Hoe vasten ons verandert...

door: Derek Prince

Bidden en vasten, we noemen ze vaak in één adem (de Bijbel trouwens ook!). Maar terwijl de praktijk van gebed duidelijk terrein wint in het leven van veel christenen, weten een aanzienlijk aantal niet zo goed raad met de Bijbelse praktijk van het vasten… Een motiverend artikel van Derek Prince.

Vasten is vrijwillige onthouding van voedsel, voor geestelijke doeleinden. Het is een manier die God zelf Zijn kinderen heeft aangereikt om zich te verootmoedigen voor Hem. Jezus zelf deed het ook en leerde het Zijn discipelen. Als Jezus sprak over vasten, zei Hij niet: ‘als je vast…’, maar ‘wanneer je vast…’, en plaatste daarmee de praktijk van het vasten op één lijn met geven aan de armen en aan gebed (zie Mattheüs 6:1-15).

In dit artikel zullen we kijken hoe vasten de innerlijke mens kan veranderen. Het eerste wat we daarbij duidelijk in de Bijbel moeten vaststellen is het volgende: De kracht die het leven als christen mogelijk maakt, is de Heilige Geest. Geen enkele andere kracht stelt ons in staat het leven te leven dat God van ons als christen verlangt. We krijgen dat niet voor elkaar met uitsluitend onze eigen wilskracht. Leven als christen is alleen mogelijk in afhankelijkheid van de Heilige Geest. Als we leren hoe we de kracht van de Heilige Geest in ons leven kunnen vrijzetten, zodat we de dingen kunnen doen die we in onze eigen kracht niet kunnen, dan hebben we de sleutel gevonden tot een succesvol en vruchtbaar leven als christen. Jezus was hier duidelijk over tegen Zijn discipelen, na Zijn opstanding, voordat Hij ze uitzond in een eigen bediening. In Handelingen 1:8 zei Hij:

maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.

Eigenlijk zei Hij hiermee: ,,Om te kunnen doen wat Ik je heb opgedragen, zul je een kracht nodig hebben die groter is dan je eigen kracht. Die kracht zal de Heilige Geest je geven. Stap niet uit in je bediening voordat je de kracht van de Heilige Geest ontvangen hebt.’’

Vergelijk deze woorden eens met die van Paulus in Efeziërs, waar hij voornamelijk spreekt over de kracht van het gebed:

Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is... (Efeziërs 3:20)

Paulus zegt dat God oneindig veel meer kan doen dan wij ons ooit kunnen voorstellen, maar dat dat afhangt van Zijn kracht die in ons werkt. Wat God door ons heen kan doen, hangt dus niet af van ons voorstellingsvermogen, maar van Zijn bovennatuurlijke kracht die in en door ons heen vrijkomt, of het nu gaat om de kracht van een gebed, een preek, een gesprek, of om welke andere vorm van bediening ook. Het gaat erom dat we ontdekken hoe we de kracht van de Heilige Geest kunnen laten vrijkomen en hoe we kanalen of instrumenten kunnen worden waardoor Hij onbelemmerd kan werken.

Als we dit begrepen hebben, dan kunnen we door naar het volgende belangrijke, universele principe uit de Bijbel, naar de oude vleselijke natuur. De oude vleselijke natuur van de mens zit zo in elkaar dat ze lijnrecht staat tegenover de Heilige Geest en zich niet onderwerpt aan de Heilige Geest, maar zich tegen Hem verzet. In het Nieuwe Testament wordt deze vleselijke natuur (die we van nature allemaal hebben voor we veranderd worden door onze wedergeboorte) het vlees genoemd. Deze term slaat niet noodzakelijk op ons fysieke lichaam. De hele natuur die we geërfd hebben van onze eerste vader, Adam, wordt hiermee bedoeld. En die aartsvader, Adam, was een rebel, een opstandeling. Met andere woorden, ergens diep in ons allemaal leeft een rebel, onze vleselijke natuur! In Galaten 5:16-17, zegt Paulus over die vleselijke natuur:

Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.

Dat is heldere taal en de consequenties zijn heel belangrijk. De vleselijke natuur verzet zich tegen de Geest van God. Als we eraan toegeven, verzetten we ons dus tegen de Geest van God. Als we ons willen overgeven aan de Heilige Geest, dan moeten we afrekenen met de vleselijke natuur, want zolang die ons beheerst en door ons heen werkt, gaat alles wat we doen tegen de Heilige Geest in. Dit gaat niet alleen over onze lichamelijke behoeften, maar ook over wat de Bijbel het ‘vleselijke denken’ noemt. Dat is de manier waarop onze oude, vleselijke, niet-wedergeboren natuur denkt. In een krachtig Bijbelvers in Romeinen doet Paulus een belangrijke uitspraak over het vleselijke denken:

Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. (Romeinen 8:7)

Dit zijn krachtige woorden. Paulus zegt dat het vlees zich verzet tegen de Heilige Geest; het vleselijke denken is vijandschap tegen God. Het vleselijke, niet-wedergeboren denken is dus niet neutraal. Er wordt ook niet gesuggereerd dat de vleselijke natuur en het vleselijke denken overgehaald kunnen worden tot het doen van Gods wil. Dat is onmogelijk. Het vleselijke denken is van nature vijandig tegenover God.

Maar wat is dan het vleselijke denken? Ik heb het als volgt begrepen: het is het denken van de oude, niet wedergeboren ziel. De functies van de ziel worden meestal onderverdeeld in de wil, het verstand en het gevoel. Bij elk van deze functies past een kort, typerend zinnetje. De wil zegt voortdurend: ,,Ik wil dit of dat…’’. Het verstand zegt steeds: ,,Ik denk dat… Ik vind dit…’’. De emoties zeggen voortdurend: ,,Ik voel me zus of zo...’’ Zo werkt de vleselijke natuur. Als we ons nu willen onderwerpen aan de Heilige Geest, en als de Heilige Geest vrij door ons heen moet kunnen werken, dan moet de vleselijke natuur onderworpen worden aan de Heilige Geest. Wij moeten ons ‘ik wil…’, ‘ik denk…’ en ‘ik voel…’ onderwerpen aan de Geest van God. Naar Jezus’ voorbeeld in de Bijbel, wordt dit gedaan door vasten. Zo deed Jezus het, zo deed Paulus het, en het wordt ook van jou en mij verwacht dat we het zo doen.

Vasten in het leven van Jezus

In Lukas 4:1-2 lezen we: Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest naar de woestijn geleid, waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel. En Hij at niets in die dagen en ten slotte, toen die voorbij waren, kreeg Hij honger. (Lukas 4:1-2)

Voordat Jezus in de openbaarheid trad met Zijn bediening, had Hij twee belangrijke, beslissende ervaringen. De eerste was toen de Heilige Geest op Hem neerdaalde en Hij de bovennatuurlijke kracht van de Heilige Geest ontving voor Zijn bediening. Maar Jezus begon hierna nog niet onmiddellijk met Zijn bediening.

De tweede ervaring bestond uit veertig dagen vasten in de woestijn. Hij onthield zich van voedsel en concentreerde zich op geestelijke dingen. Klaarblijkelijk raakte Hij in die periode in een regelrecht conflict met satan gewikkeld, een gevecht ‘van man tot man’. Door Zijn vasten kwam Hij als overwinnaar tevoorschijn uit die eerste strijd met satan.

Hieruit wordt duidelijk, dat vasten essentieel is als we in ons leven en onze omgeving satan willen overwinnen. Als Jezus het nodig had om te vasten voor overwinning, begrijp ik niet hoe iemand van ons zou kunnen denken het wel zonder vasten te kunnen klaarspelen. Let goed op de gevolgen van vasten in Jezus’ leven. In Lukas 4:14 staat:

En Jezus keerde door de kracht van de Geest terug naar Galilea, en het gerucht over Hem verspreidde zich door heel de omgeving.

Er is een opvallend verschil tussen de twee geciteerde teksten. Toen Jezus de woestijn inging, was Hij vol van de Heilige Geest. Maar toen Hij na veertig dagen vasten terugkeerde uit de woestijn, staat er dat Hij in de kracht van de Heilige Geest kwam. Het is dus één ding om vol te zijn van de Geest, maar het is een tweede om in de kracht van de Geest te zijn. Sinds Zijn doop is de Geest er geweest in Jezus' leven. Maar door Zijn vasten is de kracht van de Heilige Geest vrijgekomen om ongehinderd door Zijn leven en bediening heen te kunnen stromen. Hierin ligt een belangrijk voorbeeld voor ons. Jezus zelf zei later in Johannes 14:12:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader.

Ik wil benadrukken dat de werken die Jezus deed, begonnen met vasten. Als wij de werken willen doen die Hij deed, lijkt het me logisch dat we beginnen waar Jezus begon – met vasten.

Terug naar ons verhaal over de strijd met onze vleselijke natuur. Paulus schrijft zijn eigen relaas over de worsteling met zijn vleselijke natuur en hoe hij overwinning kreeg. In 1 Korinthiërs 9:25-27 beschrijft Paulus dit gevecht als een atleet die traint om te kunnen winnen:

En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen. Ik loop daarom niet zonder duidelijk doel en ik vecht zó met de vuist dat ik niet maar wat in de lucht sla. Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.

Paulus besefte dat hij zijn vleselijke natuur steeds opnieuw moest onderwerpen, wilde hij slagen in zijn goddelijke roeping. Dit stelt ieder van ons voor de vraag: Wie is de meester en wie is de dienaar in ons? Is het lichaam de meester en de Heilige Geest de slaaf? Of is de Geest de meester en het lichaam de dienaar? Ik wil je wel vertellen: Je lichaam kan een geweldige dienaar zijn, maar een vreselijke meester.

Eén van mijn vrienden, een advocaat uit de omgeving van Washington, D.C., had mij horen prediken over vasten en nam daarop het besluit daar een goede gewoonte van te maken. Hij zette een dag apart om te vasten en het werd een vreselijke dag. Telkens als hij over straat liep, passeerde hij wel een of ander restaurant waar de etensgeuren hem in verleiding brachten, of hij zag gebakjes in een etalage staan. Hij voerde een geweldige strijd om niet te eten, dus aan het eind van die dag besloot hij zijn maag maar eens streng toe te spreken. Hij zei: ,,Luister maag, je bent vandaag erg rebels geweest. Je hebt me een hoop onnodige last bezorgd en daarom ga ik je straffen. Morgen vast ik nog een dag.’’

Dit verhaal illustreert prachtig hoe je duidelijk kunt maken wie in jouw leven meester is en wie dienaar. Onthoud goed dat je lichaam een geweldige dienaar kan zijn, maar een vreselijke meester. Als je werkelijk succes wilt hebben in je leven als christen en de prijs wilt winnen voor ‘christen-topsporters’, dan zul je ervoor moeten zorgen dat je lichaam jou niet regeert of overheerst, door middel van allerlei behoeften en buien. Kies er liever voor je te beheersen in het besef dat God een doel en bestemming heeft voor je leven. Tegen die achtergrond zul je alles moeten doen wat nodig is om je lichaam te onderwerpen, zodat het geen zeggenschap over je heeft. Je moet je wedstrijd kunnen uitlopen. Ik geloof dat regelmatig vasten één van de fundamentele Bijbelse manieren is waarop je dat kunt doen.

Er komt een onmetelijke kracht vrij als we bidden en vasten. Deze enorme kracht kan niet alleen persoonlijke levens en families veranderen, maar ook hele steden, landen en generaties. Twee historische Bijbelse voorbeelden hiervan zijn de stad Ninevé in de tijd van Jona, en de Joden in het Perzische Rijk in de tijd van Ester. Toch moeten we niet naar dit soort verhalen kijken als iets wat alleen in het verleden gebeurde. Vandaag is het nog steeds mogelijk om met dezelfde middelen, gebed en vasten, Gods ingrijpen af te smeken, om vandaag de geschiedenis met net zoveel kracht te veranderen als in de Bijbelverhalen. Dit is niet alleen een glorieuze kans voor ons als christenen, maar ook bittere noodzaak. Persoonlijk geloof ik zelfs dat God niet anders van ons verwacht; Hij wil dat we in actie komen…

(Uit het boek ‘Vasten’, waarin zowel de Bijbelse onderbouwing als de praktische uitwerking van vasten aan de orde komt.)