De geest terug naar God, het lichaam terug naar aarde

De Pijlers - dag 277


(Wanneer) het stof terugkeert naar de aarde zoals het was, en de geest terugkeert tot God, Die hem gegeven heeft.
Prediker 12:7

De geest terug naar God, het lichaam terug naar aarde

Nergens in de Bijbel is er enige aanwijzing dat na de dood het niet-stoffelijke deel van de mens - zijn geest en ziel - onderworpen zal worden aan hetzelfde proces van begraven en ontbinding dat zijn lichaam ondergaat. Integendeel, er zijn aanwijzingen in veel verschillende passages van de Schrift dat de bestemming van het geestelijke deel van de mens, na de dood, volkomen verschilt van dat van zijn lichaam.
Voor de eerste passage die aangeeft dat er een verschil is in de bestemming van de stoffelijke en de onstoffelijke delen van de mens na de dood, gaan we naar het boek Prediker.
Wat de mensenkinderen betreft, zei ik in mijn hart dat God hen zal toetsen, en dat zij zullen inzien dat zij voor zichzelf als de dieren zijn. Want wat de mensenkinderen overkomt, overkomt ook de dieren. Hun overkomt een en hetzelfde. Zoals de een sterft, zo sterft de ander en zij hebben alle een en dezelfde adem. De mensen hebben niets voor op de dieren, want alles is vluchtig. Zij gaan allen naar één plaats, zij zijn allen uit het stof en zij keren allen terug tot het stof. Wie merkt op dat de adem van de mensenkinderen naar boven stijgt en de adem van de dieren naar beneden daalt naar de aarde? (Prediker 3:18-21)
In overeenstemming met het hele thema van dit boek, legt Salomo de belangrijkste nadruk op het fysieke, stoffelijke deel van de mens - zijn lichaam. Volkomen terecht wijst hij er daarom op, dat er bij de dood in dit opzicht geen verschil is tussen de bestemming van de mens en die van de dieren. Bij de dood keert het lichaam van de mens, evenals dat van ieder dier, terug naar de aarde waar het vandaan gekomen is, en daar ontbindt het weer tot de componenten waaruit het is samengesteld.
Salomo wijst er echter verder op dat deze overeenkomst tussen de bestemming van de mens bij het sterven en dat van de lagere dieren eindigt bij het fysieke lichaam. Het is niet van toepassing op de geest (en ziel) van de mens. De geest van de mens - zijn onstoffelijke deel - heeft een andere bestemming dan de geest van de dieren, die immers lager zijn. Dit wordt aangegeven in de woorden van vers 21: ...dat de adem van de mensenkinderen naar boven stijgt en de adem van de dieren naar beneden daalt naar de aarde?
Vader, dank U wel dat U ons als mensen – zoals Uw Woord zegt – ‘bijna goddelijk heeft gemaakt’. Wilt U mij helpen om in mijn leven een waardige representant te zijn van mijn hemelse Vader, op wie ik volgens U Woord lijk als mens? Dank U voor Uw kracht hiervoor, elke dag… Amen.