Gods hart voor wezen, weduwen, armen en verdrukten... - studie

Deze studie is in 1995 als extra studiebrief rondgestuurd. Dit was het eerste jaar van het bestaan van DPM Nederland en dit thema vonden we zo belangrijk dat we er een extra studiebrief aan gewijd hebben. Ook nu nog is dit onderwijs heel belangrijk. Wil je Gods hart begrijpen en vanuit Zijn hart leven? Laat je dan uitdagen door deze studie.

Wie zorgt voor de weduwen, wezen, de armen en onderdrukten?

Door Derek Prince

Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren. (Jakobus 1:27)

Ik geloof dat God mij het afgelopen jaar een speciaal, belangrijk onderwerp op het hart heeft gelegd voor de Kerk vandaag: bewogenheid en zorg voor wezen, weduwen, armen en onderdrukten... Ik predik al meer dan vijftig jaar, maar nog nooit eerder heb ik dit thema zo duidelijk voor ogen gezien als de laatste maanden. Ik geloof dat dit een beweging is van Gods Heilige Geest; Hij doet - in tegenstelling tot de geest van de tijd waarin we leven - een nieuwe bron in ons opwellen van bewogenheid, precies zoals Jezus bewogen werd toen hij opkeek naar de menigte en onmiddellijk handelde.

Vandaag komt een menigte van verdrukte, kwetsbare mensen onze kerken binnen; alleenstaande moeders (een nieuwe groep ‘wezen en weduwen’ van vandaag!), asielzoekers (ontheemden, vreemdelingen), eenzame mensen, mensen in financiële nood... De verantwoordelijkheid voor de kwetsbare, verdrukte mensen zet God vandaag opnieuw op de agenda van Zijn Kerk. In deze studie zet ik enkele van de vele Bijbelteksten hierover op een rij. We zullen zien dat God altijd Zijn zegen verbindt aan de zorg voor wezen, weduwen, armen en verdrukten. Zelf was ik geschokt hoeveel de bijbel hierover zegt en hoe weinig ik me dit tot nu toe realiseerde.

We beginnen onze studie bij Job, die uitriep: Met gerechtigheid bekleedde ik mij en mijn recht bekleedde mij. Zoals iedere rechtvaardige gelovige door de tijden heen, was Job bekleed met een gerechtigheid die niet van hem zelf kwam. Job geeft een duidelijke beschrijving van deze gerechtigheid: Want ik redde de ellendige die om hulp riep, de wees en hem die geen helper had ...en het hart der weduwen deed ik jubelen...tot ogen was ik voor de blinde, en tot voeten voor de kreupele; een vader was ik voor de armen...
(Job 29:12-16)

Verderop in de tekst noemt Job een aantal zonden waaraan hij zich nooit schuldig heeft gemaakt:

Indien ik ooit de bede der geringen heb afgeslagen, de ogen der weduwen heb laten versmachten, of ooit mijn bete alleen gegeten, zonder dat de wees daarvan at...indien ik ooit een zwerveling heb gezien zonder kleed en een arme zonder bedekking... indien ik ooit mijn hand heb opgeheven tegen een wees…

Als ik schuldig ben aan één van deze zonden - en het zijn allemaal geen 'actieve' zonden, maar zonden van nalatigheid! - concludeert Job: …zo valle mijn schouder uit zijn gewricht, en breke mijn arm van zijn pijp af. (Job 31:16-22).

Wat Job hier dus eigenlijk zegt, is: ,,Als ik mijn armen niet gebruik om ze uit te strekken in deze daden van bewogenheid, dan hebben ze sowieso geen recht op een plaats aan mijn lichaam!’’ Deze Bijbelse beschrijving van daden van gerechtigheid zien we niet alleen in de tijd van de aartsvaders, maar ook in iedere periode daarna.

Vanaf de tijd van Mozes

Onder de wet van Mozes gold er een bepaalde regel voor de kinderen van God. Ze mochten de hoeken van hun velden niet maaien en het was verboden om alle druiven van de wijngaard te plukken. Ze moesten altijd iets achterlaten voor de arme en de vreemdeling. De instructies hierover eindigen steeds met dezelfde woorden: (want) Ik ben de Here uw God (Lev. 19:9-10). Met andere woorden: ,,Zo ben Ik en dit is hoe jullie Mij moeten vertegenwoordigen!’’

In Psalm 68:6 wordt God beschreven als een vader der wezen en een rechter der weduwen (in het Engels staat hier; verdediger der weduwen!). Mensen die God werkelijk toebehoren, zullen Hem weerspiegelen zoals Hij is, door hun liefde voor de wezen en weduwen.

Later, toen God door Zijn profeten tot Israël sprak, waren er drie belangrijke zonden die voortdurend Zijn boosheid opwekten: afgoderij, overspel en een gebrek aan zorg voor de wezen, de weduwen en de armen. De eerste twee zijn ‘actieve’ zonden, zonden door iets te doen, terwijl de derde een zonde is van nalatigheid, zondigen door iets juist niet te doen. Maar de laatste categorie is net zozeer zonde als de eerste twee; al deze zonden houden Gods licht uit je leven weg. Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde. (Jakobus 4:17)

Het Nieuwe Testament

Ook het Nieuwe Testament benadrukt de zorg voor wezen, weduwen en de armen. Misschien zelfs nog wel duidelijker dan het Oude Testament.

Johannes de Doper bereidde de weg voor Jezus, met zijn oproep tot bekering. Als mensen op zijn boodschap reageerden en hem vroegen wat ze moesten doen, dan antwoordde hij: Wie een dubbel stel klederen heeft dele mede aan wie er geen heeft, en wie spijzen heeft, doe evenzo. (Lukas 3:11-12) Dat is de praktische uitwerking van bekering.

Iets later zei Jezus zelf: Wanneer gij een middag- of avondmaaltijd aanricht, roep dan niet uw vrienden of uw broeders of uw verwanten of uw rijke buren; die zouden immers op hun beurt u ook kunnen uitnodigen en gij zoudt terugbetaling ontvangen. Maar wanneer gij een gastmaal aanricht, nodig dan bedelaars, misvormden, lammen en blinden. En gij zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u terug te betalen. Want het zal u terugbetaald worden bij de opstanding der rechtvaardigen. (Lukas 14:12-14)

In de profetische gelijkenis over de schapen en de bokken, sprak de Heer een vreselijk oordeel uit over de bokken:

Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. (Mattheüs 25:41)

Waarom zei Jezus dat? Wat hadden ze gedaan? Het antwoord is even kort als eenvoudig: niets. Ze hadden de hongerige mensen niet te eten gegeven en de dorstige niet te drinken. Ze hadden de vreemdeling niet gehuisvest en de naakte niet gekleed. Ze hadden de zieken en gevangenen niet bezocht. Om deze reden werden ze veroordeeld en uitgebannen voor de eeuwigheid. Voor ons allemaal is het belangrijk te onthouden dat we niet alleen geoordeeld worden op wat we hebben gedaan, maar ook op wat we níet hebben gedaan.

In iedere tijd

Door de hele bijbel heen zien we dat God speciale genade belooft aan mensen die genadig zijn voor de armen.

Welzalig hij die acht slaat op de geringe; ten dage des onheils zal de Here hem uitkomst geven. (Psalm 41:1)

Wie zich over de arme ontfermt, leent de Here; Hij zal hem zijn weldaad vergelden. (Spreuken 19:17)

God verbindt Zijn zegen aan hem die de arme zegent, maar het omgekeerde geldt ook. Als we geen genade hebben voor de armen, dan kan het zijn dat God ook ons niet genadig is.

Wie zijn oor gesloten houdt voor het hulpgeroep van de geringe, zal, als hij zelf roept, geen antwoord ontvangen. (Spreuken 21:13)

Zou dit misschien een verklaring zijn voor het feit dat sommige van onze gebeden maar niet verhoord worden? In Jakobus 1:27 wordt Gods voortdurende bewogenheid en zorg voor de wezen en weduwen beschreven:

Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.

Op de één of andere manier lijkt onze geloofspraktijk gecentreerd rond de tweede voorwaarde: we werken eraan onszelf onbesmet van de wereld te bewaren. Maar de eerste uitwerking van zuivere godsdienst heeft in de Kerk vandaag vaak maar weinig plaats: omzien naar weduwen en wezen. Onze redding is wat God voor ons heeft gedaan. Zuivere, integere godsdienst is wat Hij als antwoord van ons verwacht. God maakt ons overduidelijk dat Hij wil dat we – Zijn hart vertolkend – zorg dragen voor de wezen en weduwen. Laten we dit na, dan is onze geloofspraktijk net zo onaanvaardbaar voor Hem als de geloofspraktijk (godsdienst) van Israël in de tijd van Jesaja. Kijkend naar de nood in de wereld om ons heen en de Kerk vandaag, denk ik dat we een moderne Johannes de Doper nodig hebben die ons oproept tot bekering!

In Mattheüs 5:16 vertelde Jezus Zijn discipelen:

Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

Hoe kunnen we ons licht laten schijnen? Door de goede werken, de daden van genade, die we doen. Tegelijkertijd verheerlijken we daarmee onze Vader in de hemel en wordt Hij zichtbaar voor de mensen.

Ongelovigen kunnen onze rechtvaardigheid niet zien als we het geloof alleen maar in ons hart hebben. Ze kunnen het pas zien als het door rechtvaardige daden naar buiten komt. De wereld raakt niet onder de indruk van preken die binnen de muren van religieuze gebouwen gehouden worden. Sterker nog, ze weet vaak niet eens wat er zich in die gebouwen afspeelt. De wereld wacht op christenen die hun geloof tot uitdrukking brengen en in actie komen, door liefdevol en genadig te zorgen voor de wezen, de weduwen, de armen en onderdrukten. We hebben hen al te lang laten wachten!

Gebed:

Proclameer Gods Woord: Heer, omdat er altijd arme mensen in het land zullen zijn, zal ik aan Uw bevel gehoorzamen en zal ik met open handen leven naar mijn broeder en naar de ellendige en de arme in mijn land. (Persoonlijk gemaakt, vanuit Deuteronomium 15:11)

Lees hier een prachtig verhaal uit de praktijk van het leven van de vrouw van Derek: Lydia Prince

Dit onderwerp is ook uitgebreider door Derek uitgewerkt in een boekje genaamd: Wezen, weduwen, armen en verdrukten: Gods hart...

TIPS

Bent u geraakt door deze boodschap en vraagt u zich af wat ú kunt doen voor de wezen, de weduwen en de armen? Hier zijn enkele suggesties…

- Bid voor de wezen en weduwen in uw stad, vraag de Heer om mensen op uw pad te brengen voor wie u iets kunt betekenen.

- Wees gastvrij voor mensen die tijdelijk onderdak nodig hebben.

- Ga na of er organisaties in uw buurt of woonplaats zijn die iets doen op dit gebied en steun hen, praktisch of financieel. Denk bijvoorbeeld aan kerken die voedsel uitdelen of onderdak bieden aan daklozen. Misschien zijn er projecten om ouderen maaltijden te brengen of een klussendienst. Organisaties en kerken zijn in het telefoonboek in de Gele Gids, st. Opwekking) te vinden.

- Help een alleenstaande moeder in uw omgeving. Niet alleen het overlijden van een echtgenoot, maar ook een echtscheiding maakt vele vrouwen tot ‘weduwe’ en hun kinderen zijn gedeeltelijk wezen. Bied aan om eens op te passen, zodat de moeder even tijd voor zichzelf heeft. Help met de financiën als dat nodig (en mogelijk) is. Voor meer tips, zie Herstel 92.

- Help (oudere) weduwen bijvoorbeeld met de boodschappen, een klus in huis o.i.d. Informeer of ze hulp nodig heeft. Denk ook aan geestelijke hulp, aanspraak, breng gewoon wat tijd met haar door.

- Bezoek eenzame ouderen of zieken in uw omgeving. U kunt zich eventueel aansluiten bij een vrijwilligers-organisatie in uw omgeving die dit doet.

- Bekijk regelmatig of u kleding, meubels of speelgoed weg kunt doen die geschikt zijn voor een goed doel, bijvoorbeeld een opvangcentrum voor daklozen of voor vluchtelingen.

- Informeer bij kerken of er groepen zijn die gevangenen bezoeken, of start zelf zo'n groep. (Gevangenenzorg Nederland, Zoetermeer, 079-331 05 68)

- Help een gezin dat financiële problemen heeft. Vraag ze te eten of help ze met dingen die ze nodig hebben.

- Geef financiële support - bijvoorbeeld door een kind of een weduwe financieel te 'adopteren'- aan organisaties die kinderen in rampgebieden helpt.

Bijbelteksten:

  • Geen enkele weduwe of wees zult gij verdrukken. (Exodus 22:22)
  • Ook zult gij uw wijngaard niet afzoeken en het afgevallene van uw wijngaard niet oplezen; dit zult gij voor de armen en de vreemdelingen laten liggen: Ik ben de Here, uw God. (Leviticus 19:10)
  • Want de Here, uw God, is de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven. (Deuteronomium 10:17-18)
  • Want armen zullen nooit in het land ontbreken; daarom gebied ik u aldus: Gij zult uw hand wijd openen voor uw broeder, voor de ellendige en de arme in uw land. (Deuteronomium 15:11)
  • Gij zult het recht van vreemdeling en wees niet buigen; ook zult gij het kleed der weduwe niet tot pand nemen. (Deuteronomium 24:17)
  • Vervloekt is hij, die het recht van vreemdeling, wees en weduwe buigt. En het gehele volk zal zeggen: Amen. (Deuteronomium 27:19)
  • Maar Hij redt van het zwaard van hun mond, de arme uit de hand van de sterke. Zo is er dan voor de geringe hoop, en sluit de boosheid haar mond. (Job 5:15-16)
  • Hij is de vader der wezen en de rechter der weduwen, God in zijn heilige woning (Psalm 68:5)
  • wilt gij de Rechtvaardige, de Geweldige, veroordelen, Hem, die tot een koning zegt: Nietswaardige, tot edelen: Gij goddelozen; die vorsten niet naar de ogen ziet, de aanzienlijke niet voortrekt boven de geringe, omdat zij allen het maaksel zijner handen zijn? (Job 34:18)
  • …al mijn beenderen zeggen: Here, wie is als Gij, die de ellendige redt van wie sterker is dan hij, en de ellendige en de arme van wie hem berooft? (Psalm 35:10)
  • Richt de geringe en de wees, doet recht de ellendige en de behoeftige, bevrijdt de geringe en de arme, redt hem uit der goddelozen hand. (Psalm 82:3-4)
  • Ik weet, dat de Here het geding van de ellendige berecht, de pleitzaak der armen. (Psalm 140:12)
  • de Here behoedt de vreemdelingen, wees en weduwe houdt Hij staande, maar de weg der goddelozen maakt Hij krom. (Psalm 146:9)
  • Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: in trots, overdaad en zorgeloze rust leefde zij met haar dochters zonder de ellendige en de arme te ondersteunen. (Ezechiël 16:49)
  • Beroof de geringe niet, omdat hij arm is, en vertreed de ellendige niet in de poort; want de Here zal hun rechtsgeding voeren en hun berovers van het leven beroven. (Spreuken 22:22-23)
  • Wie zich over de arme ontfermt, leent de Here; Hij zal hem zijn weldaad vergelden. (Spreuken 19:17)
  • Wie zijn oor gesloten houdt voor het hulpgeroep van de geringe, zal, als hij zelf roept, geen antwoord ontvangen. (Spreuken 21:13)
  • De rechtvaardige erkent het recht van de geringen, de goddeloze heeft daar geen weet van. (Spreuken 29:7)
  • Wie de arme geeft, zal geen gebrek lijden; maar wie zijn ogen toesluit, wordt zwaar vervloekt. (Spreuken 28:27)
  • Doe uw mond open ten bate van de stomme, ten behoeve van het recht van allen die wegkwijnen; open uw mond, oordeel rechtvaardig, verschaf de verdrukte en nooddruftige recht. (Spreuken 31:8-9)
  • Haar hand breidt zij uit naar de ellendige, haar handen strekt zij uit naar de nooddruftige. (Spreuken 31:20)
  • doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe. (Jesaja 1:17)
  • Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil. (Mattheüs 5:42)
  • Wee hun die heilloze verordeningen uitvaardigen, en de schrijvers die lasten voorschrijven, om de geringen van het recht weg te dringen en aan de ellendigen mijns volks het recht te ontroven, zodat de weduwen hun buit worden en zij de wezen uitplunderen. (Jesaja 10:1-2)
  • Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken? Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed? (Jesaja 58:6-7)
  • Neen, als gij werkelijk uw handel en wandel betert, als gij werkelijk onder elkander recht doet, vreemdeling, wees en weduwe niet verdrukt, geen onschuldig bloed vergiet op deze plaats en andere goden niet achternaloopt, u tot onheil, dan wil Ik u op deze plaats, in het land dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, laten wonen van eeuw tot eeuw. (Jeremia 7:5-7)
  • Maar wanneer gij een gastmaal aanricht, nodig dan bedelaars, misvormden, lammen en blinden. En gij zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u terug te betalen. Want het zal u terugbetaald worden bij de opstanding der rechtvaardigen. (Lukas 14:13-14)
  • Hij deed de ellendige en arme recht wedervaren; toen ging het wel. Is dat niet Mij erkennen? luidt het woord des Heren. (Jeremia 22:16)
  • Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij. (Mattheüs 19:21)
  • Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens Maker; maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem. (Spreuken 14:31)
  • Zo zegt de Here der heerscharen: spreekt eerlijk recht en bewijst elkander liefde en barmhartigheid; verdrukt weduwe noch wees, bijwoner noch arme, en beraamt niet in uw hart elkanders onheil? (Zacharia 7:9-10)
  • zo zegt de Here: doet recht en gerechtigheid, bevrijdt de beroofde uit de macht van de verdrukker, doet vreemdeling, wees en weduwe schade noch geweld aan en vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats. (Jeremia 22:3)
  • Wie vriendelijk van oog is, die wordt gezegend, omdat hij de behoeftige van zijn brood geeft. (Spreuken 22:9)
  • Indien een gelovige vrouw weduwen bij zich heeft, laat zij die ondersteunen, zodat de gemeente er niet door bezwaard wordt; dan kan deze de werkelijke weduwen ondersteunen. (1 Timotheüs 5:16)
  • En toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen, zij naar de besnedenen gaan. Alleen moesten wij de armen blijven gedenken, en ik heb mij dan ook beijverd dat vooral te doen. (Galaten 2:9-10)
  • Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren. (Jakobus 1:27)