Verbond = je leven afleggen

Deze studie is onderdeel van het boekje: Het geheim van een goed huwelijk

Uit Maleachi 2:13-14 blijkt dat de Bijbel het huwelijk ziet als een verbond. (Je kunt hier uitgebreid over lezen in mijn boek 'Het huwelijk, een verbond'.) Om het huwelijk dus op Gods manier te zien en te beleven, is het belangrijk te zien wat een verbond inhoudt. Een verbond vereist altijd totale, diepe toewijding. Zonder toewijding geen verbond. Bovendien is God degene die bij de verbondssluiting de voorwaarden vaststelt. Hij laat het niet aan de mens over om te bepalen op welke basis een huwelijk mag worden aangegaan.

In de Bijbel was het zo dat iedere verbondssluiting altijd een offer vereiste – om precies te zijn: het nemen van een leven. In het Oude Testament werden verbonden gesloten op een nogal vreemde – tegenwoordig zouden we misschien zelf zeggen ‘bizarre’ - manier. De beide deelnemers namen een offerdier, slachtten het en sneden het in tweeën. Vervolgens legden ze de twee helften tegenover elkaar en liepen dan samen tussen de twee delen van het geslachte dier door. Een mooi voorbeeld hiervan staat in Genesis 15, waar de Heer zelf op deze manier een verbond sluit met Abraham.

Men zou kunnen denken dat deze methode alleen voorkwam in het Oude Testament, maar dat is niet zo. In de Hebreeënbrief – dus in het Nieuwe Testament – bevestigt de schrijver dat voor de geldigheid van een verbond een offer nodig is.

Bij een testament (verbond!) is het noodzakelijk dat de dood van de erflater wordt vastgesteld. Een testament (verbond!) is immers pas geldig na overlijden, het heeft geen rechtskracht wanneer de erflater nog leeft (Hebreeën 9:16-17, NBV).

Wat een verhelderende uitspraak! Een testament of verbond is – ook in nieuwtestamentisch christendom, dus in onze tijd - alleen geldig als degene die het verbond aangaat, is overleden. Voor ons, als christenen, is het grote en ultieme offer de dood van Jezus. Hij is het geslachte offerlam, waardoor God met ons een verbond is aangegaan. Het Nieuwe Testament staat vol met teksten hierover. Zo zegt Paulus bijvoorbeeld in 2 Korinthiërs:

Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt. (2 Korinthiërs 5:14–15)

Het offer waarop het Nieuwe Verbond is gebaseerd, is de plaatsvervangende dood van Jezus Christus aan het kruis. En zijn dood wordt onze dood, als we dit in geloof aanvaarden. Eén stierf voor allen, daarom zijn wij allen dood. Christus stierf niet voor zichzelf; Hij stierf voor òns. Hij stierf als onze vertegenwoordiger. Zijn dood wordt onze dood.

Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. (Romeinen 6:8–11)

De essentie van het onderwijs over Jezus’ dood, is dat zijn dood het laatste en volmaakte offer was voor de zonde, en dat zijn dood plaatsvervangend was. Hij stierf voor ons, zodat wij konden binnengaan in het nieuwe verbond – niet door de twee helften van een geslacht dier, maar door het plaatsvervangend sterven van Jezus Christus. Maar het verbond is alleen geldig als wij zijn dood aannemen als onze eigen dood. Een verbond is niet geldig zolang degene die het heeft opgesteld nog leeft. Jezus stierf om een verbond met ons te sluiten, maar het verbond wordt pas van kracht in ons leven, als we onszelf beschouwen als dood met Hem. Zijn dood wordt onze dood. Hij is het offer waardoor we binnengaan in het Nieuwe Verbond.

Als het huwelijk een verbond is tussen een man en een vrouw, op welke manier is dit verbondsprincipe dan van toepassing? Zoals we zagen, werd in de tijd van het Oude Testament een verbond bevestigd doordat de partners tussen de delen van een geslacht offerdier door liepen. Hiermee zeiden de verbondspartners eigenlijk: ,,Dit beëindigde leven staat symbool voor mijn leven – ik vereenzelvig mij met dit gedode dier en leef niet meer voor mijzelf, maar leef mijn leven voortaan in jou en voor jou (de verbondspartner). Nu, het offer waarop het christelijke huwelijk is gebaseerd, is de dood van Jezus Christus. Hij is het offerlam op basis waarvan een man en een vrouw de huwelijksrelatie kunnen ingaan op de manier die God heeft vastgesteld. In het christelijke huwelijk treden een man en een vrouw een volkomen nieuw leven binnen door de dood van Jezus Christus. Ze zeggen beiden: ik volg Christus na in zijn dood, beëindig hier mijn eigen (onafhankelijke) leven, en leef voortaan alleen nog maar voor jou en in eenheid met jou (de verbondspartner). Ze stappen hiermee een totaal nieuwe relatie binnen, die onmogelijk zou zijn geweest zonder de dood van Jezus Christus (en dus hun eigen dood). Het verbond van een christelijk huwelijk wordt gesloten aan de voet van het kruis.

Dit is zo’n belangrijke basisgedachte, dat we de drie opeenvolgende fasen nog eens nader zullen bekijken. Ten eerste: er wordt een leven afgelegd. Beide partners leggen hun leven – hun belangen, hun ambities, hun zelfstandige bestaan - neer voor de ander. De man kijkt terug naar Christus’ dood aan het kruis en zegt: ,,Die dood was mijn dood. Toen ik bij het kruis van Jezus kwam, stierf ik. Ik leef niet langer voor mezelf.’’ De vrouw kijk eveneens naar het kruis en belijdt: ,,Zijn dood was mijn dood. Ik stierf bij het kruis van Jezus en leef niet meer voor mezelf.’’

Zo houdt geen van beiden iets voor de ander achter. Alles wat de man is en heeft, is voor de vrouw; alles wat de vrouw is en heeft, is voor de man. Geen reserves. Geen uitzonderingen. Het is een samensmelting, een eenwording, geen samenwerkingsverband, zoals sommigen denken.

Ten tweede komt uit die dood een nieuw leven voort; beiden leven dat nieuwe leven in de ander en door de ander heen. De man zegt tegen de vrouw: ,,Jij bent mijn leven. Ik leef mijn leven door jou heen. Jij bent de expressie van wat ik ben.’’ Op dezelfde manier zegt de vrouw tegen haar echtgenoot: ,,Mijn leven is in jou. Ik leef mijn leven door jou heen. Jij bent de uitdrukking van wie ik ben.’’

Ten derde: het verbond wordt voltooid door lichamelijke eenwording in seksualiteit. Dit brengt op zijn beurt ook letterlijk de vrucht voort die voortkomt uit het nieuwe leven dat beiden vrijwillig delen met de ander: kinderen. In de hele schepping heeft God dit basale principe ingeweven: eenwording brengt vrucht voort. Een verbond leidt tot één (gedeeld) leven en tot vruchtbaarheid; leven dat niet wordt gedeeld, blijft steriel en zonder vrucht.

Deze benadering van het huwelijk – namelijk het te zien als een verbond – verschilt sterk van de visie en houding waarmee de meeste mensen vandaag het huwelijk ingaan. De algemene houding in onze huidige cultuur is: ,,Wat kan ìk eruit halen? Welk belang heb ìk erbij?’’ Ik geloof dat iedere relatie die gebaseerd is op deze houding gedoemd is te mislukken. Degene die het huwelijk ziet als een verbond vraagt niet: ‘Wat kan ik krijgen?’, maar juist: ‘Wat kan ik geven?’. En het enige juiste antwoord is: ,,Ik geef mijn leven. Ik leg het neer voor jou, om vervolgens mijn nieuwe leven in jou te vinden.’’ Dit gaat op voor beide partijen – zowel voor de man als de vrouw. Voor het natuurlijke denken klinkt dit belachelijk. Toch is dit werkelijk het geheim voor ècht leven, èchte blijdschap en èchte liefde.

In een goed huwelijk wordt dus een leven beëindigd, maar is ook sprake van een heel nieuw leven. Als je een huwelijk binnengaat, maar intussen – bewust of onbewust - vasthoudt aan je eigen leven, dan zul je niet het leven vinden dat God voor jou heeft bereid. Leven in een verbond is een stap van geloof. In geloof moet je jouw leven afleggen en een nieuw leven vinden – een leven dat anders is, een leven dat ontstaat vanuit eenheid, een leven dat je niet in je eentje kunt leiden. Iedere partij van het huwelijk moet in geloof deze stap zetten.

Het sleutelwoord is – nogmaals – toewijding; restloze overgave. Het is geen experiment en geen uitprobeersel. Toewijding zet Gods genade vrij. Zonder Gods genade zal een huwelijk nooit werken. God schenkt zijn genade niet voordat beide partijen deze toewijding hebben gedaan. Maar door Gods genade komt vervolgens wel alles vrij wat nodig is om het huwelijk te doen slagen.

Deze studie is gebaseerd op het boekje: Het geheim van een goed huwelijk.