Doorgeven van geestelijke gaven

De Pijlers - dag 255


Daarom herinner ik u eraan de genadegave van God die in u is, door de oplegging van mijn handen, aan te wakkeren.
2 Timotheüs 1:6

Doorgeven van geestelijke gaven

De volgende bedoeling van het opleggen van handen die we zullen gaan bekijken in het Nieuwe Testament, is het schenken van geestelijke gaven. Uit de passages in het Nieuwe Testament waar het daarover gaat, blijkt dat deze speciale uitoefening van de inzetting van handoplegging in het algemeen wordt geassocieerd met de uitoefening van de gave van profetie.
Allereerst is het nodig om vast te stellen dat een gelovige bijbels gezag achter zich heeft staan om anderen te laten delen in geestelijke gaven. Een duidelijke machtiging daarvoor wordt verschaft door Paulus’ woorden aan de christenen in Rome, zoals we die lezen in Romeinen 1:11-12: Want ik verlang er vurig naar u te zien, om u in enige geestelijke genadegave te laten delen, waardoor u versterkt zou worden, dat is te zeggen, om in uw midden samen bemoedigd te worden door het onderlinge geloof, zowel dat van u als dat van mij.
Paulus zegt hier dat een van de redenen waarom hij ernaar verlangt de christenen van Rome te bezoeken, is dat hij hun enige geestelijke gave mag meedelen. Hij legt ook het effect uit dat hij daarmee voor de christenen daar op het oog heeft, want hij voegt eraan toe: ‘tot uw versterking’… Met andere woorden, het meedelen van geestelijke gaven aan christenen is een manier om hen te versterken en te bevestigen in hun geloof en hun geestelijke ervaring.
Vervolgens gaat Paulus nog uitvoeriger de resultaten uitleggen van de manifestatie van nieuwe geestelijke gaven onder de christenen te Rome, want hij schrijft: ...dat is te zeggen, om in uw midden samen bemoedigd te worden door het onderlinge geloof, zowel dat van u als dat van mij.
De vrije werking van geestelijke gaven binnen een geloofsgemeenschap stelt de verschillende leden in staat om elkaar te vertroosten, te bemoedigen en te versterken. Op deze manier zou Paulus, als prediker, dienstbaar zijn voor de christelijke gemeenschap in Rome; maar door de werking van de geestelijke gaven zouden de leden van die gemeenschap op hun beurt Paulus kunnen bijstaan. Het resultaat zou dus zijn het wederkerige dienstbetoon van de verschillende leden aan elkaar.
Heer Jezus, het voorbeeld dat ik hier zie, is een prachtig samenspel van de verschillende leden van Uw Lichaam, die samenwerken om Paulus – die immers een belangrijke dienstknecht was in de bouw van Uw Koninkrijk, te ondersteunen. Gebruikt U mij ook zo Heer, om Uw Lichaam op te bouwen. Amen.