Aanstellen voor een taak

De Pijlers - dag 248


Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd.
Deuteronomium 34:9

Aanstellen voor een taak

In het tweede deel van 2 Koningen 13 vinden we nog een voorbeeld van het opleggen van handen als een daad van geestelijke betekenis. In de hier beschreven gebeurtenis was Joas, de koning van Israël, naar Elisa gekomen, die op zijn sterfbed lag, om hem eer te bewijzen. Over wat er tussen Joas en Elisa plaatsvond lezen we in de verzen 15-17:
En ​Elisa​ zei tegen hem: Neem een ​boog​ en ​pijlen, en hij bracht hem een ​boog​ en ​pijlen. Hij zei tegen de ​koning​ van Israël: Leg uw hand aan de ​boog. Toen legde hij zijn hand daaraan, en ​Elisa​ legde zijn handen op de handen van de ​koning. En hij zei: Doe het venster naar het oosten open. En hij deed het open. Toen zei ​Elisa: Schiet! En hij schoot. Hij zei: Het is een ​pijl​ van verlossing door de HEERE, en een ​pijl​ van verlossing van de Syriërs, want u zult de Syriërs in Afek verslaan, tot vernietiging toe.
Dit schieten van de pijl door het raam naar het oosten symboliseerde de overwinning die Joas zou behalen in de strijd tegen de Syriërs. Door deze daad erkende Elisa daarom Gods aanstelling van Joas als de leider die Israël de bevrijding zou brengen van de Syriërs.
Deze goddelijke aanstelling van Joas werd effectief gemaakt door het opleggen van Elisa’s handen op de handen van Joas, aangezien koning Joas de boog vasthield en de pijl afschoot die het symbool was van overwinning en bevrijding. Door de oplegging van Elisa’s handen werden op Joas de goddelijke wijsheid en het gezag overgedragen dat nodig was om hem toe te rusten als de bevrijder van Gods volk.
Deze gebeurtenis loopt daarom nauw parallel met die waarin Mozes zijn handen op Jozua legde. In beide gevallen was dit opleggen van handen de erkenning van een leider die God voor een speciaal doel had aangewezen. En in beide gevallen werd door deze handeling ook aan die leider de goddelijke wijsheid en het gezag overgedragen die nodig was om deze speciale door God aangewezen taak uit te voeren. Het is interessant om ook op te merken dat in beide gevallen Jozua en Joas in hoofdzaak als militaire commandanten waren aangesteld.
Hemelse Vader, dank U wel dat U ook mij vaardig maakt om de taken te volbrengen die U voor mij heeft voorbereid. Heer, maak dat mijn handen gesterkt zijn voor de strijd, bekwaam om het werk dat U voor mij heeft, te volbrengen. Ik prijs U voor Uw zegen op mijn werk. Amen.