Wat bedoelen we met ‘geloof’ en ‘werken’?

De Pijlers - dag 85

Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn ​liefde​ tot de mensen verschenen is, maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van ​rechtvaardigheid​ die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn ​barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de ​Heilige​ Geest.
(Titus 3:4-5, HSV)

Wat bedoelen we met ‘geloof’ en ‘werken’?
De relatie tussen geloof en werken is een belangrijk onderwerp, waar in veel verschillende gedeelten van het Nieuwe Testament naar wordt verwezen. Toch is het helaas ook een onderwerp waar in veel christelijke kringen vandaag de dag opmerkelijk weinig onderwijs over wordt gegeven. Als gevolg daarvan bevinden heel wat christenen zich vandaag in een toestand die het midden houdt tussen verwarring en gedeeltelijke slavernij, halverwege tussen wet en genade. Ook worden niet weinig christenen door onwetendheid op dit punt op zijpaden geleid van valse leringen, die een onbijbelse nadruk leggen op het in acht nemen van een bepaalde dag, of het eten van bepaald voedsel, of andere soortgelijke zaken van de wet.
Ons onderzoek van dit onderwerp wil ik deze week beginnen met een eenvoudige uitleg. Wat bedoelen we precies met ‘geloof’ en met ‘werken’? Het antwoord is heel simpel: met ‘geloof’ bedoelen we ‘dat wat wij geloven’, en met ‘werken’ bedoelen we ‘dat wat we doen’.
Dus kunnen we de relatie tussen geloof en werken, zoals die in het Nieuwe Testament geleerd wordt, uitdrukken met de volgende eenvoudige tegenstelling: ‘Geloof is niet gebaseerd op werken, maar werken zijn het gevolg van geloof.’ Of, wellicht nog eenvoudiger verwoord: ‘Wat we geloven is niet gebaseerd op wat we doen, maar wat we doen is het gevolg van wat we geloven.
Laten we beginnen met het eerste deel van deze uitspraak: Geloof is niet gebaseerd op werken; of: wat we geloven is niet gebaseerd op wat we doen. Heel het Nieuwe Testament getuigt onophoudelijk van deze essentiële waarheid.
In Johannes 19:30 lezen we in het verslag van de laatste ogenblikken van Jezus’ lijden aan het kruis: Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
Het Griekse woord dat hier vertaald is met ‘Het is volbracht’ is het meest nadrukkelijke woord dat gebruikt had kunnen worden. Het is de voltooide tijd van een werkwoord dat op zichzelf al de betekenis heeft van ‘iets volmaakt doen’. We zouden dit misschien uit kunnen laten komen door te vertalen: ‘Het is volmaakt volmaakt’ of ‘Het is volkomen volkomen’. Er blijft totaal niets meer te doen over.
Alles wat ooit gedaan moest worden om de straf te ondergaan voor de zonde van alle mensen en om vergeving en verlossing te verwerven voor alle mensen, is al volbracht door Christus’ lijden en dood aan het kruis. Te suggereren dat enig mens ooit iets meer zou moeten doen dan wat Christus al heeft gedaan, zou het verwerpen betekenen van het getuigenis van Gods Woord en het in diskrediet brengen van de doeltreffendheid van Christus’ verzoening.


O lieve Heer Jezus, ik ben U zo dankbaar voor Uw volmaakt volbrachte offer, waardoor voor eens en altijd de volle prijs betaald is voor de verzoening van alle mensen, maar ook alle kracht die ooit nodig zou zijn voor alle pijn, alle ziekte, elk verdriet en iedere gebrokenheid. Dank U Heer! Amen.