Let op je radar!

Leestijd: 3 min.
In onze eerdere overdenkingen onderzochten we Paulus' uitspraak in Romeinen 10:17, waar kort samengevat staat dat het geloof komt door het horen van het Woord van God. Hoe verhoudt dit zich tot wat Paulus leert in Romeinen 12:35, dat God aan een ieder een bijzondere (of specifieke) mate van geloof heeft toebedeeld, die regelrecht te maken heeft met onze plaats en functie in het Lichaam van Christus? Volgens mij is het antwoord dat het 'horen' voor een christen dezelfde functie heeft als de radar voor een vliegtuig. Hoe gevoeliger we worden voor de radar van Gods rhema - het speciale woord dat God tot een ieder persoonlijk spreekt - des te zekerder en gemakkelijker zullen we geleid worden naar de ons toegewezen plaats en functie in het Lichaam van Christus. Het vinden van onze plaats is als een vliegtuig dat met precisie landt op de landingsbaan. Het 'horen' is de radar die ons precies daar brengt waar God ons hebben wil. Daarna, terwijl we blijven horen naar ieder nieuw rhema dat van God tot ons komt, worden we op onze plaats bevestigd en in staat gesteld om doeltreffend te functioneren. Het feit dat God ieder van ons een specifieke mate van geloof heeft toebedeeld, mag niet zo worden opgevat dat ons geloof statisch zou blijven (ik heb nu eenmaal een bepaalde mate van geloof en daar valt niets aan te veranderen...). Integendeel, naarmate onze bekwaamheid groeit om effectief te functioneren in het Lichaam, naar die mate groeit ook ons geloof. Doeltreffender functioneren vraagt steeds meer geloof. Omgekeerd bewerkt een groeiende mate van geloof een steeds effectiever functioneren. Maar altijd is er een vaste relatie tussen geloof en functioneren. In dit licht bezien is geloof dus niet een of ander goedje dat we op de kop kunnen tikken op de godsdienstige marktplaats. Nee, geloof is de uitdrukking van onze relatie met God, het resultaat van onze daad van overgave, die ons in harmonie brengt met Gods plan voor ons leven. Als we volharden in onderwerping en gehoorzaamheid aan God, stelt het geloof ons in staat de plaats in te nemen en te vervullen die God voor ons heeft vastgesteld. Dit geloof is zeer persoonlijk, een bijzondere, specifieke mate die aan ieder van ons wordt toebedeeld. 'Mijn' geloof zal voor u niet werken. 'Uw' geloof zal voor mij niet werken. Elk van ons moet zijn eigen mate van geloof hebben, die past bij zijn functie in het Lichaam. Toen ik nog een tamelijk jonge christen was, was ik enorm onder de indruk van het geloof dat ik gedemonstreerd zag in het leven van een meer volwassen gelovige, iemand die grote offers voor de Heer bracht en groot succes had behaald. Bijna gedachteloos zei ik op een dag: ,,Heer, ik geloof niet dat ik ooit zo'n groot geloof zou kunnen hebben.

''Onverwacht gaf de Heer me helder en duidelijk een heel praktisch antwoord: ,,Jij kunt inderdaad dat geloof niet hebben, want jij hebt dat niet nodig! Ik heb je namelijk niet gevraagd te doen wat die persoon heeft gedaan." Ik ben altijd dankbaar geweest voor de les die ik toen leerde: het geloof dat God mij geeft, is aangepast aan de taak die Hij mij vraagt te vervullen. Het is dus heel belangrijk te letten je radar; zorg dat je het specifieke Woord dat God tot jou persoonlijk spreekt, zodat je met precisie landt op de landingsbaan van Gods bestemming voor jou.

Vader, dank U wel dat mijn geloof de uitdrukking is van mijn relatie met U en dat ik me helemaal aan U mag overgeven. Zo krijgt Uw plan met mijn leven gestalte en mag ik Uw Koninkrijk helpen dienen en bouwen. U bent een geweldige Vader! Amen.