Succes in je gezin - deel 2: Een beeld van God

Dit artikel is het vervolg op een andere studie, klik hier om deel 1 te lezen.

Om gezag te hebben, moet jezelf onder gezag staan. Dit principe geldt voor de relaties binnen het gezin. Als de echtgenoot (zoals beschreven staat in Efeziërs 5) onder de autoriteit van Christus staat, dan heeft hij de autoriteit van Christus. Wanneer de vrouw onder de autoriteit van haar man staat, dan heeft zij de autoriteit van de man in het gezin, wat in feite dus eveneens de autoriteit van Christus is. Maar wordt deze trap van autoriteit ergens doorbroken, dan verbrokkelt ook de autoriteit in dat gezin. Hier herkennen we een groot probleem dat speelt in vele gezinnen vandaag de dag, in veel Westerse landen. Er is gebrek aan autoriteit, omdat de trap van autoriteit wordt doorbroken. Ofwel de man onderwerpt zich niet aan Christus, of de vrouw onderwerpt zich niet aan haar man – en vaak is er sprake van allebei. Het resultaat: chaos, geen geestelijke harmonie, en rebellie.

Er is door de eeuwen heen veel geschreven over de onderwerping van de vrouw in het gezin. Veel christelijke vrouwen nemen aanstoot aan dit onderwijs, omdat het ze een gevoel geeft ‘minder’ te zijn dan hun man. Dit komt echter doordat men de basis van de relatie tussen man en vrouw niet werkelijk begrijpt.

De relatie tussen Jezus de Zoon en de Vader

Jezus heeft drie dingen gezegd over Zijn relatie met de Vader, en alle drie gelden eveneens voor de relatie tussen man en vrouw. Ten eerste zei Hij: Ik en mijn Vader zijn één (Johannes 10:30). Er was volledige eenheid tussen Jezus en zijn Vader. Het één zijn met zijn Vader betekende ook dat Jezus gelijk was aan de Vader. Filippenzen 2:6 zegt ons dat Hij het goddelijk recht had om gelijk aan God te zijn. Hij was God. Op dezelfde manier zijn man en vrouw één. De Bijbel zegt ons dat zij ‘één vlees’ zijn (Genesis 2:24; Mattheüs 19:5-6). Eén deel van iemands vlees kan niet minderwaardig zijn aan een ander deel; alle delen zijn gelijkwaardig. Het ondergeschikt zijn van de vrouw aan de man betekent dus absoluut niet dat ze minder waard is. De Bijbel zegt duidelijk dat God man en vrouw gelijkschat in het Lichaam van Christus (Galaten 3:28).

Het tweede wat Jezus zei over Zijn relatie met de Vader is dat God ernaar verlangt dat iedereen de Zoon eer betuigt zoals men de Vader eert (Johannes 5:23). De Vader zelf heeft de Zoon geëerd door alles onder Zijn voeten te stellen (Efeziërs 1:22, NBG). De Vader heeft er behagen in de Zoon te verhogen (Filippenzen 2: 9-11). Hij verlangt ernaar om Hem te verhogen en alles onder Hem (onder Zijn gezag) te plaatsen. Er wordt nooit iets gezegd over de Vader die Zijn Zoon ‘naar beneden haalt’ of probeert om meer eer te krijgen dan Zijn Zoon. Het is het verlangen van de Vader om Jezus te eren, Hem te verhogen en de gehele schepping in Hem te grondvesten.

De houding van de man naar zijn vrouw zou de houding van de Vader naar Jezus moeten reflecteren. De man zou zich erin moeten verheugen om zijn vrouw te eren en haar te verhogen. Hij zou alles moeten doen wat in zijn vermogen ligt om ervoor te zorgen dat zij zich gerespecteerd, geëerd, geprezen en waardevol voelt. God de Vader zal geen enkele belediging over Jezus tolereren! De houding van de man tegenover zijn vrouw zou precies hetzelfde moeten zijn. De vrouw moet niet bezig zijn haar eigen eer te zoeken of haar eigen positie te bepalen; haar man moet haar verhogen. Op deze manier valt elke vorm van minderwaardigheid weg.

Wat zou er gebeuren als wij mannen onze vrouwen voortdurend op deze manier zouden behandelen? In de meeste gevallen zouden ze opgewekt en zonder bezwaar aanvaarden dat de man het hoofd is, want zijn hoofdschap betekent veiligheid voor hen. Ze zouden niet langer de behoefte hebben om te vechten voor erkenning en onafhankelijkheid. In Hebreeën 1:3 vertelt de schrijver ons dat in Jezus Gods luister schittert. In 1 Korinthiërs 11:7 schrijft Paulus dat de vrouw (echtgenote) de heerlijkheid van haar man is. Ook dit is een overeenkomst tussen de relatie van God de Vader met Jezus en de relatie tussen een getrouwde man en zijn vrouw. De Vader openbaart Zijn heerlijkheid in de persoon van Jezus. En de man openbaart zijn heerlijkheid in zijn vrouw. Als een vrouw rustig, veilig en tevreden is, dan brengt dit haar man vreugde. Het laat zien dat haar man haar behandelt zoals het hoort. Maar als een vrouw bitter en haatdragend is tegenover haar man en zich onveilig voelt, dan berokkent hem dit schande. Daaruit blijkt dat hij faalt in de verantwoordelijkheid die hij ten opzichte van haar heeft. Een bekende spreker kreeg eens de vraag of een bepaald iemand bekend stond als een goede christen. Zijn antwoord was: “Dat weet ik niet; ik heb zijn vrouw nog niet ontmoet. Als ik haar gesproken heb, kan ik het je vertellen!”

Dit brengt ons bij het derde facet dat Jezus noemde over Zijn relatie met de Vader. Jezus zei: ‘De Vader is meer dan ik…’ (Johannes 14:28). Dit is een schijnbare tegenstelling: Jezus is gelijk aan de Vader, maar tegelijkertijd zegt Jezus dat de Vader meer is. We zagen al eerder dat Jezus ‘zich er niet aan heeft willen vastklampen gelijk aan God te zijn’ (Filippenzen 2:6 WV). Hij heeft niet gevochten om erkenning of autoriteit, maar Hij heeft zich vrijwillig aan de Vader onderworpen, zodat de Vader terecht Zijn plaats van autoriteit kon innemen. Door zich te blijven onderwerpen aan Zijn Vader, is de eenheid in de Godheid (de goddelijke drie-eenheid) blijven bestaan. Als Jezus zich niet vrijwillig had onderworpen, zou de eenheid in de Godheid gebroken zijn.

Op eenzelfde manier geldt dat ook voor de vrouw. Ondanks dat de vrouw één is met haar man, en dus ook gelijk aan hem, roept God haar op zich te onderwerpen aan haar man om op deze manier de eenheid en harmonie in het gezin te bewaren. Als ze weigert dit te doen, zal de eenheid in het gezin worden gebroken en is wanorde het gevolg. Duizenden gelukkige christelijke vrouwen kunnen getuigen dat de plaats van bescherming en bedekking, onder de autoriteit van hun echtgenoot, inderdaad een door God bedachte plaats van veiligheid en vrede is.

Dit legt echter een enorme verantwoordelijkheid op de vrouw. Het betekent dat geen enkele man werkelijk het hoofd van het gezin kan zijn, tenzij zijn vrouw toestaat dat hij de autoriteit heeft. Geen enkel hoofd kan functioneren zonder een nek die het hoofd rechtop houdt; en geen enkele man kan werkelijk hoofd van het gezin zijn, zonder de vrijwillige onderwerping en de ondersteuning van zijn vrouw.

Wat gebeurt er als een van de partners de plaats die God hem/haar gegeven heeft niet inneemt? Vervalt daarmee de verantwoordelijkheid van de andere partner? Nee! De uiteindelijke verantwoordelijkheid van elke partner berust bij God, niet bij een ander. Ieder moet God gehoorzamen, en de houding van de partner (hoe verkeerd die soms ook kan zijn) verandert daar niets aan. Ik heb eens een prachtige illustratie gehoord van dit principe, aan de hand van een rechtszaak die ging over een snelheidsovertreding. De rechter vroeg de man die een bekeuring had gekregen: “Reed u harder dan de toegestane snelheid?”

De man antwoordde: “Andere auto’s reden nog harder dan ik.” Waarop de rechter reageerde: “Hoe hard andere auto’s rijden is niet uw verantwoordelijkheid. U bent alleen verantwoordelijk voor de auto die ú bestuurde. Reed u harder dan de toegestane snelheid?” Met tegenzin gaf de man toe dat hij te hard had gereden.

Zo is het ook tussen man en vrouw. Op een dag moeten we allemaal voor de rechterstoel van Christus verschijnen (2 Korinthiërs 5:10). Op die dag zal de man niet worden gevraagd naar de houding van zijn vrouw, en de vrouw niet naar het optreden van haar man. Elke partner zal rechtstreeks verantwoording aan de Heer moeten afleggen over de plaats die hij of zij heeft ingenomen in zijn of haar gezin.

De functies van de vader

In de vorige onderwijsbrief wees ik erop dat de vader eerst verantwoordelijk is om te zorgen dat het gezin een thuis is en goed functioneert. Alleen als de vader zijn plaats inneemt, zijn verantwoordelijkheden oppakt en zijn rol als hoofd en veiligheid van het gezin vervult zoals God het heeft bedoeld, zal Gods plan voor het gezin werken. Als de vader zijn gezag niet op de juiste manier invult, vervalt het gezin in wanorde.

In Zijn relatie tot de Kerk, bekleedt Christus drie belangrijke ambten die aan Hem zijn gegeven door God de Vader. Hij is priester, profeet en koning (oftewel regeerder). In ieder gezin staat de vader in een soortgelijke rol naar zijn gezinsleden. Er zijn drie belangrijke ambten of functies die door goddelijke autoriteit aan elke vader zijn toebedeeld, en die hij in Gods ogen nooit mag laten liggen. Elke vader, in iedere periode van de geschiedenis, is door God geroepen om priester, profeet en koning te zijn voor zijn gezin.

1. Als priester vertegenwoordigt hij zijn gezin bij God.

2. Als profeet doet hij het omgekeerde, hij vertegenwoordigt God bij zijn gezin.

3. Als koning regeert hij zijn gezin namens God.

Als priester wordt een beroep op hem gedaan als voorbidder; hij brengt hun noden in gebed bij God, en bidt om Gods bescherming en zegen over zijn gezin. Dit kan hij allemaal niet doen zonder geloof. Een van de belangrijkste verantwoordelijkheden van de man is geloof te oefenen voor zijn gezin. Een beeld hiervan vinden we in het Oude Testament, in de instelling van het avondmaal. In elk gezin moest de vader het offerlam slachten en het bloed ervan smeren op de deurposten van het huis (Exodus 12:3-7). Door deze daad van geloof en gehoorzaamheid, ontving hij de bescherming van God voor zijn hele gezin.

Hetzelfde principe vinden we prachtig geïllustreerd in het Nieuwe Testament, in Markus 9:20-27, waar de vader van een demonisch onderdrukte jongen naar Jezus toekomt. Vragend om hulp voor het kind, zegt de man: als U iets kunt, wees dan met innerlijke ontferming bewogen over ons en help ons. Jezus reageert door onmiddellijk de verantwoordelijkheid voor het kind terug te leggen bij de vader en zegt: Als u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. De bevrijding van deze jongen was blijkbaar afhankelijk van zijn vaders geloof! Een vader heeft zowel het recht als de verantwoordelijkheid om te geloven voor zijn kinderen.

Het tweede ambt dat aan elke vader gegeven is door God, is de functie van profeet – hij wordt geacht zijn gezin bij God te vertegenwoordigen. Een vader vervult deze functie altijd, of hij het zich nu realiseert of niet, en of het nu een goede vertegenwoordiging is of niet. De meeste mensen die betrokken zijn bij kinderwerk, zullen bevestigen dat kinderen hun meest fundamentele beeld van God baseren op één belangrijke bron: hun eigen vader. Is het dan zo raar dat veel van onze jongeren vandaag niet zoveel meer van God willen weten?

Terwijl de vader eerst als priester in de stilte is geweest bij God en zijn gezin in gebed heeft opgedragen, ontvangt hij van God wijsheid en richting om als profeet namens God tot zijn gezin te spreken.

Het derde ambt van de vader in zijn gezin is de functie van koning. Als koning wordt de vader geacht zijn familie te besturen, te ‘regeren’ namens God. Als Paulus de eisen voor een leider in de gemeente beschrijft, zegt hij specifiek dat het iemand moet zijn die zijn eigen huis goed bestuurt (1 Timotheüs 3:4). Het woord ‘regeren’ doet denken aan bestuurlijk gezag. Er bestaat een directe relatie tussen leiderschap in een gezin en leiderschap in de gemeente. Het gezin is de eerste plaats waar leiderschap in het leven en de bediening van iedere man moet worden bewezen. Laten we een eenvoudige, objectieve regel goed in onze oren knopen: als onze godsdienst niet werkt in ons gezin, werkt ze nergens! In ’s hemelsnaam, laten we niet proberen datgene over te brengen naar anderen en naar de wereld, wat in ons eigen gezin niet werkt! De wereld heeft al genoeg wanorde en persoonlijke ambitie. Dat heeft ze echt niet meer nodig.

De tragiek van veel Westerse gezinnen vandaag zijn afwezige vaders, vaders die gevlucht zijn voor hun verantwoordelijkheden. Sommige mannen zullen het woord ‘gevlucht’ wat overdreven vinden. Toch gebruik ik het bewust, want heel veel vaders in de Westerse samenleving lijken wel te zijn weggerend (druk als ze zijn met hun persoonlijke carrières, ambities en zelfverwerkelijking), ze zijn weggevlucht van hun drie belangrijkste verantwoordelijkheden – als echtgenoten, vaders en geestelijke leiders. En dat heeft ons een maatschappij opgeleverd waarin de veiligheid van vaderschap ontbreekt.

In de periode dat ik fulltime in de bediening stond, heb ik vaak gezien dat de moeder het overgrote deel van de geloofsopvoeding van de kinderen ter hand nam. Wie doet in veel gezinnen het avondgebed met de kinderen, voor ze naar bed gaan? Wie brengt ze naar de zondagschool? Wie leest ze Bijbelverhalen voor? Wie bidt er voor een kind als het ziek is? In mijn ervaring is dat heel vaak de moeder, en lang niet altijd omdat de vader werkt of andere bezigheden vervult. Begrijp me niet verkeerd, de moeder moet natuurlijk de geestelijke groei van de kinderen stimuleren (want als zij zich onderwerpt aan haar man, ontvangt zij hiervoor dezelfde autoriteit), maar de vader wordt hiervoor in de eerste plaats door God verantwoordelijk gehouden. Hij moet het initiatief nemen en de toon zetten in het geestelijk leven van zijn gezin. Als een kind afdwaalt van de juiste weg, dan zijn we soms geneigd om de kerk de schuld te geven, of de school, of de maatschappij… iedereen behalve degene die in de eerste plaats de schuld heeft – namelijk de vader. Het is een feit dat in het algemeen jongens wat moeilijker te bereiken zijn met het evangelie dan meisjes, en het zou me niet verbazen dat de oorzaak hiervan ligt in het feit dat vaders te weinig betrokkenheid tonen bij het evangelie. Kleine Jantje groeit op en denkt bij zichzelf: ik wil later net zo worden als pappa. Maar in het ‘worden als papa’ laat hij de principes van God links liggen, wat met name het ‘zwakkere geslacht’ betreft (1 Petrus 3:7). Maar eerlijk is eerlijk, als kleine Jantje uiteindelijk mislukt in het leven – als hij op school ‘uitvalt’, of misschien zelfs crimineel wordt – dan is het eigenlijk niet eens Jantje die mislukt is, maar zijn vader. In zekere zin bestaan er eigenlijk geen ‘jeugddelinquenten’, alleen maar volwassen delinquenten. Het zijn feitelijk niet de kinderen die ‘uitvallen’, maar hun ouders – en in de eerste plaats de vaders. Zij vallen uit hun rol als opvoeder en overbrenger van Gods orde, gezag en zegen.

Mag ik je vragen, beste vriend: Hoe doe jij het persoonlijk, als echtgenoot en vader? Misschien ben je heel succesvol in je beroep, populair onder je vakgenoten, misschien ben je heel geslaagd in zaken, of munt je uit in sport, maar als je faalt als man en vader, dan ben je in Gods ogen een mislukking. Besluit vandaag nog het prachtige en zeer belangrijke ambt van vaderschap nieuwe invulling te gaan geven. Je gezin en de hele samenleving om je heen, heeft je nodig!

(op basis van een New Wine artikel: Fatherhood, deel 2)