geven (dit betekent in de praktijk vooral onze wil) geven wij ons in gehoorzaamheid over aan de wil van God, maar houden we nog vast aan het gebruiken van ons eigen verstand. Wij zijn bereid te doen wat God van ons vraagt, mits we eerst begrijpen wat gevraagd wordt. Maar in de overgave van onze fysieke leden, gaan wij verder dan dat. We proberen dan zelfs niet eens meer verstandelijk te begrijpen wat God van ons vraagt, maar zonder enige reserve stellen wij onze leden ter beschikking van God en laten ons door Hem gebruiken zoals Hij wil en naar zijn bedoelingen. Ons verlangen te begrijpen wat God aan het doen is, of waarom Hij het doet, laten we varen. Alleen als wij ons op deze tweede, totale manier overgeven, komen wij op die plaats van een totale, onvoorwaardelijke overgave. En het is juist op dit punt dat de Heilige Geest met zijn volheid binnenkomt en onze ledematen bestuurt.

Een onhandelbaar lid

Een speciaal lid van ons lichaam dat Hij volledig in beslag neemt, is het meest onhandelbare lid dat niemand kan temmen: de tong. De overgave van onze tong aan de Geest van God, om die in ons naar zijn eigen wil te beheersen - en haar helemaal los te maken van het gebruik van ons eigen verstandelijk denken of ons gevoel, vormt de climax van onze overgave aan God; dit is volkomen gehoorzaamheid, die zowel de toegang vormt tot het ontvangen van de gave van de Heilige Geest, als het bewijs dat we haar ontvangen!

Wij hebben nu gekeken naar de volgende zes stappen om de volheid van de Heilige Geest te ontvangen:

  1. Bekering
  2. Laten dopen
  3. Dorst hebben
  4. Vragen
  5. Drinken, d.w.z. actief ontvangen
  6. Overgave, d.w.z. de controle over onze fysieke ledematen prijsgeven en deze losmaken van ons verstandelijk denken.

Het lijkt erop dat enkele van de zojuist genoemde stappen soms door mensen achterwege worden gelaten, terwijl deze mensen niettemin de gave van de Heilige Geest ontvangen. Vooral wordt de gave van de Heilige Geest soms geschonken aan mensen die niet gedoopt zijn en die nooit God specifiek om deze gave hebben gevraagd. Ik weet dat dit zo is, omdat het mij zelf ook is overkomen. Zelf ontving ik de gave van de Heilige Geest nog voordat ik gedoopt was en zonder dat ik er expliciet om gevraagd had. Op deze twee punten heeft God mij aangeraakt in zijn vrije en soevereine genade, die verder gaat dan de voorwaarden die in zijn Woord zijn genoemd. Ik realiseer mij echter dat ik dit nog meer aan Gods genade te danken heb. Het opent voor mij beslist geen deur voor trots, zorgeloosheid of ongehoorzaamheid.

Het schijnt echter wel zo te zijn, dat God de gave van de Heilige Geest nooit schenkt in situaties waarin aan de andere vier genoemde voorwaarden die Hij in zijn Woord noemt, niet is voldaan. God schenkt nooit de Heilige Geest waar er niet allereerst bekering is; en daarna geestelijke dorst en bereidheid om zowel te ontvangen als zich over te geven. Op dit terrein van geestelijke gaven moeten we bovenal voortdurend op onze hoede zijn voor geestelijke hoogmoed. Hoe rijkelijker wij van Gods genadegaven ontvangen, hoe groter onze verplichting om gehoorzaam te zijn en een trouwe getuige van zijn liefde, in de uitoefening en het rentmeesterschap over deze gaven.

Dit principe van verantwoordelijkheid voor de ontvangen genade wordt samengevat in de woorden van Jezus over rentmeesterschap in Lukas 12:48: En van ieder aan wie veel gegeven is, zal veel teruggevraagd worden en van hem aan wie men veel toevertrouwd heeft, zal men des te meer eisen.